Nieuwsbrief februari 2026

Verslag Congres Seksueel Grensoverschrijdend gedrag online
Het verslag van het geanimeerde VVR-congres op 26 november 2025, waarin seksueel grensoverschrijdend gedrag van uit diverse perspectieve werd bezien, is af. Hier is delink. Volgende week wordt het naar de deelnemers (en afmelders) verstuurd.
Ook de (concept) besluitenlijst van de aan het congres voorafgaande Algemene Ledenvergadering (ALV) van de VVR staat inmiddelsonline.

Drukbezochte bijeenkomst over vergroten van veiligheid voor slachtoffers van huiselijk geweld
Het was volle bak op dinsdagmiddag 10 februari 2026 in Rotterdam. Meer dan 30 professionals die werken met slachtoffers van huiselijk geweld deelden hun kennis en best practices. Ze gingen met elkaar in gesprek over de vraag hoe iedereen, vanuit hun eigen rol, kan bijdragen aan de veiligheid van slachtoffers en hun kinderen. Raadsmedewerkers, advocaten, rechters, hulpverleners, jeugdbeschermers in vrijwillig of gedwongen kader – ze waren er allemaal in deze middag gemodereerd door VVR-bestuurslid Ariane Hendriks. Van de bijeenkomst wordt een verslag gemaakt, dat t.z.t. beschikbaar wordt gesteld op oud-vvr.computersaysno.eu (en toegestuurd wordt naar de deelnemers).

Met liefde heeft het niets te makengenomineerd voor Carla Atzema Soroptimistprijs
Via een bericht op LinkedIn is op 5 februari j.l. bekend gemaakt dat het afgelopen september gepubliceerdeboek van Ariane Hendriks en Ingrid Vledder over het herkennen van intieme terreurgenomineerd is voor de tweejaarlijkse  Carla Atzema Soroptimistprijs. Deze prijs bekroont journalistieke en mediaproducties die bijdragen aan een betere positie van vrouwen en meisjes en maatschappelijke ongelijkheid zichtbaar maken. Er zijn vier andere genomineerden:
• Vrouwen willen meer dan een roze creditcard – Ilse de Witte (boek, BE)
• Diagnose: Endometriose – Débora Votquenne & D. Islamaj (documentaire, BE)
• Blauwe ballen – Sunny Bergman (documentaire)
• Stem op een vrouw – Devika Partiman (boek/essay)
Op 16 april 2026 vindt de prijsuitreiking plaats in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam (kaartjesvoor niet-Soroptimisten € 35).
Proficiat Ariane en Ingrid! Ook met de herdrukken (inmiddels al de 5de).

Drie factsheets voor CEDAW-sessie 92 (februari 2026)
Op 6 februari jl. vond de constructieve dialoog plaats tussen de Nederlandse regeringsdelegatie en het VN-Vrouwenrechtencomité. Deze dialoog vormt een vast onderdeel van de Nederlandse rapportageprocedure aan CEDAW. Tijdens de dialoog stellen de comitéleden vragen aan de Nederlandse delegatie over de implementatie van het VN-Vrouwenverdrag. Om het Comité te informeren over zeer recente ontwikkelingen die niet in de schaduwrapportage en het Addendum daarop konden opgenomen, heeft de VVR over drie thema’s aanvullende factsheets opgesteld. Ze zijn door de delegatie van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag onder de aandacht gebracht van de Taske Force NL van CEDAW.
Legal Status of the Convention tbv CEDAW(samen met het Netwerk VN-Vrouwenverdrag)
Developments with respect to domestic work(samen met Bureau Clara Wichmann)
Very few general practitioners licensed to prescribe abortion pills(samen met Bureau Clara Wichmann)

Directe werking Art. 9.2 VN-Vrouwenverdrag: Minister van Buitenlandse Zaken in hoger beroep
Een van de actuele ontwikkelingen betrof deuitspraak van Rechtbank Den Haagdie vlak voor kerst directe werking toekende aan Artikel 9 lid 2 van het VN-Vrouwenverdrag. Dit artikel bepaalt dat vrouwen gelijke rechten hebben als mannen om een nationaliteit te verkrijgen, te behouden en door te geven aan hun kinderen. Rb Den Haag wees op de vaste rechtspraak inzake directe werking van het VN-Vrouwenverdrag, met een verwijzing naar de uitspraak van de CRvB over de uitkeringsrechten van de zwangere zelfstandigen ECLI:NL:CRVB:2017:2461. Artikel 9 lid 2 van het VN-Vrouwenverdrag is voldoende concreet en laat geen ruimte voor keuze of beleidsvrijheid, aldus de meervoudige kamer. Pal voor de informele lunchbriefing met de Task Force NL van CEDAW op donderdag 5 februari liet de advocaat weten dat de Minister van Buitenlandse Zaken hoger beroep heeft aangetekend bij de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak). Door digitaal deel te nemen aan de lunchbriefing kon VVR-voorzitter Leontine Bijleveld dit meegeven aan Task Force NL van CEDAW. Er zijn vragen over de kwestie gesteld, waar de delegatie geen antwoord op heeft gegeven. Wie weet komt het in de Concluding Observations die op 23 februari verwacht worden aan de orde.
Met advocaat Flip Jansen heeft de VVR afgesproken mee te denken over het verweerschrift tegen het hoger beroepsschrift.

Nederlandse abortuswetgeving niet in lijn met de internationale mensenrechtennormen
Op 23 december 2025 hebben de VVR en Bureau Clara Wichmann gezamenlijk een bijdrage (submission) ingediend bij het VN-Vrouwenrechtencomité in het kader van de constructieve dialoog.  De bijdrage was geïnspireerd door de key note van CEDAW-lid Genoveva Tisheva tijdens het symposium Safeguarding Abortion Rights: Dutch Law in Context, op 18 september 2025 georganiseerd door het Netwerk VN-Vrouwenverdrag samen met VVR en BCW. Hier vindt u eenlinknaar zowel de submission als ook het Engelstalige verslag van het symposium.

Reactie VVR internetconsultatie initiatiefwetsvoorstel Meerouderschap
Op 15 januari 2026 heeft de VVR een reactie ingeleverd ter gelegenheid van de internetconsultatie over het initiatiefwetsvoorstel Meerouderschap. De reactie komt mede voort uit het VVR-congres 2019, dat gewijd was aan het advies van de Staatscommissie Herijking Ouderschap. Een link naar zowel de VVR-reactie als het verslag van het VVR-congres 2019 ishierte vinden.

Diverse activiteiten rond opheffen verboden indirecte discriminatie PGB-zorgverleners
Het is bijna drie jaar na de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) die eind maart 2023 oordeelde dat Rechtbank Rotterdam in december 2021 terecht had geoordeeld dat het uitsluiten van PGB-zorgverleners van sociale zekerheid verboden discriminatie is – strijd met Richtlijn 7/79/EEG. Het wetsontwerp dat de uitspraak van de CRvB moet codificeren is inmiddels bij de Eerste Kamer beland. De Commissie SZW heeft op 10 februari besloten dat de fracties inbreng voor het verslag over vier weken moeten leveren. De nota n.a.v. het verslag zal t.z.t. door de 5debij het dossier betrokken minister van sociale zaken naar de Eerste kamer gestuurd worden. Wordt vervolgd.
Kortheidshalve verwijst de webredactie naar debrief van Bureau Clara Wichmann, FNV en VVRmet een oproep aan de tweede Kamer om SGP en CDA amendementen te verwerpen en naar hetcommentaarvan Leontine Bijleveld die het wetgevingsoverleg van de vaste commissie SZW in de Tweede Kamer op 19 januari 2026 beluisterde.

Brainstorm over Scriptieprijs van de VVR
Op de ALV is enthousiast van gedachten gewisseld over het door de kascommissie opgeworpen idee om een VVR-scriptieprijs in te stellen. Er is voldoende geld is kas om zo’n prijs, of zelfs twee (bijvoorbeeld één voor WO en één voor HBO) een flink aantal jaren te kunnen financieren. Besloten is een Werkgroep Scriptieprijs in te stellen om het idee uit te werken waarvoor twee leden en twee bestuursleden zich hebben opgegeven. Streven is om in het tweede kwartaal een digitale brainstorm te organiseren. Enige bestuursleden hebben al toegezegd wat ervaringen in andere disciplines te verzamelen. Bij dezen de uitnodiging aan leden die niet op de ALV aanwezig waren en wel mee willen denken om zich aan te melden via hetcontactformulier.

Fact sheet Developments with respect to domestic work t.b.v. CEDAW sessie 92 (februari 2026)

Over recente ontwikkelingen met betrekking tot de rechtspositie van huishoudelijk werkers en PGB-zorgverleners heeft de VVR samen met Bureau Clara Wichmann een fact sheet gemaakt voor CEDAW’s sessie 92. In eerdere Conluding Observations heeft CEDAW concrete aanbevelingen gedaan om huishoudelijk personeel dezelfde rechten te geven als andere werknemers en de Regeling dienstverlening aan huis af te schaffen.
Het fact sheet is naar de delegatie van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag in Genève gestuurd die het onder de aandacht van CEDAW zal brengen.

Factsheet Domestic Work_NL_CEDAW-session 92

Fact sheet Very few general practitioners licensed to prescribe abortion pills t.b.v. CEDAW-sessie 92 (februari 2026)

Omdat er gegevens waren verschenen over het aantal huisartsen met een vergunning voor het voorschrijven van medicamenteuze abortus tot negen weken zwangerschap per 1-1-2026 hebben VVR-bestuursleden Leontine Bijleveld en Fleur van Leeuwen een fact sheet gemaakt, mede ondertekend door Bureau Clara Wichmann, ten behoeve van CEDAW-sessie 92. Het is een aanvulling op de schaduwrapportage Discrepancy between Dutch abortion legislation and international human rights standards van de VVR samen met Bureau Clara Wichmann. Het fact sheet is naar de delegatie van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag in Genève gestuurd die het onder de aandacht van CEDAW zal brengen.

Factsheet Few General Practitioners with a license to prescribe abortion pills_CEDAW session 92

Fact sheet Legal Status of the Convention tbv CEDAW sessie 92 (februari 2026)

Rechtbank Den Haag heeft op 22 december 2025 directe werking toegekend aan artikel 9 lid 2 van het VN-Vrouwenverdrag. Artikel 9 bepaalt dat vrouwen gelijke rechten moeten hebben als mannen om een nationaliteit te verkrijgen, te behouden en door te geven aan hun kinderen. Een samenvatting van de uitspraak (ECLI:NL:RBDHA:2025:25577) en een link staat in de jurisprudentierubriek.

Leontine Bijleveld schreef een blog over de uitspraak en de context op de website van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag.
En een fact sheet om CEDAW te informeren, bijeen in Genève voor de 92ste sessie – met op 6 februari de constructieve dialoog met de regeringsdelegatie van het Koninkrijk der Nederlanden.
Factsheet direct applicability CEDAW art. 9.2_29012026

Leontine Bijleveld: Commentaar n.a.v. wetgevingsoverleg Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis

Op 19 januari 2026 was het eindelijk zover: in de Tweede Kamer hield de vaste commissie voor sociale zaken en werkgelegenheid een wetgevingsoverleg over Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Ik volgde het debat via livestream (terugkijken, ook stenografisch verslag beschikbaar via deze link) en lever hieronder commentaar.

Eerst een korte samenvatting van het voorafgaande. Het wetsvoorstel beoogt tienduizenden zorgverleners, die op minder dan vier dagen voor een PGB-houder werken, eindelijk dezelfde rechten te geven als andere werknemers, waaronder zorgverleners die op vier of meer dagen in de week voor een budgethouder werken. De uitzonderingsbepalingen van de Regeling dienstverlening aan huis (Regeling dah) in arbeidsrecht en sociale zekerheid gelden dan niet meer voor de de zorgverleners werkzaam op minder dan vier dagen voor een budgethouder..
De wetswijzing is noodzakelijk omdat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) eind maart 2023 oordeelde dat deze uitzonderingsbepalingen voor de PGB-zorgverleners verboden indirecte discriminatie vormden, waarvoor geen objectieve rechtvaardiging bestaat – strijd met Richtlijn 79/7/EEG.

Amendementen
Amendementen op het wetsvoorstel van SGP en CDA uit december 2025 beogen de impact van de uitspraak van de CRvB te beperken. In een brief aan de leden van de Tweede Kamer (15 december 2025) legden Bureau Clara Wichmann, FNV en de VVR uit waarom dat niet kan en mag (zie uitleg op oud-vvr.computersaysno.eu).Op 15 januari 2026 heeft de VVR de brief nogmaals onder de aandacht van de woordvoerders van de verschillende fracties. Even later, vlak voor het wetgevingsoverleg, bleken SGP en CDA hun amendementen te hebben samengevoegd met nieuwe nummering. Ook van D66 en GroenLinks/PvdA  zijn er amendementen (deels samen ingediend): .
De ‘nieuwe’ samengevoegde amendementen bleven ongenoemd in een kritische email-reactie van SGP-zijde maandagochtend 19 januari aan mij. De SGP betichtte VVR cs ervan onjuiste informatie te geven over de (oude) SGP-amendementen door te schrijven dat die de wetswijziging wil beperken tot toegang tot de WW. Er had moeten staan ‘beperken tot de werknemersverzekeringen’. Grote woorden, die verwachtingen schiepen dat de SGP zelf in het wetgevingsoverleg  juiste informatie te berde zou brengen. Die verwachtingen kwamen niet uit.

Geven de SGP-amendementen PGB-zorgverleners wel toegang tot andere werknemersverzekeringen dan de WW?
In onze ogen materieel niet: de amendementen geven de betreffende PGB-zorgverleners geen toegang tot de werknemersverzekering (vangnet) Ziektewet, dat komt mede door de beperkte doorbetaling bij ziekte (maximaal zes weken). Dat het amendement PGB-zorgverleners misschien toegang zal geven tot de WIA (Wet Inkomen naar Arbeidsvermogen) in geval van arbeidsongeschiktheid na een periode van 98 weken zonder inkomen, vinden we eigenlijk, juist vanwege de lange periode zonder inkomen, ook geen toegang tot de werknemersverzekeringen. Minister Paul wees daar ook al op toen ze het betreffende amendement met nadruk ontraadde tijdens het wetgevingsoverleg.
Die 98 weken zonder inkomen worden veroorzaakt door het amendement dat beoogt voor PGB-zorgverleners werkzaam op minder dan vier dagen in de week de verkorte loondoorbetaling bij ziekte van zes weken in stand te houden (andere werknemers 104 weken).
Een ander amendement beoogt ook de toegang tot uitkeringen uit de Wet Arbeid en Zorg uit het wetsvoorstel ter halen. Dit zijn, zoals minister Paul terecht opmerkte, ook werknemersverzekeringen. Daarom ontraadt ze ook dit amendement met nadruk.
Conclusie: de SGP beperkt met de amendementen de Wet aanpassing Regeling Dienstverlening aan Huis niet tot de werknemersverzekeringen – het verwijt van de SGP naar Bureau Clara Wichmann, FNV en de VVR treft geen doel.

Knagen aan de rechtstaat
Vijf van de zeven woordvoerders (SGP, CDA, VVD, JA21, PVV) uitten direct of indirect kritiek op de uitspraak van de CRvB. In onze ogen knagen politici, die het oordeel van de hoogste rechters in Nederland ter discussie stellen, aan de rechtstaat. Een kern daarvan is immers onafhankelijk rechtspraak. Juist parlementariërs hebben, net als bewindspersonen, een voorbeeldfunctie als het gaat om het hoog houden (en het verdedigen) van de rechtstaat. Sommige woordvoerders probeerden de bewindspersonen ook een uitspraak over de  inhoud van het oordeel van de CRvB te ontlokken, maar die hielden zich daar verre van.
Daarbij wekten de betreffende woordvoerder sterk de indruk geen kennis te hebben genomen van de uitspraak zelf, niet goed te begrijpen wat indirecte discriminatie is, hoe hoog de lat ligt bij de objectieve rechtvaardigingstoets. Ook leken ze niet te begrijpen dat het uitgesloten is dat, als de CRvB in het ene geval (WW en opbouw arbeidsverleden) oordeelt dat de uitzonderingspositie in de Regeling dah voor PGB zorgverleners niet gerechtvaardigde en dus verboden indirecte discriminatie is, andere uitzonderingbepalingen (zoals loondoorbetaling bij ziekte – eveneens onder bereik van Richtlijn 79/7/EEG) voor dezelfde beroepsgroep opeens wel gerechtvaardigd zouden vinden. Als de hoogste bestuursrechter in sociale zekerheid dat oordeel is toegedaan, dan zullen hoogstwaarschijnlijk ook andere rechters in die lijn oordelen.
Op zich valt het kamerleden niet te verwijten dat ze zelf geen juridische expertise bezitten, maar ze kunnen (en moeten zelfs) deskundigen raadplegen. Als kamerlid zijn ze immers ook verantwoordelijk voor de kwaliteit en deugdelijkheid van wetgeving, zoals keer op keer geconcludeerd wordt in parlementaire enquêtes. D66 woordvoerder Neijenhuis legde het desgevraagd nog eens uit aan SGP’er Flach: als je het bij heel veel mensen en partijen checkt is de uitkomst steeds hetzelfde, dezelfde redenering zal van toepassing zijn. Nu via amendementen uitzonderingsbepalingen weer in de Regeling dah zetten, om ze dan later weer te moeten toevoegen, is jojobeleid waarmee budgethouders geen dienst wordt bewezen. Aldus Neijenhuis. Ook PGB-zorgverleners zitten daar niet op te wachten, zou ik er aan willen toevoegen.

SGP aanjager van oppositie tegen wetsvoorstel
SGP-er Flach was de eerste spreker met een uitvoerig betoog dat niet veel later op de SGP-website geplaatst is. Flach begon met het schetsen van het beeld van onmachtige budgethouders, die niet in staat zouden zijn als werkgever op te treden en slechts een behoorlijk leven kunnen leiden als zorgverleners zonder werknemersrechten dat met hun zorg mogelijk maken. Die zorgverleners zouden geëmancipeerde vrouwen zijn die alleen maar gericht zijn op het welzijn van hun cliënt en helemaal geen behoefte hebben aan sociale bescherming. In onze ogen doet Flach daarmee zowel budgethouders als zorgverleners ernstig tekort.
Flach vond het onbegrijpelijk dat de CRvB was teruggekomen op een uitspraak van 30 jaar geleden (1996), die de uitzonderingspositie van PGB-zorgverleners wel zou billijken. Alsof de maatschappij en de jurisprudentie sindsdien niet veranderd zouden zijn.. Anders dan hij stelt ging de uitspraak van de CRvB uit 1996 niet over een PGB-situatie, het woord PGB komt niet in de uitspraak voor. Het ging ook niet over publiek geld, maar over de vraag of een uit privaat geld particulier ingehuurde verpleegster arbeidsverleden had opgebouwd in die dienstbetrekking. Dit was relevant voor de duur van de WW-uitkering van de verpleegster die uit een latere ‘echte baan’ werkloos was geworden. De Regeling Dah bestond toen nog niet, wel een uitzonderingspositie voor huishoudelijk personeel in dienst van een particulier huishouden op doorgaans minder dan drie dagen.in o.a. de werknemersverzekeringen.
Met Belastingplan 2007 (ingediend 25 september 2006) is dit aantal dagen (ongemotiveerd) uitgebreid naar doorgaans minder dan vier dagen en Regeling Dah gaan heten. Anders dan Flach stelde was de Regeling Dah niet in het leven geroepen om budgethouders te ontlasten. Doelstelling was de bevordering van werkgelegenheid in de persoonlijke dienstverlening, als alternatief voor de witte-werkstersregeling. De juist voor budgethouders profijtelijke effecten, een dag meer goedkopere zorg kunnen krijgen van dezelfde zorgverleenster zijn destijds niet aan de orde geweest.. .
Veel onjuiste informatie in het betoog van Flach, maar het bontste maakte hij het waarschijnlijk in zijn antwoord op een vraag van kamerlid Patijn (GL/PvdA) dat er geen enkele aanwijzing is om te veronderstellen dat er in de toekomst meer van dit soort uitspraken worden gedaan. Dit is, vriendelijk gezegd, wensdenken. In de eigen bewoordingen van de SGP: onjuiste informatie geven.

De dilemma’s van het CDA
Het nieuwe kamerlid mevrouw Bühler was de volgende spreker. Ook zij vertrok vanuit het perspectief van de PGB-houder, die ze positioneerde als een kleine ondernemer met één of een paar personeelsleden, als het wetsvoorstel ongewijzigd aanvaard zou worden.
Zelf ondernemer plaats ik daar een kanttekening bij:
Veel ondernemers met vergelijkbaar aantal werknemers zouden tekenen voor alle gratis faciliteiten die de PGB-houder als werkgever van de SVB krijgt, waaronder:
– salarisadministratie, inclusief jaaropgave, inhouding en afdracht premies en loonbelasting, vakantiedagenadministratie e.d.;
– betaling van de transitievergoeding voor personeelsleden die min of meer onvrijwillig moeten vertrekken;
– volledige compensatie van (maximaal 104 weken) loondoorbetaling bij ziekte plus extra budget voor het inhuren van vervanging van de zieke;
– volledige arbodienstverlening, inclusief preventieadviezen, en begeleiding van ziekte werknemers;
– aansprakelijkheidsverzekering als werknemers per ongeluk iets beschadigen;
– juridisch advies en bijstand, incl. mediation, c.q. rechtsbijstandsverzekering bij onverhoopte conflicten met werknemers;
– hulp bij alle rompslomp rond opzegging en ontslagaanvraag;
– advisering bij alle arbeidsrechtelijke zaken, zowel de voor de budgethouder nieuwe werkgeversverplichtingen als de onder de Regeling dah reeds bestaande werkgeversverplichtingen.
– de financiële compensatie voor alle werkgeverspremies en -bijdragen (in ieder geval voor twee jaar).
Ik denk niet dat de echte kleine ondernemers jaloers zijn op al deze ondersteuning van de PGB-houder, omdat een PGB pas verkregen kan worden voor/door personen met een (grote) beperking. Het zet wel de vergelijking die Bühler maakte in een ander daglicht.

Inkomen bij ziekte of niet?
In haar bijdrage besteedde mevrouw Bühler geen aandacht aan de per amendement voorgestelde herinvoering van een beperkte loondoorbetaling (zes weken). Het geeft bij ziekte: geen toegang tot een uitkering van de werknemersverzekering Ziektewet, maar laat wel zieke zorgverleners zonder inkomen zitten na zes weken ziekte.
Richtlijn 79/7/EEG is glashelder over de werkingssfeer (art. 3 lid 1): ook wettelijke regelingen die bescherming bieden tegen (.) ziekte (…) vallen hieronder. Dus ook de volledige loondoorbetaling bij ziekte. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de uitzonderingsbepaling van de Regeling dah in strijd is met Richtlijn 79/7/EEG. Dat is dit amendement dus evenzeer.
Bühler vond kennelijk, net als sommige andere woordvoerders, dat pas als nieuwe rechtelijke uitspraken deze strijdigheid bevestigen de volledige 104 weken loondoorbetaling bij ziekte ook aan PGB-zorgverleners mag toekomen. De vraag kan opgeworpen worden of ze zich de consequentie hiervan helemaal realiseerden: zieke zorgverleners die moeten procederen tegen hun zieke budgethouder, UWV en SVB en liefst alle drie tegelijk, want anders verschuilt de een zich achter de ander.
In zo’n procedure in 2024 kreeg de zieke zorgverleenster die zonder inkomen kwam te zitten van de kortgeding rechter van Rechtbank Noord Nederland een tijdelijke voorziening toegewezen. Na uitspraak op bezwaar (door de SVB, durfde ze niet verder te procederen vanwege haar gezondheid! Heel begrijpelijk.
Met Mr. Malva Driessen schreef ik over deze zaak een annotatie hierover [1], waarin wij tevens een onderwerp aansneden dat in het geheel niet aan de orde is geweest in het wetgevingsoverleg: de perverse prikkel die uitgaat van de Rdah door zorgverleners die op minder dan vier dagen onder de uitzonderingbepalingen te laten vallen en zorgverleners met minder uren, maar wel werkzaam op vier of vijf dagen, wel volledige sociale rechten toe te kennen. De zieke zorgverleenster uit de door ons geannoteerde casus werkte 28 uur in drie lange dagen van 9 uur en 20 minuten (daar komen de wettelijk verplichte pauzes en de reistijd nog bij). Zorgverlening is in het algemeen zwaar werk. De reden om de zorgverlening van werkneemster op drie dagen te concentreren was budgettair: geen afdracht werkgevers premies werknemersverzekeringen en werkgeversbijdrage Zorgverzekeringswet. Zo kon de budgethouder meer uren zorg inkopen uit het toegekende PGB dan bij spreiding van de werkuren over vier of vijf dagen. Zorgplicht voor de werknemer-zorgverlener en preventie van arbeidsongeschiktheid, ook nu al werkgeversverplichting voor alle PGB-houders, kwamen op het tweede plan. Daar betaalde de zorgverleenster een dure prijs voor.

Tol slot
Mevrouw Bühler maakte aan het slot van haar betoog duidelijk dat ze goed naar het debat en vooral ook naar de reactie van de bewindspersonen zou luisteren om, met haar fractie, te kunnen beoordelen of ze haar amendementen zou handhaven of niet.
Kennelijk hebben de bewindspersonen, sommige andere kamerleden en externe experts (waaronder een brief van ondergetekende) de CDA-fractie overtuigd. De CDA-amendementen blijken deels ingetrokken te zijn, waarop Flach die van de SGP donderdag 22 januari deels opnieuw moest indienen. Het amendement dat het mogelijk maakt verschillende artikelen van de wet op een verschillend tijdstip in te voeren, afhankelijk van de uitkomst van nadere procedures is gehandhaafd. Nog steeds jojobeleid en dus onzekerheid voor PGB-houders en zorgverleners en meer procedures in het vooruitzicht. Als het amendement wordt aangenomen.

Dat maakte de stemmingen over amendementen en moties op 27 januari 2026, vandaag dus, extra spannend.

Naschrift: de stemmingen over de amendementen zijn inmiddels achter de rug. Het was lastig te volgen door het hoge tempo. Het lijkt er op dat de meeste amendementen verworpen zijn: over beperken loondoorbetalingsplicht en beperken ontslagrecht, over het laten bestaan van de wet arbeid en zorg ook, net als de uitzondering in de wet op de loonbelasting. Bij hoofdelijke stemming (tot twee maal toe) verwierp de Tweede Kamer uiteindelijk met één stem verschil ook het amendement over het schrappen van de aanpassing van de Wet flexibel werken.
Het amendement GL/PvdA over toereikend zijn van de tijdelijke compensatie (van de werkgeverslasten) voor budgethouders is aangenomen, het SGP-amendement over evaluatie over drie jaar en het D66 amendement over tenminste twee jaar ter beschikking stellen van een bedrag ter compensatie van budgethouders met een Zvw-pgb eveneens.

Alle relevante kamerstukken, inclusief het stenogram van het wetgevingsoverleg, vindt u op de website van de Tweede Kamer.
De stemmingen over het gehele wetsvoorstel zijn inmiddels verplaatst naar woensdagmiddag 4 februari 2026. Het wetsvoorstel is aangenomen.en doorgeleid naar de Eerste Kamer. De commissie SZW besluit op 10 februari 2026 over de procedure.

Leontine Bijleveld, 27 januari 2026, aangevuld 2 en 9 februari.

 

[1] R.o. 7.3 “Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient aan de belangen van verzoekster meer gewicht te worden toegekend. Haar arbeidsongeschiktheid. Haar arbeidsongeschiktheid betekent dat ze ondanks een langjarig arbeidsverleden in acute financiële problemen is geraakt, terwijl dit het gevolg is van een wettelijke bepaling die inmiddels algemeen als discriminerend wordt aangemerkt (..)”

 

Reactie VVR tgv internetconsultatie initiatief wetsvoorstel Meerouderschap

Op 15 januari 2026 heeft de VVR een reactie ingeleverd ter gelegenheid van de internetconsultatie wetsvoorstel Meerouderschap.
Samengevat: het wetsvoorstel versterkt het welzijn van kinderen, maar ook de rechtspositie, rechtszekerheid en gelijkwaardigheid van vrouwen in intentionele meerouderschapsgezinnen. De VVR acht dit een noodzakelijke modernisering van het personen- en familierecht.
Reactie VVR wetsvoorstel_meerouderschap (internetconsultatie) 15-1-2026

De reactie komt mede voort uit het VVR-congres 2019, dat gewijd was aan het advies van de Staatscommissie Herijking Ouderschap uit 2016. Hier is een link naar het verslag van die bijeenkomst in PDF:
Verslag meeting Herijking Ouderschap vereniging vrouw en recht_def

Hof Den Bosch verwijst naar art. 31 Verdrag van Istanbul (9 dec. 2025)

Onveiligheid van kinderen in de thuissituatie: je moet het wel wíllen zien.

In een op 9 januari 2026 gepubliceerde uitspraak van Hof Den Bosch plaatst het Hof terecht kritische kanttekeningen bij de aanname van de GI dat álle signalen van onveiligheid bij de kinderen het gevolg zijn van beïnvloeding door de moeder, terwijl er bij de kinderen blauwe plekken zijn gezien, ze in een NICHD-interview vertellen dat ze zich bij hun vader niet veilig voelen, en er serieuze zorgen zijn over seksueel grensoverschrijdend gedrag naar hen door een stiefzusje. De GI wil 50/50 co-ouderschap; het Hof besluit tot een voorlopig begeleide omgangsregeling met vader en vraagt een nieuw onderzoek naar de veiligheid van de kinderen, onder verwijzing naar artikel 31 van het Verdrag van Istanbul. Het Hof houdt iedere verdere beslissing aan tot april 2026.
ECLI:NL:GHSHE:2025:3584

Samenvatting ontleend aan LinkedIn post van VVR-bestuurslid Ariane Hendriks op 9 januari 2026.

Rb Den Haag 22 december 2025: artikel 9 VN-Vrouwenverdrag (nationaliteit) heeft rechtstreekse werking

Op 22 december 2025 heeft de meervoudige kamer van Rechtbank Den Haag, afdeling bestuursrecht, geoordeeld dat artikel 9 van het VN-Vrouwenverdrag rechtstreekse werking heeft. Dit artikel bepaalt dat vrouwen gelijke rechten hebben als mannen om een nationaliteit te verkrijgen, te behouden en door te geven aan hun kinderen.
Eiser is een man, geboren in 1962  en wonende in Ierland, die het Nederlanderschap wil verkrijgen, verwerende partij is de minister van Buitenlandse Zaken. Eiser is in het gelijk gesteld.
De uitspraak heeft zaaknummer SGR24/9477 22, is op 12 januari 2026  gepubliceerd op Rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBDHA:2025:25577. De advocaat van de eiser, Flip Jansen, had de uitspraak eind december al geanonimiseerd op zijn LinkedIn-pagina gezet. Daarop is onderstaande gebaseerd.

Uitgebreide samenvatting:
Eisers moeder had bij haar geboorte in 1940 het Nederlanderschap verkregen en eisers vader bij geboorte in 1932 de Franse nationaliteit en bovendien, na onafhankelijkheid van Madagascar in 1960 ook die van dat land. Door te trouwen (1961) met eisers vader verloor eisers moeder de Nederlandse nationaliteit en verkreeg die van Madagascar. Het Nederlanderschap heeft ze een paar jaar later herkregen door het afleggen van een optieverklaring, echter zonder terugwerkende kracht.
Eiser heeft de Franse nationaliteit en wil ook de Nederlandse verkrijgen. Hij beroept zich er op dat zijn moeder Nederlandse was. De Nederlandse ambassade in Ierland heeft dit verzoek afgewezen omdat de moeder tijdens zijn geboorte niet de Nederlandse nationaliteit bezat.

Eiser stelt dat de betreffende bepalingen uit de Wet op het Nederlanderschap en ingezetenschap strijdig zijn met artikel 9 van het VN-Vrouwenverdrag. Omdat zijn moeder bij haar huwelijk automatisch de Nederlandse nationaliteit verloor kon ze die ook niet doorgeven aan haar kinderen.
In r.o. 5 verklaart Rechtbank Den Haag zijn beroep gegrond: het bestreden besluit is in strijd met artikel 9 van het VN-Vrouwenverdrag, dat Staten die partij zijn bij het verdrag verplicht om te zorgen dat vrouwen op gelijke voet met mannen een nationaliteit verkrijgen en dergelijke. Het tweede lid van artikel 9 gaat specifiek in op de verplichting dat vrouwen op gelijke voet als mannen hun nationaliteit moeten kunnen overdragen.
Vervolgens geeft de rechtbank in r.o. 7 – 7.4  een bevestigend antwoord op de vraag of artikel 9 van het Vrouwenverdrag rechtstreekse werking heeft. Gewezen wordt op de vaste rechtspraak dienaangaande, met een verwijzing naar de uitspraak van de CRvB over de uitkeringsrechten van de zwangere zelfstandigen ECLI:NL:CRVB:2017:2461. De bepaling in het VN-Vrouwenverdrag is voldoende concreet en laat geen ruimte voor keuze of beleidsvrijheid. Het recht van het kind (de nationaliteit te verkrijgen) is voorts direct verbonden aan het recht van de moeder  (om de nationaliteit op gelijke voet als vaders door te geven).
In r.o. 8 – 8.2 legt de rechtbank uit waarom de betreffende bepalingen van de Wet op het Nederlanderschap strijdig zijn met artikel 9 van het VN-Vrouwenverdrag,

Al in 2006 wezen Betty de Hart, Hermie de Voer en Stans Goudsmit in een artikel in het NJB op de strijdigheid met het VN-Vrouwenverdrag: Latente Nederlanders: Discriminatie van Nederlandse moeders in het nationaliteitsrecht.

Opnieuw verwijzing naar Verdrag van Istanbul door Europees Hof voor de Rechten van de Mens (23 sept. 2025)

In de uitspraak Scuderoni tegen Italië (application no. 6045/24) heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) opnieuw het Verdrag van Istanbul betrokken bij de uitleg en interpretatie van art. 3 en 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) in het kader van voormalig ex-partner geweld. De Italiaanse rechters hadden onvoldoende voorop gesteld wat huiselijk geweld door een voormalig partner behelsde en hoe systematisch dit voorkwam. Daarbij noemde het EVRM ook pschychisch geweld, één van de vier vormen van geweld op grond van het Verdrag van Istanbul.

Bregje Dijksterhuis schreef een annotatie over het oordeel van het EHRM in EHRC Updates en meldde dit op 23 december 2025 in een post op LinkedIn.
De uitspraak is alleen in het Frans gepubliceerd, maar het persbericht in er ook in het Engels.