Instantie: Voorzitter Ambtenarengerecht Rotterdam, 19 december 1990

Technisch opzichter-tekenaar bij gemeente vraagt ouderschapsverlof vooreen dag in de week gedurende een half jaar. Gemeente weigert op grond vandienstbelang: wegens omvangrijke… Lees verder →

Instantie: Centrale Raad van Beroep, 6 december 1990

Gedaagde is voorlopig geschorst en ontslagen, omdat er regelmatigincidenten plaatsvonden waarbij sprake was van seksuele intimidatie.Het in eerste aanleg geleverde bewijs mag in… Lees verder →

Instantie: Centrale Raad van Beroep, 29 november 1990

Gedaagde heeft van ongeveer maart 1977 tot de zomer van 1978 een seksuelerelatie gehad met een toen 14-15 jarige ex-leerling van de muziekschool.Deze zaak is, volgens eiser, met de… Lees verder →

Instantie: Centrale Raad van Beroep, 18 oktober 1990

Eiser is veroordeeld wegens het plegen van incest. Nadat het vonnis inkracht van gewijsde was gegaan is eiser ontslagen. De collega's wilden nietlanger met eiser werken. Desondanks is… Lees verder →

Instantie: Ambtenarengerecht ‘s-Gravenhage, 19 juni 1990

Klager is door verweerder ontslagen omdat hij is veroordeeld wegens hetmisdrijf incest. De ernst van het vergrijp, dat geen enkele relatie heeft metde werksfeer, staat vast. Morele… Lees verder →

Instantie: Centrale Raad van Beroep, 22 mei 1990

De zogenaamde BOPA-regeling heeft tot gevolg gehad dat het bruto-salaris van vrouwen, gehuwd met een ambtenaar, werd verlaagd met het bedragaan premie AOW/AWW, dat de man bij de aanslag… Lees verder →

Instantie: Centrale Raad van Beroep, 13 maart 1990

Eiser heeft gedaagde ontslagen omdat er sprake was van seksueel geweldjegens patienten door gedaagde. Volgens de Raad is er sprake vanplichtsverzuim, maar aan gedaagde kan niet worden… Lees verder →

Instantie: Kantonrechter Amsterdam, 27 juli 1989

Eiseres stelt dat als gevolg van de BOPA-regeling voor haar geen althansonvoldoende premie AOW/AWW door haar werkgever is betaald. De vordering wordtgedeeltelijk toegewezen. Lees verder →

Instantie: Ambtenarengerecht Utrecht, 7 juli 1989

Is de mannelijk kandidaat die de voorkeur bezit van de benoemingscommissiede meest geschikte kandidaat en kan het voorkeursbeleid afwijking van debenoemingsvoordracht rechtvaardigen. Lees verder →