Rechtbank Amsterdam oordeelde op 1 mei 2018 dat ontslag op staande voet een te zware sanctie was voor een 58-jarige man die op een kerstborrel een vrouwelijke collega lastig viel. Acht dagen na dit incident werd de man die bijna 40 jaar bij het bedrijf werkte op staande voet ontslagen.
De kantonrechter stelt vast dat niet is gebleken van eerdere overtredingen dan wel ongewenst gedag. De op zichzelf onaanvaardbare gedragingen hebben dus het karakter van een incident. Bovendien heeft de werkgever de persoonlijke omstandigheden van de man, zijn goede staat van dienst en de verstrekkende (financiële) gevolgen van ontslag op staande voet onvoldoende meegewogen. Er staan de werkgever andere sancties ter beschikking.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet onterecht is. Van een eventuele verstoorde werkrelatie is onvoldoende onderbouwing en bewijs aangedragen. ECLI:NL:RBAMS:2018:3327
Privacyverklaring VVR
De bescherming van persoonlijke gegevens van onze leden, abonnees op de nieuwsbrief en websitebezoekers staat bij de VVR hoog in het vaandel.
Lees hier hoe wij omgaan met uw persoonsgegevens:
1. De VVR vindt de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van haar leden, abonnees van de nieuwsbrief en bezoekers van de website van groot belang. Wij behandelen en beveiligen de persoonlijke gegevens met de grootst mogelijke zorgvuldigheid.
2. De VVR gaat vertrouwelijk om met alle persoonsgegevens van haar relaties. Wij verstrekken deze persoonsgegevens alleen aan derden wanneer:
– Een wettelijk voorschrift dat vereist; en/of
– Dat noodzakelijkerwijze voortvloeit uit de rechtsverhouding tussen de VVR en de relatie in kwestie; en/of
– Dat noodzakelijk is voor het voeren van gerechtelijke procedures; en/of
– Dat noodzakelijk is voor het uitvoeren van een accountantscontrole; en/of
– Na schriftelijke toestemming hiertoe door de betreffende relatie.
3. De VVR houdt zich in alle gevallen aan de privacy-eisen die de Algemene Verordening gegevensbescherming stelt.
4. De verantwoordelijke voor de gegevensverwerking is het bestuur van de Vereniging voor Vrouw en Recht, Postbus 778, Leiden.
5. Vragen en klachten over ons privacy beleid en/of ons cookie beleid kunt u schriftelijk via de website, per post melden of via het contactformulier op de website oud-vvr.computersaysno.eu.
Verwerking van persoonsgegevens
- De VVR legt uw persoonsgegevens vast ten behoeve van uw lidmaatschap en om u te informeren over voor u relevante activiteiten, publicaties en bijeenkomsten van de Vereniging via de digitale Nieuwsbrief.
- De namen van de leden zijn niet toegankelijk voor derden en beperkt toegankelijk voor andere leden door middel van inloggen op het ledengedeelte van de website met een wachtwoord.
- Contact van leden onderling via de website is slechts mogelijk met behulp van een contactformulier, waarbij het emailadres van de geadresseerde niet bekend wordt.
- De persoonsgegevens van de leden zijn (behalve door de ledenadministratie) alleen door elk lid persoonlijk te benaderen en te muteren.
- De ledenadministratie zal uitsluitend op schriftelijk verzoek van een lid zelf helpen bij het muteren van deze gegevens.
- De VVR houdt zijn leden via e-mail op de hoogte van alle activiteiten, publicaties en bijeenkomsten. De e-mailadressen van de leden worden uitsluitend gebruikt voor activiteiten met betrekking tot de vereniging en worden niet aan derden verstrekt.
Cookies
- De VVR houdt gegevens bij van het bezoek op onze websites. De gegevens worden verzameld om anoniem, statistisch onderzoek te kunnen doen, met als doel het optimaliseren van onze website. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van cookies. Cookies zijn kleine tekstbestanden die door een website op een computer, tablet of mobiele telefoon worden geplaatst.
- Deze website maakt gebruik van Google Analytics cookies. Daartoe is een bewerkersovereenkomst met Google gesloten. IP adressen worden anoniem verwerkt. IP adressen zoals bijvoorbeeld 200.150.100.61, 200.150.100.179 etc. worden verwerkt als 200.150.100.0 en zijn daarmee niet meer te herleiden tot individuele bezoekers van deze website. Gegevens van bezoekers worden niet gedeeld met Google, noch met andere bedrijven.
- Er wordt geen gebruik gemaakt van andere Google-diensten in combinatie met de Google Analytics cookies van deze website.
Links naar andere websites
- Op de website van de VVR vindt u links naar andere websites. De VVR kan geen verantwoordelijkheid dragen voor de inhoud van die websites en voor de manier waarop die websites met uw gegevens omgaan. Lees hiervoor de privacyverklaring, indien aanwezig, van de website die u bezoekt.
Deze privacyverklaring treedt in kracht op 26 mei 2018.
Verslag symposium over de rechten van vrouwelijke asielzoekers
Utrecht 23 november 2017
Wat is er bekend over de situatie van vrouwen in opvangvoorzieningen voor asielzoekers in Nederland? Hoe staat het met hun veiligheid, hun privacy? Hoe is het gesteld met hun rechtspositie? De informatie hierover is niet altijd eenduidig.
De Vereniging voor Vrouw en Recht ‘Clara Wichmann’ (VVR) wilde in dit symposium opnieuw de stand van zaken opnemen en deze vooral in een juridisch kader bezien. Welke rechten kunnen vluchtelingenvrouwen ontlenen aan internationale verdragen, zoals het VN-Vrouwenverdrag (en Algemene Aanbeveling 32, waarin het CEDAW-Comité de verdragsverplichtingen aangaande vluchtelingen nader uitwerkt). En welke kunnen zij ontlenen aan het Europees recht, zoals de EU-Richtlijn over de opvang van asielzoekers uit 2013?
Onder dagvoorzitterschap van Katinka Lünnemann (Verwey-Jonker Instituut en vanaf de oprichting VVR-lid) spraken hierover vier deskundigen: Mastoora Sultani (directeur Stichting Femina), Michèle van Duijn (beleidsmedewerker COA), Ariane den Uyl (beleidsmedewerker Vluchtelingenwerk Nederland) en Eva Bezem (advocaat vreemdelingenzaken en VVR-lid).
Vanuit complementaire invalshoeken benaderden zij het onderwerp van de rechten van vrouwelijke asielzoekers en wat er kan of moet worden ondernomen om deze rechten te waarborgen. In dit verslag een impressie van de middag. Dia’s van de Powerpoint presentaties die Michèle van Duijn en Ariane den Uyl gebruikten zijn als bijlage opgenomen.
Katinka Lünnemann vertelt in haar openingswoorden dat het Verwey-Jonker Instituut samen met Movisie het Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS) vormt. Binnen dat kader heeft recent een verkennend onderzoek plaatsgevonden naar geweld tegen vrouwen in asielzoekerscentra en hoe de samenwerking verloopt tussen de medewerkers binnen de opvangcentra en de hulpverlening daarbuiten.
Mastoora Sultani belicht in haar presentatie met welke problemen vluchtelingvrouwen te maken krijgen als zij in een asielzoekerscentrum (AZC) terecht komen. Zij is zelf een Afghaanse vluchtelinge, hoog opgeleid, alleenstaand en heeft met haar vijf kinderen in een AZC gewoond. Ze heeft de stichting Femina opgericht om vluchtelingenvrouwen bij te staan.
Vluchtelingenvrouwen hebben een bagage, die je niet ziet. Zij komen uit een patriarchaal land, zijn in een totaal andere cultuur opgegroeid en hebben in dat land vaak veel ellende ondervonden. Vaak zijn zij getraumatiseerd door verkrachting in het land van herkomst of op de vlucht. Nederlandse wetgeving, leefcultuur en regels sluiten niet aan op ervaringen in hun ‘vorige leven’ inclusief de vlucht. Zij zijn nu in een vrij land maar dat betekent op zichzelf nog niet dat ze zich veilig voelen.
Daar wil de stichting Femina bij helpen. Zij herkennen de problemen die vrouwen met zich meedragen. Femina wil de vrouwen bewust maken van de mogelijkheden die Nederland biedt en helpt de vrouwen om hun ‘mindset’ te veranderen. Hoe kun je werkelijk genieten van die jou onbekende vrijheid? Iedereen wil hier thuis raken.
Femina traint vrouwen, bijvoorbeeld in het niet accepteren van geweld, het anders opvoeden van kinderen en dergelijke.
Qua rechten is er een heel pregnant probleem: na (gezins)hereniging heeft de aanvrager daarvan een absolute macht over de vrouw die met hem herenigd is, want hij is statushouder. De aanvrager kan zich jegens zijn vrouw misdragen (vanuit Nederlands perspectief) in allerlei opzichten. Zij kan echter niet scheiden, want dan loopt ze een levensgroot risico te worden teruggestuurd met achterlating van haar kinderen.
Hartenkreet vanuit de zaal: Kunnen vluchtelingvrouwen bij hereniging een zelfstandige vergunning krijgen los van de partner? Ook kinderen moeten een zelfstandige status krijgen.
Vraag: Richten jullie je alleen op vrouwen, of ook op mannen?
De belangrijkste activiteiten van Femina zijn gericht op vrouwen, maar ook mannen worden betrokken.
Volgens Sultani zoeken vrouwen niet gemakkelijk hulp, laat staan dat ze aangifte doen, want zij zijn onbekend met die mogelijkheid. Als vrouwen sterker worden (empowerment) komen zij met ondersteuning van Femina mogelijk wel tot het zoeken van hulp bij externe organisaties.
Michèle van Duijn werkt al geruime tijd bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Het COA is verantwoordelijk voor de kwalitatieve opvang en begeleiding van asielzoekers gedurende de asielprocedure. Het COA biedt de de begeleiding begeleiding maatwerk. Zo worden medewerkers getraind om de begeleiding af te stemmen op kwetsbare doelgroepen in de COA opvang, waaronder vrouwen. Asielzoekers die een gevaar kunnen zijn voor anderen – in dit geval voor vrouwen – worden in een corrigerend gesprek terecht gewezen, soms zelfs op straat gezet. Desnoods worden ze overgeplaatst naar een Extra Begeleiding en Toezicht Locatie (EBTL).
Van Duijn belicht dat het COA zeker de laatste jaren meer en meer de samenwerking zoekt met NGO’s en belangenorganisaties. Zo is in 2017 een platform opgericht om de afstemming en samenwerking met externe organisaties structureel vorm te geven als het gaat om voorlichting en begeleiding rondom artikel 1 van de Grondwet. Het COA is blij met de samenwerking in pilotvorm met Femina.
Er is bij asielzoekers en vergunninghouders een grote vraag naar toeleiding naar werk. Op dit punt ontstaat enige discussie: volgens sommigen ligt de nadruk op begeleiding van mannen naar en bij een beroepsopleiding, terwijl bij de vrouwen uitgegaan wordt van een primaire oriëntatie op huishouden en verzorging van kinderen. Zij zijn zich er vaak niet van bewust dat ook ander (betaald) werk mogelijk is voor hen. Natuurlijk zijn er ook vluchtelingenvrouwen met een (hogere) opleiding, maar volgens Sultani ligt hier voor vrouwen, inclusief de hogere opgeleide vrouwen, een extra handicap. Het primaire gevoel van vrouwen na de vlucht is namelijk gericht op het verzorgen van eigen kinderen. Soms zijn vrouwen er pas na jaren aan toe om hun blik naar buiten te richten.
Vanuit de zaal wordt er op gewezen dat er een heel andere problematiek is bij vrouwen zonder verblijfsvergunning: zij kunnen moeilijk aanspraak maken op de rechten die vluchtelingen toekomen. Gezinnen, die uitgeprocedeerd zijn, worden in een gezinslocatie van het COA zoals in Amersfoort gehuisvest. Van Duijn wijst er op dat vrouwen ook in die centra als er sprake is van bijvoorbeeld medische of psychiatrische problemen zo veel mogelijk naar geschikte hulpverlening toe worden geleid. Het recht op verblijf in een gezinslocatie houdt echter op als het jongste kind 18 jaar wordt.
Ariane den Uyl (VluchtelingenWerk Nederland) gaat in op de rechten die vrouwelijke vluchtelingen hebben, meer specifiek met betrekking tot een veilige opvang.
Het juridisch kader bestaat uit:
v VN-Vrouwenverdrag
- General Recommendation nr. 32 (14 nov 2014)
v Guidelines UNHCR
- Excom Conclusion 93 Reception
- Handbook for the Protection of Women and Girls (2008)
- Recommendations of Harmanisation fo Reception Standards in the EU
v Opvangrichtlijn 2013/33/EU
v Regeling Verstrekkingen Asielzoekers (Rva)
Met Excom Conclusion 93 (UNHCR) is de dringende aanbeveling gedaan om gezinsleden van vluchtelingen een zelfstandige status te geven. Nederland houdt zich daar onvoldoende aan. Als een man reden heeft om te vluchten, krijgt zijn vrouw een afhankelijke status.
Een probleem is dat geweld binnen het gezin door vrouwen vaak niet wordt gemeld omdat melding betekent dat vrouwen hun (afhankelijke) asielstatus verliezen. Geweld is dus een machtsmiddel in handen van (kwaadwillende) mannen.
Vrouwen behoren geïnformeerd te worden over hun rechten in het algemeen maar ook over recht op een veilige opvang.
Door Transact (inmiddels opgegaan in Movisie) is al weer enige tijd geleden onderzoek gedaan naar welke bouwkundige arrangementen tegemoet zouden komen aan de veiligheidsrechten voor vrouwen. Transact adviseerde sanitaire voorzieningen achter de eigen deur van vrouwen aan te brengen. Ook mogen er geen ramen in de deuren naar buiten zijn aangebracht. Er mag geen sprake zijn van lange donkere gangen.
Daarnaast constateerde Transact, dat afgelegen locaties van AZC’s gevaarlijk kunnen zijn voor vrouwen en verhinderen dat de vrouwen een netwerk opbouwen – terwijl dat juist veiligheid en empowerment kan bieden.
De EU- opvangrichtlijn is bindend in alle landen van de EU. In veel landen wordt het recht op medische zorg heel beperkt uitgelegd. In Nederland is dat in principe adequaat geregeld. Het basispakket voor Nederlanders = basispakket voor vluchtelingen. Toch levert dit soms specifieke problemen op. Een voorbeeld: toen de anticonceptiepil uit het basispakket gehaald was, moesten vluchtelingvrouwen dat ook zelf gaan betalen van hun zakgeld.
Een andere complicatie bleek bij gefolterde en verkrachte vrouwen. Ook zij hebben recht op geschikte zorg. Psychologische zorg is echter kostbaar, waardoor aanvankelijk vaak werd gezegd: wacht daar maar mee tot je een verblijfsstatus hebt. Dit kan echter lang duren – te lang. Er zijn overigens tegenwoordig wel speciaal getrainde GGZ-verpleegkundigen in het AZC beschikbaar, maar doorverwijzingen worden nog steeds weinig gedaan.
VluchtelingenWerk constateert dat de Opvangrichtlijn onvoldoende is geïmplementeerd omdat ten aanzien van de bepaling dat passende maatregelen moeten getroffen om geweldpleging en gender gerelateerd geweld te voorkomen, alleen is bepaald dat er een Huishoudelijke Reglement voor een AZC moet zijn waarin maatregelen worden beschreven.
Vermelding verdient de recente aandacht voor geweld in AZC’s tegen LHBT-ers. Speciale opvang is gewenst. Dat hoeft niet een aparte AZC- locatie te zijn, maar wel bijvoorbeeld dicht bij de receptie van het AZC.
Naar aanleiding van een opmerking uit de zaal bevestigt Den Uyl dat de verplichtingen voortvloeiend uit het Istanbul Verdrag ter Voorkoming en Bestrijding van Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld ook van toepassing zijn op de opvang van asielzoekers en op die van uitgeprocedeerden.
Er is ook een recht op het inroepen van een vertrouwenspersoon. Die moet dus in elk AZC beschikbaar zijn. Volgens Michèle van Duijn is dit inmiddels overal geïmplementeerd. Het COA heeft gekozen voor interne functionarissen. Ten opzichte van externe vertrouwenspersonen heeft dat als voordeel dat er veel sneller kan worden gehandeld.
Vanuit de zaal wordt opgemerkt dat een interne vertrouwenspersoon juridisch onwenselijk is, omdat er sprake is van botsing van belangen. Het COA moet immers ook strafmaatregelen treffen tegen (vermeende) daders. Ook kan de rol als vertrouwenspersoon botsen met de meldingsplicht van het COA over aspecten die van belang zijn voor de IND inzake een mogelijke terugkeer van de asielzoeker.
Volgens Van Duijn willen asielzoekers graag hun verhaal kwijt bij de vertrouwde (interne) medewerker.
VluchtelingenWerk werkt samen met het Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS), zowel binnen het AZC als ook daarbuiten. Er worden trainingen aangeboden. KIS beveelt ook samenwerking in een wijkgerichte aanpak aan.
Eva Bezem (advocaat vreemdelingenzaken) is de vierde inleider. Een advocaat komt pas in beeld, als de IND een voornemen heeft tot afwijzing van de asielaanvraag. Dat een advocaat niet aanwezig is vanaf het eerste gehoor, beperkt de bemoeienis van de advocaat. Deze kan de asielzoeker namelijk niet vanaf het begin inlichten over haar/zijn rechten en vertellen welke onderdelen van het vluchtverhaal belangrijk zijn voor de verblijfsstatus. Deze beperking in rechtshulp is onder meer vastgelegd in het Regeerakkoord. Er is geen groot politiek draagvlak voor rechtsbijstand aan asielzoekers. Mogelijk wordt dit veroorzaakt door de grote schommelingen in de aantallen asielzoekers.
Het is erg belangrijk, dat de advocaat de partners apart van elkaar hoort, om ook het verhaal van de vrouw te horen. Bij Eritrese vrouwen is het bijvoorbeeld erg moeilijk om er achter te komen wat er werkelijk speelt.
Huiselijk geweld komt veel voor in de AZC’s. Bezem wordt inmiddels als een vertrouwde hulpverleenster ervaren. Zo doet zij dan een melding van het huiselijk geweld op het politiebureau. Huiselijk geweld kon vroeger een reden zijn om vrouwen een zelfstandige verblijfsstatus te geven. Dat wordt tegenwoordig wel moeilijk gemaakt: zo weigerde men onlangs op het politiebureau om de aangifte van huiselijk geweld op te nemen. Verder moeten vrouwen het ondervonden geweld aantonen, waarbij de lat heel hoog ligt.
Vrouwen hebben niet altijd een eigen vluchtverhaal. Voorheen maakte het niet uit of een vrouw vanaf het begin een eigen asielstatus had. Sinds de wijziging van de Vreemdelingenwet in 2014 bestaat de mogelijkheid dat vrouwen hun verblijfsstatus verliezen bij scheiding als het huiselijk geweld niet kan worden bewezen. Daardoor is die eigen status veel belangrijker geworden.
De zogenaamde ‘nareizigers’ in het kader van de aangevraagde gezinshereniging worden gedwongen in te trekken bij de ‘referent’. De nareizigers hebben dus in principe geen zelfstandig recht op een vluchtelingenstatus; alleen als ze een eigen goed vluchtrelaas hebben. Als zij een eigen asielprocedure starten, hebben ze geen recht op opvang meer bij het COA. In feite dwingen de COA en de IND zo de nareizigster in een ‘gedwongen’ huwelijk te blijven.
In de schaduwrapportage aan CEDAW is dit automatisme dat het hele gezin bij elkaar blijft, gemeld.
Nu ook huiselijk geweld – zelfs indien bewezen – vaak geen zelfstandige vluchtelingenstatus meer kan opleveren, wordt dit ‘gedwongen’ huwelijk nog meer versterkt.
Na de paneldiscussie (waarvan de inhoud al is verwerkt in bovenstaande) sluit Katinka Lünnemann het symposium af onder dankzegging aan de inleiders.
Bijlage: de dia’s uit de powerpointpresentaties van Michèle van Duijn (COA) en Ariane den Uyl (VluchtelingenWerk) – zie PDF
Follow-up proces bij CEDAW – Commmunication No. 36/2012 Elisabeth de Blok et al vs the Netherlands
Teneinde na te gaan of (en te stimuleren dat) de aanbevelingen in de Views van gegrond verklaarde klachten onder het Facultatief Protocol bij het VN-Vrouwenverdrag uitgevoerd worden heeft CEDAW een follow-up proces.
Binnen een half jaar na CEDAW’s View moet de desbetreffende staat rapporteren hoe de aanbevelingen uitgevoerd worden. Die brief van de staat wordt vervolgens weer voorgelegd aan de klaagsters, die commentaar mogen leveren. Dat commentaar wordt vervolgens ter reactie weer voorgelegd aan de staat etc. Van het follow-up proces wordt verslag gedaan in CEDAW’s jaarverslag.
Op 5 april 2018 is de reactie op een brief van de Nederlandse regering eind november 2017 namens klaagsters verstuurd. Follow-up brief naar CEDAW 050418.
Bijlage bij deze brief: Factsheet Dutch CEDAW Network case De Blok et all November 2016_def
Niet verlengen arbeidsovereenkomst bij zwangerschap: billijke vergoeding
Rechtbank Den Haag deed op 21 maart 2018 een uitspraak ECLI:NL:RBDHA:2018:3433 waarmee een zwangere werkneemster een billijke vergoeding kreeg toegekend omdat haar tijdelijke arbeidsovereenkomst niet werd verlengd vanwege haar zwangerschap.
De administratieve medewerkster had een aanstelling van een half jaar.De hoogte van de billijke vergoeding in 3000 Euro, bijna twee maandsalarissen. Geen immateriële schadevergoeding.
Als juridisch kader vermeldt de kantonrechter onder meer:
5.2. Voorts bepaalt artikel 7:673 lid 9 sub b BW dat de kantonrechter – bij een dienstverband met een lengte als het onderhavige – een billijke vergoeding kan toekennen indien het niet voorzetten van het dienstverband het gevolg is van ernstig verwijtwaar handelen van de werkgever. Van ernstig verwijtbaar handelen is zonder meer sprake bij het maken van verboden onderscheid tussen mannen en vrouwen.
Zie noot Marlies Vegter in JAR 2018/96.
EHvJ: bij collectief ontslag hoeven zwangere vrouwen niet uitgezonderd te worden
Op 22 februari 2018 heeft het EHvJ in een Spaanse zaak bepaald dat het niet in strijd is met EU-recht als nationale wetgeving toelaat dat bij een met vakbonden uitonderhandeld collectief ontslag ook een zwangere vrouw tijdens haar zwangerschap wordt ontslagen (met een bepaalde vergoeding). Duidelijk was dat het ontslag niets met de zwangerschap te maken had en dat was voor het Hof cruciaal.
Uitdrukkelijk stelde het EHvJ dat nationale wetgeving die een verdergaande bescherming bieden aan zwangere, pas bevallen en zogende werkneemster, eveneens in lijn is met het EU-recht.
Hof Amsterdam: ook zonder formele klacht had werkgever onderzoek moeten doen naar incidenten seksuele intimidatie
Hof Amsterdam sprak zich op 6 maart 2018 uit over de hoogte van de billijke vergoeding aan werkneemster die onterecht wegens werkweigering op staande voet was ontslagen. (ECLI:NL:GHAMS:2018:786)
Het Hof is het met beschikking van de kantonrechter eens: onterecht ontslag op staande voet en toekenning billijke vergoeding van € 12.000. Het lag het op de weg van werkgever om naar aanleiding van de melding van seksuele intimidatie en de klacht over onveiligheid op de werkplek nader onderzoek te doen naar de incidenten en vervolgens voor werkneemster een veilige werkomgeving te creëren opdat werkneemster weer kon terugkeren naar haar werk. Dit te meer nu een leidinggevende bij de werkgever in een gesprek had aangegeven dat hetgeen werkneemster hem vertelde voor hem onacceptabel was. Werkgever heeft dit onderzoek echter nagelaten met als gevolg dat werkneemster ook na 2 januari 2017, de dag waarop volgens de bedrijfsarts werkneemster niet langer als arbeidsongeschikt kon worden beschouwd, niet terugkeerde op haar werk. In plaats daarvan heeft werkgever de druk op werkneemster opgevoerd door haar werkweigering te verwijten, met ingang van 4 januari 2017 haar loon geheel of gedeeltelijk in te houden en vervolgens te dreigen met ontslag op staande voet als zij niet op het werk zou verschijnen. Anders dan werkgever heeft gesteld had zij ook zonder een officiële klacht onderzoek kunnen doen naar het door werkneemster beschreven voorval en de nodige maatregelen kunnen nemen. werkgever heeft dit echter verzuimd. Werkgever heeft slechts volstaan met het confronteren van de vermeende dader met de klacht van werkneemster en de reactie van die vermeende dader hierop die neerkomt op een integrale ontkenning, te delen met werkneemster.
Verslag Expertbijeenkomst VN-Vrouwenverdrag en Gendergerelateerd Geweld, 15 februari 2018
Het Netwerk VN-Vrouwenverdrag organiseerde in samenwerking met de VVR en Movisie een bijeenkomst over algemene aanbeveling nr. 35 van het CEDAW-comité (juli 2017) over gendergerelateerd geweld en de implicaties hiervan voor het Nederlandse beleid. Hier vindt u het verslag van de bijeenkomst op 15 februari 2018.
Verslag VVR-symposium rechten van vrouwelijke asielzoekers, 23 november 2017
Verslag Symposium vrouwelijke asielzoeksters 23 november 2017 def
Over eenzelfde thematiek overhandigden de Nederlandse Vrouwenraad, Vrouwen van Nu, Zonta Nederland, Passage Christelijk-maatschappelijke vrouwenbeweging en Vrouwennetwerk NVVH op 5 maart 2018 het Manifest Vrouwen Vluchtelingen Veiligheid aan politiek, gemeenten en organisaties uit de asielketen.
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen c.q. seksuele intimidatie
Op 20 maart 2018 publiceerde rechtspraak.nl een half jaar eerder gedane uitspraak van Rechtbank Noord-Holland: ontbinding wegens (ernstig) verwijtbaar handelen (seksuele intimidatie), met gedeeltelijk toekenning transitievergoeding. ECLI:NL:RBNHO:2017:11593
Het betrof een supermarktmanager tegen wie door een werkneemster bij de assistent supermarktmanager melding was gemaakt van seksuele intimidatie. Nadat de assistent de zaak had doorgeleid naar de leidinggevende van de manager zijn door verschillende medewerksters ook klachten ingediend. De leidinggevende heeft snel samen met de HR Business manager een gesprek gehad met de supermarkt manager en deze vanaf dat moment op non-actief gesteld met behoud van salaris.
Relevant zijn de cao-bepaling inzake bestrijding van seksuele intimidatie, vermelding in de gedragsregels, de folder Ongewenste omgangsvormen en (landelijke) Klachtenregeling Ongewenste Omgangsvormen van het bedrijf, die onder meer voorziet in een vertrouwenspersoon en een klachtencommissie.
Werkgever verzoekt ontbinding wegens verwijtbaar handelen, c.q. seksuele intimidatie jegens verschillende medewerkers (met opsomming van de gewraakte gedragingen en overlegging van, geanonimiseerde maar wel ondertekende, verklaringen van de betreffende medewerksters).
De kantonrechter verwerpt het verweer van de manager uitvoerig en gemotiveerd. Zo acht de kantonrechter niet noodzakelijk dat klagers en gedrager zich tegenover elkaar dienen uit te spreken, gelet op de gezagsverhouding en de aard van de verweten gedragingen. Ook verwerpt de kantonrechter het verweer dat betrokkene eerst gewaarschuwd had moeten worden, ook gelet op het feit dat een supermarktmanager een voorbeeldfunctie vervult.
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen en ziet termen voor gedeeltelijke (ong. 50%) toekenning van de transitievergoeding.