Familierechtadvocaat en VVR-lid mr. Ine Avontuur publiceerde dit artikel op LinkedIn. In dit artikel betoogt zij dat de Nederlandse aanpak van bescherming van slachtoffers van huiselijk geweld en stalking ernstige systeemgebreken kent, ook in de bescherming van het recht op leven (artikel 2 EVRM).
Jaarrekening 2022
Concept jaarcijfers 2022 VVR
Brief aan Stichting van de Arbeid met wijzigingsvoorstellen voor de Handreiking Zwangerschap en Werk
De werkgroep Sociaal en Europees Recht is nagegaan welke passages in de Handreiking Zwangerschap en Werk vanuit juridisch perspectief verhelderd zouden moeten worden.
Op de digitale bijeenkomst over arbeidsongeschiktheid en zwangerschap was afgesproken dat de werkgroep tekstvoorstellen zou maken om de kern van het besprokene toe te voegen aan de Handreiking, inclusief bijlagen. Het verslag van de bijeenkomst vindt u hier.
De Handreiking zwangerschap en werk staat op de website van de Stichting van de Arbeid.
De brief van 14 april 2023 en de wijzigingsvoorstellen hieronder.
Wijzigingen in handreiking Zwangerschap en werk Stichtingvan de Arbeid_def
2023: directe discriminatie in naamrecht blijft bestaan
Vaders-wil-is-wet bepaling in naamrecht gehandhaafd
Op 14 maart 2023 behandelde de Eerste Kamer wetsvoorstel 35990 (Introductie gecombineerde geslachtsnaam).
In de huidige wet is geregeld dat ouders die gehuwd zijn respectievelijk een geregistreerd partnerschap hebben, samen voor hun kinderen de naam van de vader òf die van de moeder kunnen kiezen. Als zij het niet eens worden, treedt een vangnetbepaling in werking: dan krijgt het kind de naam van de vader. Dat is de zogenaamde vaders-wil-is-wet bepaling: een directe vorm van seksediscriminatie. Dat was bij de introductie van het keuzerecht van ouders (1998) een noodgreep: de wetgever kon het niet eens worden over een sekseneutrale oplossing.
Met de introductie – in het hier besproken wetsvoorstel – van de mogelijkheid ook te kiezen voor een combinatie van de namen van beide ouders kwam ook een sekseneutrale oplossing voor het vangnet in zicht: de gecombineerde geslachtsnaam. De tijdelijke VVR-Werkgroep naamrecht wees daar al tijdens de internetconsultatie op, maar regering en de Raad van State negeerden dat. Een deel van de Tweede Kamer onderkende het probleem wel: Songül Mutluer (PvdA) en Laura Bromet (GroenLinks) dienden een amendement in om de gecombineerde geslachtsnaam in alfabetische volgorde als vangnetbepaling te gebruiken. De regering verzette zich echter hevig: dat zou te veel administratieve lasten met zich brengen voor burgers en de burgerlijke stand. Trouwens, de huidige vangnetbepaling zou ook helemaal niet in strijd zijn met internationale verdragen. Het amendement haalde het niet, de vaders-wil-is-wetbepaling bleef dus gehandhaafd.
Door naar de Eerste Kamer dus. De Werkgroep naamrecht zond op 8 oktober 2022 een uitgebreid commentaar: de vaders-wil-is-wet bepaling is niet alleen in strijd met artikel 1 Grondwet, maar ook met een reeks internationale verdragen, zoals het VN-Vrouwenverdrag, het BuPo en het EVRM. De Werkgroep verzocht de senaat aan te dringen op een novelle. Ook het College voor de Rechten van de Mens (CRM) roerde zich en vroeg in een brief van 25 oktober 2022 de Eerste Kamer met zoveel woorden om een novelle conform het verworpen PvdA/GroenLinks amendement. De EK-commissie voor Justitie en Veiligheid voegde de brief van het College en het commentaar van de VVR-Werkgroep toe aan haar verslag over het wetsvoorstel en vroeg de regering daarop in te gaan. De verantwoordelijk minister (Weerwind, D66) bleef in de memorie van antwoord echter zijn standpunten herhalen.
De Werkgroep naamrecht legde zich daar niet bij neer en zette in een nieuw commentaar uiteen dat het probleem van de administratieve lasten vooral wordt veroorzaakt doordat de wet voorschrijft dat naamskeuze moet geschieden bij akte. Al in 2010 had de toenmalige Minister van Justitie Hirsch Ballin besloten dat de wet moest worden gewijzigd om naamskeuze met schriftelijke verklaringen mogelijk te maken. Dat besluit is door het Ministerie van Justitie echter nooit uitgevoerd met een wetsvoorstel, zodat het probleem met de administratieve lasten steeds is blijven bestaan.
Bij het begin van het plenaire EK-debat over het wetsvoorstel bleken de kaarten echter al geschud. De partijen die in de Tweede Kamer het PvdA/GroenLinks-amendement hadden gesteund, hadden vervolgens toch voor het wetsvoorstel als geheel gestemd: dat zou hoe dan ook toch een verbetering van de keuzemogelijkheden van ouders bieden. Dat lag voor deze partijen in de Eerste Kamer niet anders.
GroenLinks-senator Margreet de Boer, die ook sprak namens de PvdA-fractie, besteedde toch een belangrijk deel van haar spreektijd aan de noodzaak van een sekseneutrale vangnetbepaling. Haar collega Jeroen Recourt (PvdA) steunde haar in het debat. En hoewel beiden wisten dat hun pleidooi vooralsnog vergeefs zou zijn, maakten zij in navolging van hun TK-collega’s duidelijk dat seksediscriminatie niet kan worden gerechtvaardigd met bezwaren van administratieve aard.
Minister Weerwind bleef de stelling verdedigen dat de bestaande vaders-wil-is-wetbepaling als vangnet niet in strijd is met internationale verdragen. Inmiddels was hij wel zo ver dat hij erkende dat daarover geen consensus bestaat. Hij zegde toe de problematiek bij de versnelde evaluatie van de wetswijziging opnieuw in den brede te zullen bekijken.
De Werkgroep heeft ondanks alle inzet haar doel van een sekseneutrale vangnetbepaling dus nog niet bereikt. Winstpunt is wel dat het probleem met de bestaande vangnetbepaling nu helder op het netvlies van de wetgever staat. De Werkgroep beraadt zich nu op vervolgstappen, bijvoorbeeld door het instellen van proefprocedures die voor de Hoge Raad aanleiding kunnen zijn prejudiciële vragen te stellen aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
NGO Comments on the Netherlands’ report on the implementation of the Recommendations with respect to the Istanbul Convention
De VVR was een van de 47 NGO’s die het gezamenlijk commentaar ondertekenden op de Nederlandse rapportage (30 januari 2023) aangaande de implementatie van aanbevelingen van het Committee of State Parties van 30 januari 2020. Het commentaar is op 30 maart 2023 verstuurd naar het secretariaat van het monitoring mechanism van het Verdrag van Istanbul.
De VVR had actief bijgedragen aan de inhoud van het commentaar.
NGOs comments (def) on NL report (30 March 2023)
Centrale Raad van Beroep oordeelt: uitsluiting PGB zorgverleners van sociale zekerheid is verboden discriminatie
PERSBERICHT
Utrecht, 30 maart 2023
PGB-werknemers die in een particulier huishouden werken, mogen niet worden uitgesloten van het recht op sociale zekerheid, zo oordeelde de Centrale Raad van Beroep vandaag. De uitspraak heeft grote gevolgen voor tienduizenden PGB-zorgverleners die momenteel geen sociaal vangnet hebben.
In 2020 stapte Carol Kollmann met steun van Bureau Clara Wichmann en de Vereniging voor Vrouw en Recht, bijgestaan door advocatenkantoor Houthoff, naar de rechter. Kollmann werkte als zorgverlener voor een oudere vrouw, die daarvoor een Persoonsgebonden Budget (PGB) kreeg. Toen de vrouw naar een verzorgingstehuis ging, kwam Kollmann zonder werk te zitten. Bij het UWV kwam zij erachter dat ze geen recht bleek te hebben op een WW-uitkering omdat zij zou vallen onder de ‘Regeling dienstverlening aan huis’.
In december 2021 oordeelde de Rechtbank Rotterdam dat Kollmann wel degelijk recht heeft op een WW-uitkering, en dat de Regeling dienstverlening aan huis ervoor zorgde dat zij werd gediscrimineerd ten opzichte van andere werknemers. Deze uitspraak is vandaag bevestigd door de hoogste rechter in zaken betreffende sociale zekerheid, de Centrale Raad van Beroep. Net als de rechtbank oordeelde de Centrale Raad dat de uitsluiting van PGB-zorgverleners van het recht op sociale zekerheid discriminatie van vrouwen vormt, aangezien ruim 95% van deze werknemers vrouw zijn, en dat hiervoor geen objectieve rechtvaardiging is.
De uitspraak van de Centrale Raad betekent dat tienduizenden PGB-zorgverleners die arbeidsongeschikt of werkloos raken, aanspraak kunnen maken op sociale zekerheidsrechten zoals de WW en WIA. De wetgever zal op dit punt de wet moeten aanpassen.
Rechtzetten discriminatie
Onder de Regeling dienstverlening aan huis vallen circa 30.000 mensen die werken voor particulieren die hun hulp en zorg betalen uit een persoonsgebonden budget. Door de Regeling zijn deze zorgverleners goedkoper dan gewone werknemers: voor hen worden geen premies, werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekering afgedragen. Omdat de overgrote meerderheid van de PGB zorgverleners vrouw is, is volgens Bureau Clara Wichmann sprake van discriminatie op grond van geslacht. Deze discriminatie werd volgens de overheid gerechtvaardigd door het willen tegengaan van zwartwerk en het stimuleren van de arbeidsmarkt voor persoonlijke dienstverlening. De Centrale Raad heeft nu uitgesproken dat dit geen objectieve rechtvaardigingsgronden zijn: “De regeling heeft verder niet het effect gehad dat de werkgelegenheid op de markt voor persoonlijke dienstverlening is bevorderd en dat illegale arbeid is voorkomen.Voor het indirecte onderscheid naar geslacht bestaat dus geen objectieve rechtvaardiging.”
Marlies Vegter, jurist, Bureau Clara Wichmann: “Door de Regeling dienstverlening aan huis worden de kosten voor zorgverlening en sociale zekerheid neergelegd bij de hoofdzakelijk vrouwelijke werknemers in deze sector.Wij zijn blij dat de rechter heeft geoordeeld dat aan deze vorm van discriminatie een einde moet worden gemaakt.”
Leontine Bijleveld, expert rechtspositie huishoudelijke werkers: “Uit deze uitspraak volgt dat het kabinet eindelijk de publiek gefinancierde zorgverleners aan huis als volwaardige werknemers moet erkennen. Nederland moet internationaalrechtelijk in de pas lopen. Dankzij de procedure van Carol Kollmann is een jarenlange strijd hiervoor met succes bekroond.”
Rechtspositie overige huishoudelijk werkers
De uitspraak heeft vooralsnog geen gevolgen voor de huishoudelijk werkers die niet op basis van een persoonsgebonden budget werken. Voor deze groep blijft de Regeling dienstverlening aan huis gelden. De Centrale Raad heeft zijn oordeel toegespitst op de groep PGB zorgverleners, die anders dan reguliere huishoudelijk werkers betaald worden uit publiek geld. Bureau Clara Wichmann en de Vereniging voor Vrouw en Recht zijn echter van mening dat de Regeling dienstverlening aan huis ook niet langer dient te worden toegepast op andere huishoudelijk werkers en dat zij ook aanspraak moeten kunnen maken op sociale zekerheid. Zij roepen het kabinet op de regeling snel helemaal af te schaffen.
Tot die tijd is het voor alle PGB-zorgverleners die een uitkering willen aanvragen, zaak om zich bij hun aanvraag te beroepen op de uitspraak van de Centrale Raad. Ook raadt Bureau Clara Wichmann aan het UWV te verzoeken om hun arbeidsverleden te registreren. Hierbij kunnen zij geholpen worden door de Vrouwenrechtswinkel in Amsterdam. De organisatie roept mensen die dit doen op om hun ervaringen te delen via info@clara-wichmann.nl.
Ook de Centrale Raad van Beroep heeft een nieuwsbericht uit doen gaan.
Het UWV heeft zes weken om beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad. Dat moet betrekking hebben op schending of verkeerde toepassing van bepalingen over werkgever, werknemer, dienstbetrekking en loon.
EINDE PERSBERICHT
Commentaar gewijzigd voorstel regulering sekswerk (nieuwe internetconsultatie) – 16 maart 2023
Samen met SWExpertise heeft de VVR een uitvoerig kritisch commentaar ingezonden voor de internetconsultatie aangaande de Nota van wijziging op het wetsvoorstel Wet regulering sekswerk..
Het commentaar in PDF: 23 03 SekswerkExpertise_Vereniging Vrouw en Recht Clara Wichmann_Reactie internet consultatie Wrs_16 maart 2023_met bijlage
In het commentaar komen aan de orde:
1. Kernelementen Wrs en algemene opmerkingen
• Kernelementen Wrs
• Radicale breuk met het bestaande sekswerkbeleid
• Feitenresistentie
• 8 March Principles International Commission of Jurists (ICJ)
• Verbod op verwerking gevoelige gegevens
• Criminalisering vrijwillige commerciële seksuele relaties tussen instemmende volwassenen indien deze plaatsvinden zonder overheidstoestemming
2. Invoering vergunningplicht en landelijke database van sekswerkers
• Meerwaarde vergunning
• Kosten en beveiliging landelijke database
3. Ervaringen in Duitsland met verplichte registratie
• Verdwijning in het Dunkelveld
• Toename onveiligheid, discriminatie en stigma
• Toegenomen kwetsbaarheid voor mensenhandel en uitbuiting
• Opkomst nieuwe markten en mogelijkheden voor chantage en uitbuiting van sekswerkers 4. Invoering Zweedse model voor de meerderheid van sekswerkers
5. Nota van wijziging
• Reikwijdte bestanddelen ‘behulpzaam bij’ en ‘winstbejag’
• Opheffing strafbaarstelling ongeregistreerde sekswerkers en klanten die binnen 24 uur melding doen van misstanden
• Herhaalgesprek
6. Invoering arbeidsverbod voor specifieke groepen sekswerkers: strijd met het recht op vrije arbeidskeuze
7. Alternatief voor de Wrs
8. Het recht van sekswerkers om veilig en legaal te kunnen werken zonder schending van hun grondrechten.
Ook andere organisaties dienden een kritisch commentaar in, veelal in dezelfde richting maar met eigen accenten.
Bijvoorbeeld: Bureau Clara Wichmann
SOA Aids:
Privacy First
Amnesty International
Alle 273 inzending vindt u hier. Bij de vorige consultatie over het in 2019 voorgelegde wetsontwerp waren het er 250.
Verslag digitale bijeenkomst ‘arbeidsongeschiktheid en zwangerschap’ 9 maart 2023
De werkgroep sociaal en Europees recht organiseerde een digitale bijeenkomt over problematiek rond uitkeringen ZW bij arbeidsongeschiktheid ten gevolge van zwangerschap en bevalling. Van deze bijeenkomst is een verslag gemaakt.
Dat vindt u hier: Verslag bijeenkomst AO en zwangerschap 9 maart 2023_def
Blijft seksediscriminatie in naamrecht gehandhaafd? Brief aan Eerste Kamer ter gelegenheid van plenaire behandeling wetsvoorstel 35990 – maart 2023
Op dinsdag 14 maart 2023 is de plenaire behandeling van wetsvoorstel 35990 (introductie gecombineerde geslachtsnaam) in de Eerste Kamer. Met dit wetsvoorstel blijft de (directe) seksediscriminatie in het naamrecht bestaan, terwijl de introductie van de gecombineerde geslachtsnaam een uitgelezen kans is om de discriminatie in het naamrecht eindelijk uit te bannen. Ook het College voor de Rechten van de Mens wees hier op.
Minister Weerwind wringt zich in de Memorie van Antwoord (januari 2023) in allerlei bochten om rechtvaardigingen aan te dragen voor het laten voortbestaan van de niet-sekseneutrale vangnetbepaling: als beide ouders het niet eens worden over de geslachtsnaam van hun kind krijgt het kind de naam van de vader als de ouders gehuwd of geregistreerd partner zijn. Hij (en zijn ambtelijk apparaat) vergeet dat er voor directe discriminatie geen objectieve rechtvaardiging kan worden aangedragen. En er zijn meer omissies in het collectief geheugen als het om naamrecht gaat.
De werkgroep naamrecht van de VVR legt het kort en bondig uit. Met uitvoerige bijlage.
De brief in PDF: 2023-03-01 Reactie VVR-werkgroep naamrecht op 35990 – MvA aan EK
Nieuwsbrief februari 2023
NGO-Commentaar op voortgang uitvoering aanbevelingen Istanbul-Verdrag in de maak
Er is maar een paar weken om een gezamenlijke reactie van NGO’s tot stand te brengen over de eerste voortgangsrapportage van de Nederlandse regering op de meest dringende aanbevelingen uit het Baseline report van GREVIO, het toezichthoudend comité op de implementatie van het Verdrag van Istanbul. Toch probeert het Netwerk VN-Vrouwenverdrag een inclusief schaduwproces te organiseren. Op woensdagochtend 22 februari a.s. is er een digitale bijeenkomst om input te leveren. Het VVR-bestuur is daar vertegenwoordigd en juicht deelname van leden toe. Wie dan niet kan deelnemen kan schriftelijk commentaar leveren, bij voorkeur uiterlijk 26 februari, maar niet later dan 3 maart – dat kan via het contactformulier van de VVR.
Let op: het gaat niet om algemene opmerkingen en analyses over wat er nog mis is met betrekking tot beleid en praktijk in Nederland aangaande geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Het gaat om specifiek commentaar op de rapportage die eind januari door Nederland werd ingeleverd.
Onderwerpen in de regeringsrapportage betreffen onder meer:
* de implementatie van het verdrag voor iedereen – without discrimination;
* landelijke coördinatie en strategie;
* genderneutraal versus specifiek beleid;
* verzamelen van data;
* betrekken en financieren daarvoor van kleinere (zmv)vrouwenorganisaties;
* aantal opvangplekken in het algemeen;
* toegang van ongedocumenteerde vrouwen tot de opvang en gespecialiseerde hulpverlening;
* voogdij en huiselijk geweld;
* implementatie Caribisch Nederland.
Mocht je nog even de eerdere stukken willen inkijken:
op de website van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag staat een pagina over het schaduwproces Verdrag van Istanbul. Hier staat ook een link naar de schaduwrapportage “Joining Forces to break the circle of violence against women” (oktober 2018).
Dissertatieprijs Feministisch Cultuurfonds Gender&wetenschap
Bijzonder hoogleraar Praktijk van het Internationaal Recht aan de Maastricht University Liesbeth Lijnzaad (VVR-lid) is toegetreden tot de jury die gaat bepalen aan wie de eerste dissertatieprijs van het Feministisch Cultuurfonds Gender&wetenschap toegekend wordt. De prijs – een bedrag van € 5.000 – is in het leven geroepen ‘ter bevordering en verspreiding van feministische kennis, met een accent op historische kennis en kritische reflectie op cultuur en wetenschap, vanuit een intersectioneel en inclusief perspectief.’ Ook vrouw & recht dissertaties behoren, net als bèta-studies dissertaties op het terrein van gender, in principe tot de kanshebbers. Voorwaarde is dat deze dissertaties verdedigd zijn op een Nederlandse universiteit tussen 1 juli 2018 en 1 juli 2022.
Inzenddatum is uiterlijk 1 april 2023. Een aanbevelingsbrief is vereist. Zie voor de details het downloadbare persbericht dat ook via de Nederlandse Onderzoeksschool Genderstudies (NOG) toegankelijk is. De prijs zal tijdens een symposium van het NOG in oktober 2023 uitgereikt worden.
VVR-brief over wenselijkheid strafbaarstelling psychisch geweld
Omdat de vaste commissie Veiligheid en Justitie eind januari met minister Weerwind over strafrechtelijke onderwerpen sprak schreef de VVR de commissie een brief met een pleidooi om een bepaalde vorm van psychisch geweld (‘coercive control’) strafbaar te stellen. Op de website van de VVR staat een link naar de brief in PDF. Ook de inbreng van het College voor de rechten van de Mens is hier te vinden.
Digitale bijeenkomst arbeidsongeschiktheid in verband met zwangerschap/bevalling
Vrouwen die arbeidsongeschikt zijn in verband met de zwangerschap of bevalling hebben recht op een Ziektewet-uitkering van 100% dagloon (art. 29a ZW). In die gevallen behoeft de werkgever het loon niet (gedeeltelijk) door te betalen. De uitvoeringspraktijk van UWV en de jurisprudentie was niet eenduidig. In 2020 paste UWV de Richtlijn voor verzekeringsartsen aan (gepubliceerd in 2022). Leidt deze aanpassing voldoende tot verbetering? Of moet er meer gebeuren? De Centrale Raad voor Beroep wees in een uitspraak in maart 2022 op de nieuwe vraagstelling die uit de gewijzigde richtlijn voortvloeit: voortaan moeten verzekeringsartsen de uitkering toekennen tenzij aangetoond kan worden dat de arbeidsongeschiktheid uitsluitend aan factoren die niets met zwangerschap- of bevalling te maken hebben. Ofwel: ja, tenzij..
De werkgroep Sociaal en Europees recht organiseert op donderdag 9 maart van 9 – 10.30 uur een digitale bijeenkomst over de praktijk. Voor de bijeenkomst zijn ook vertegenwoordigers van VNONCW-MKB, FNV, CNV en VCP uitgenodigd. VVR-lid Caroline de Graaf, die eerder een artikel over deze kwestie publiceerde, geeft de aftrap. Wie de vergaderlink wenst te ontvangen, kan zich melden via het contactformulier.
Commentaar Internetconsultatie Wet gemeentelijk toezicht seksbedrijven
Het kabinet wil een wettelijke grondslag geven aan het registreren van sekswerkers door gemeenten. SekswerkExpertise en de VVR betogen in een uitvoerig met tal van arresten en andere bronnen geannoteerd commentaar dat het voorstel niet voldoet aan de eisen voor doorbreking van het verbod op registratie van gevoelige gegevens. Doorbreking van het verbod moet een legitiem doel dienen en noodzakelijk zijn om reden van zwaarwegend algemeen belang, volgens de AVG en EVRM. Het wetsvoorstel zal rechterlijke toetsing niet doorstaan en moet daarom worden ingetrokken.
Uitstel uitspraak CRvB in PGB-zaak tot 16 maart 2023
De Centrale Raad van Beroep heeft de termijn voor het doen van een uitspraak verlengd in de mede door de VVR gesteunde zaak van PGB-zorgverleenster Carol Kollmann, die de weigering van het UWV haar een WW-uitkering te verlenen aanvocht. De Raad zal nu op donderdagochtend 16 maart 2023 uitspraak doen. Het is dus nog even afwachten of de CRvB het oordeel van Rechtbank Rotterdam (december 2021) deelt.
Rb Rotterdam vond de uitsluiting van PGB-zorgverleners van sociale zekerheid verboden discriminatie. De uitzonderingsbepaling van Regeling Dienstverlening aan Huis levert indirecte discriminatie op in de zin van artikel 4 van EEG Richtlijn 79/9, die voor PGB-zorgverleners niet is gerechtvaardigd. Sindsdien heeft het Hof van Justitie EU zelf ook uitspraak gedaan over uitsluiting van huishoudelijke werkers van sociale zekerheid. In de Spaanse zaak achtte het HvJEU de uitsluiting niet in overeenstemming met de derde gelijke behandelingsrichtlijn.