Margreet de Boer en Katinka Lünnemann, Verbeter de positie van slachtoffers, maar doe het goed!, Trouw, 28 februari 2012

Wij zijn verheugd dat de positie van slachtoffers in het strafproces de afgelopen dagen zoveel belangstelling kreeg, onder meer in de verschillende dagbladen.
Verschillende voorstellen om de positie van slachtoffers in het strafproces te verbeteren zijn gelanceerd. Dat is toe te juichen. Maar zijn al deze voorstellen echt in het belang van slachtoffers? Dat is volgens de werkgroep seksueel geweld van de Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann, die zich ten doel stelt het belang van slachtoffers van zedendelicten te behartigen, niet bij alle voorstellen het geval, zeker niet waar het gaat om een kwetsbare groep als de zedenslachtoffers.

Voorstellen Raad voor de Rechtspraak

De Raad voor de Rechtspraak lanceerde drie concrete voorstellen: een eigen plek voor slachtoffers en hun advocaat in de rechtszaal, een opsplitsing van het strafproces in twee delen en de mogelijkheid om de vordering tot schadevergoeding op een simpele manier door te geleiden naar de civiele rechter.

Over de vaste plek voor het slachtoffer in de rechtszaal niets dan goeds mits de wens van het slachtoffer om anoniem in het publiek te zitten altijd wordt gerespecteerd. De opdeling van het strafproces en het doorverwijzen van de vordering hebben echter vanuit slachtofferperspectief niet alleen voordelen.

Voorgesteld wordt het strafproces in twee delen te splitsen: een deel voor de waarheidsvinding waar het slachtoffer als getuige aanwezig is en een deel waar de straftoemeting en de vordering tot schadevergoeding centraal staat, waar het slachtoffer als benadeelde partij deelneemt aan het proces. Het gevaar bestaat dat het slachtoffer in het tweede deel weliswaar een sterkere positie krijgt, maar dat moet bekopen met een verzwakte positie in het eerste deel, waar het gaat om de bewezenverklaring. De rol van het slachtoffer is daarbij vooral die van getuige, die dienstbaar is aan de waarheidsvinding. Een positie waarin met name slachtoffers van zedendelicten bijzonder kwetsbaar zijn. Bij een opdeling van het proces zal deze eerste fase voor slachtoffers bijzonder frustrerend zijn: tijdens het verhoor wordt flink doorgevraagd waardoor zij het gevoel hebben niet geloofd te worden en zij mogen niet reageren op wat de verdachte zegt. Dat kan tijdens de zitting ook niet meer worden gecompenseerd door het uitspreken van de slachtofferverklaring, die is immers voor de tweede fase.
Bovendien zal opdeling van het strafproces naar verwachting betekenen dat het slachtoffer op twee momenten moet verschijnen op de zitting waardoor de afhandeling van de strafzaak in tijd aanmerkelijk langer gaat duren, hetgeen nadelig is voor het slachtoffer. En dan hebben we het nog niet over juridische complicaties, want kan een verdachte voor de strafmaatbepaling in het tweede deel al in hoger beroep tegen de bewezenverklaring van het eerste deel?

Meer kanttekeningen

Het voorstel van de Raad voor de Rechtspraak voor een klapluikconstructie, waarbij vorderingen van slachtoffers die te ingewikkeld zijn voor het strafproces direct kunnen worden doorverwezen naar een kosteloze procedure bij de civiele rechter, klinkt sympathiek, maar heeft de nodige haken en ogen. Het gevaar is levensgroot dat strafrechters in grote mate gebruik gaan maken van dit klapluik, en vorderingen die niet heel simpel zijn zullen gaan doorverwijzen. Vorderingen in zedenzaken worden vaak als gecompliceerd gezien, en lopen daarom het risico doorgeschoven te worden. Het gevolg zal zijn dat slachtoffers langer op een uitspraak over de schadevergoeding moeten wachten. Bovendien kan de schadevergoeding niet meer gekoppeld worden aan de strafrechtelijke schadevergoedingsmaatregel, (in dat geval int de Staat de schadevergoeding) waardoor slachtoffers weer zelf verantwoordelijk zijn voor het innen van het toegewezen bedrag. Ook lopen slachtoffers dan de de fantastische nieuwe regeling mis waarbij de Staat de schadevergoeding voorschiet aan het slachtoffer en verhaalt bij de dader, waardoor het slachtoffer snel de schadevergoeding uitbetaald krijgt. .

Wij vinden het positief dat er concrete plannen worden ontwikkeld voor de verbetering van de positie van slachtoffers. Het is echter van groot belang deze plannen goed te doordenken op hun consequenties voor ook de meest kwetsbare groep slachtoffers.
En laten we wel wezen: er kan al heel veel verbeteren zonder nieuwe regelgeving. Zo zouden binnen het huidige slachtofferbeleid alle officieren van justitie bij belangrijke stappen in het strafproces (zoals het formuleren van de eis) al aan het slachtoffer kunnen vragen: wat zou u willen dat er gebeurt? Niet om de wens van het slachtoffer klakkeloos te volgen, maar wel om deze in zijn of haar afweging mee te nemen. Simpel, en zeer doeltreffend. Morgen beginnen?

Namens de werkgroep seksueel geweld van de Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann,
Margreet de Boer en Katinka Lünnemann

16 februari 2012 – Nog meer vervolgacties

Nog meer vervolgacties

16 februari 2012

Inmiddels heeft de VVR ook de vakbonden in de zorgsector, Abvakabo FNV en CNV Publieke Zaak, aangeschreven. De VVR wil graag met de bonden overleggen over samenwerking om er voor te zorgen dat alfahulpen die de afgelopen vijf jaar geen ziekengeld hebben gekregen gecompenseerd worden. Ook de werkgeversorganisaties in de thuiszorg, Actiz en BTN, zijn aangeschreven door de VVR. Met hen wil de VVR niet alleen over het verleden praten – de compensatie voor zieke alfahulpen zonder ziekengeld – maar ook over de toekomst. Als er inderdaad (opnieuw) een convenant afgesloten wordt tussen de branche-organisaties, Belastingdienst, UWV en VWS over de voorwaarden waaronder de thuiszorginstellingen niet als premieplichtige werkgever van alfahulpen en PGB-zorgverleners zullen worden aangemerkt, wie gaat dan zorgen dat die voorwaarden (sociale rechten en plichten) ook worden nageleefd? Bij een eerdere afspraak tussen de voorganger van Actiz en Belastingdienst/UWV bleek niemand dat te controleren.

31 januari 2012 – Vervolgacties uitspraak ziekengeld alfahulp

Vervolgacties uitspraak ziekengeld alfahulp

31 januari 2012

De VVR heeft per brief de vaste commissie SZW van de Tweede Kamer opgeroepen met minister Kamp te bespreken welke acties noodzakelijk zijn nu kantonrechter Harderwijk vonnis heeft gewezen in de zaak van de alfahulp, die geen loon kreeg toen ze ziek was. Volgens de VVR moet actie ondernomen worden om te zorgen dat alfahulpen hun ziekengeld alsnog krijgen. Daarnaast moet de overheid, naar de mening van de VVR, de relevante wetgeving beter handhaven en moet ze pseudo-bemiddelingsbureaus aanpakken.
Een soortgelijke brief, maar meer toegesneden op VWS, zond de VVR aan de vaste commissie VWS.

Brief aan vaste commissie VWS van de Tweede Kamer over de uitspraak inzake ziekengeld alfahulp, 31 januari 2012

Aan de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Tweede Kamer
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Betreft: Uitspraak ziekengeld alfahulp

                            Leiden,  31 januari 2012

Geachte dames en heren,

Onlangs heeft kantonrechter Harderwijk vonnis gewezen in de zaak van de alfahulp, die geen loon kreeg toen ze ziek was.1) De uitspraak luidt dat de thuiszorginstelling, via welke ze bij cliënten werkte en die als kassier namens cliënten ook het gewone loon uitbetaalde, bij ziekte het loon zes weken moet doorbetalen. Als bijlage sluiten we het vonnis bij.
De uitspraak biedt naar de mening van de Vereniging voor Vrouw en Recht (VVR) voldoende aanknopingspunten om u te verzoeken de staatssecretaris van VWS nader te bevragen over het bevorderen van de uitbetaling van achterstallig ziekengeld, het handhaven van vigerende wetgeving en het aanpakken van pseudo-bemiddelingsbureaus. Dat licht de VVR hieronder toe.

Bevorderen uitbetaling achterstallig ziekengeld

De gedaagde thuiszorginstelling was zeker niet de enige die wel het loon namens cliënten uitbetaalde, maar het niet uitkeerde bij ziekte. Alfahulpen hebben zoals andere persoonlijke dienstverleners onder de regeling Dienstverlening aan huis bij ziekte recht op loondoorbetaling van zes weken. Veel alfahulpen, in aantal FTE verdubbeld sinds de invoering van de Wmo per 2007 (tot de wetswijziging per 2010), hebben dit ziekengeld desondanks niet ontvangen. Ook andere bemiddelingsorganisaties die wel als kassier optreden – ofwel het loon uitbetalen namens cliënten – verzaken hierin. De VVR verzoekt u bij de staatssecretaris aan te dringen op het bevorderen van de uitbetaling van achterstallig ziekengeld. Daartoe staan verschillende wegen open: het spreken met brancheorganisaties, het geven van publiciteit, het ondersteunen van een meldpunt etc.

Speciale verantwoordelijkheid (semi-) overheid

Naar de mening van de VVR hebben het ministerie van VWS, belastingdienst en UWV
een speciale verantwoordelijkheid. Belastingdienst en UWV hebben in 2005 bewilligd in het scheppen van duidelijkheid voor thuiszorginstellingen wanneer geen sprake zou zijn van een dienstbetrekking in de zin van de werknemersverzekeringen en de Wet LB: de feitelijk arbeidsrelatie moest voldoen aan de uit drie documenten bestaande modelovereenkomst.2) Onderdeel hiervan was de zes weken loondoorbetaling bij ziekte. Het ministerie van VWS heeft deze modelovereenkomst bij de invoering van de Wmo ter beschikking gesteld aan de gemeenten. Gedaagde thuiszorginstelling hield zich niet aan deze modelovereenkomst. De kantonrechter zag dit echter niet als aanwijzing dat de thuiszorginstelling aangemerkt diende te worden als werkgever en merkt op: “Dat de door gedaagde gehanteerde overeenkomsten niet voldoen aan de eisen van het UWV en de Belastingdienst, heeft kennelijk niet geleid tot bezwaren van die kant, een daarop gerichte vordering is in ieder geval niet ingesteld.”
Inderdaad zijn belastingdienst en UWV uitermate terughoudend geweest in hun handhavende taak.3) De VVR vindt daarom dat de (semi-) overheid een speciale verantwoordelijkheid heeft voor al die zieke alfahulpen die ondanks de voorgeschreven modelovereenkomst tijdens hun ziekte zonder inkomen zaten.
Zeker in het licht van het feit dat brancheorganisaties, belastingdienst, UWV en VWS thans in afrondende fase zijn van een convenant rond de fiscale, sociaal verzekeringsrechtelijke en arbeidsrechtelijke aspecten van alfahulpbemiddeling. Dit in verband met de voorgenomen herinvoering van alfahulpverlening op grote schaal. Het zal toch niet weer gebeuren dat instellingen vrijelijk kunnen afwijken van een model arbeidsovereenkomst zonder beducht te hoeven zijn voor handhaving door belastingdienst en UWV?

Bemiddelingsorganisatie of werkgever?

De kantonrechter heeft de primaire vordering dat de thuiszorginstelling de werkgever van de alfahulp was (en daarom het loon over de hele ziekteperiode zou moeten betalen) afgewezen. Hoger beroep wordt daarom overwogen. Meer in het algemeen is de uitzonderingspositie van deeltijd huishoudelijk personeel naar de mening van de VVR juridisch onhoudbaar wegens strijd met allerlei internationale verplichtingen. Zolang er echter geen politieke meerderheid is om de uitzonderingspositie af te schaffen of te beperken noch een dwingende rechterlijke uitspraak in deze, zullen die ‘stiefkinderen van de arbeidsmarkt’4) blijven bestaan. Dat geeft u dan wel de verantwoordelijkheid om de beperkte sociale rechten die ze hebben te waarborgen en hen deze te laten genieten. Het moet bemiddelingsbureaus in de persoonlijke dienstverlening onmogelijk worden gemaakt nog langer de hand te lichten met vigerende wetgeving, inclusief de regeling Dienstverlening aan huis.
Zo misbruikt bijvoorbeeld Home Works de regeling door personen die via Home Works huishoudelijk personeel inhuren voor te spiegelen dat de hulp niet bij hen in dienst komt.5) De huishoudelijke hulpen zelf wordt voorgespiegeld dat ze in dienst komen bij Home Works en via de werkgever bij het UWV kunnen verzekeren voor ziekte en werkloosheid of daar van af zien in ruil voor een iets hoger loon.6) Bij ziekte krijgen ze alleen een inkomen als ze zich verzekerd hebben, maar niet de eerste zes weken (het UWV keert de eerste zes weken niet uit i.v.m. de loondoorbetalingsverplichting, maar die wordt niet nagekomen). Home Works was een van de organisaties waarover minister Kamp uw Kamer op 24 november 2010 schreef: “Uit de casestudies bij commerciële organisaties blijkt dat het mogelijk is om in deze markt een goedlopende organisatie op te zetten onafhankelijk van subsidies.”
Ikzoekeenhuishoudelijke hulp.nl (alias ikzoekeenzorgzamebijbaan.nl) is een andere bemiddelingsorganisatie die de cliënten/particuliere huishoudens en PGB-houders wel factureert op naam en op kosten van de huishoudelijke hulpen, maar de huishoudelijke hulpen krijgen bij ziekte niets uitbetaald. Het zijn slechts voorbeelden uit een wildgroei van meer of minder dubieuze bemiddelingsbureaus in de particuliere en PGB gesubsidieerde dienstverlening, waarvan sommige maar al te graag door gemeenten worden ingeschakeld. Soms zijn die bemiddelingsbureaus zelfs opgezet door gemeenten om alfacheques uit te voeren (zoals z18 in Brabant) – teneinde de onder staatssecretaris Bussemaker gewijzigde bepaling in de Wmo te omzeilen.

De VVR verzoekt u vragen te stellen aan de verantwoordelijke staatssecretaris over het bevorderen van de uitbetaling van achterstallig ziekengeld, de handhaving van de vigerende wetgeving – inclusief de Wmo – en aanpak van pseudo-bemiddelingsbureaus. Het vonnis in de zaak van de zieke alfahulp vormt een mooie aanleiding daarvoor. Omdat naast staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten ook minister Kamp als portefeuillehouder persoonlijke dienstverlening betrokken is stuurden wij een soortgelijk schrijven naar de vaste commissie SZW. De VVR gaat er van uit dat beiden vanuit hun eigen portefeuilles zullen reageren, maar waar nodig het andere departement als ook de bewindspersonen financiën in hun beantwoording zullen betrekken.
Mocht u nadere mondelinge of schriftelijke toelichting wensen dan zijn we hier graag toe bereid.

Met vriendelijke groet

M.M. van der Burg
Voorzitter

Rechtstreekse telefoonnummers: Leontine Bijleveld, bestuurslid VVR, 0517-579011 en 06-29548029

Noten

1) Inmiddels is het vonnis van 18 januari 2012 gepubliceerd op Rechtspraak.nl: LJN BV2123
2) Bijleveld, Leontine & Eva Cremers, Een baan als alle andere?! De rechtspositie van deeltijd huishoudelijk personeel, Leiden VVR 2010 p. 63 e.v.
3) Bijleveld & Cremers p. 65 en 97 e.v. Onderzoek na de geruchtmakende uitspraak van Rb Almelo in 2007 wees uit dat vele nieuwe zorgaanbieders op dezelfde wijze als de gewraakte thuiszorginstelling opereerden. Dit leidde tot veel overleg, maar nog niet tot verbetering van de ituatie voor betrokken werkneemsters.
4) Naar Jet Bruinsma in haar Volkskrant-artikelen.
5) http://homeworks.nl/faq: “Nee, de hulp komt niet bij u in dienst. Home Works heft een unieke werkwijze die er voor zorgt dat u in praktische zin geen werkgever wordt van de huishoudelijke hulp. (…) en http://homeworks.nl/over_ons …. sindsdien (2007) werkt Home Works met de regeling ‘Diensten aan Huis’.
6) Richting potentiële huishoudelijke hulpen stelt Home Works: http://homeworks.nl/solliciteren “Werken bij Home Works als huishoudelijke hulp of tuinhulp, betekent dat u bij klanten gaat werken die passen bij uw mogelijkheden en wensen. U krijgt een vaste groep klanten en kunt onbezorgd aan het werk, omdat Home Works verder alles voor u regelt. In principe is uw bruto salaris uw netto salaris en bepaalt u zelf of en welke verzekeringen en voorzieningen u wilt nemen. Wij verzorgen de financiële administratie en u ontvangt aan het eind van de maand een duidelijke loonstrook.” Over de verplichte inkomensafhankelijke premie ZVW zwijgt Home Works.

Brief aan vaste commissie SZW over vonnis zieke alfahulp, 31 januari 2012

Aan de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Tweede Kamer
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Betreft: Rechtspositie Huishoudelijk Personeel – uitspraak ziekengeld alfahulp

Leiden,  31 januari 2012

Geachte dames en heren,

Onlangs heeft kantonrechter Harderwijk vonnis gewezen in de zaak van de alfahulp, die geen loon kreeg toen ze ziek was.1) De uitspraak luidt dat de thuiszorginstelling, via welke ze bij cliënten werkte en die als kassier namens cliënten ook het gewone loon uitbetaalde, bij ziekte het loon 6 weken moet doorbetalen.
U zult zich herinneren dat de advocaat van deze alfahulp u over deze al in 2009 aangevangen rechtszaak informeerde tijdens de hoorzitting over de rechtspositie van huishoudelijk personeel, die uw commissie op 25 mei 2011 hield. Als bijlage sluiten we, namens de advocaat, het vonnis bij.
De uitspraak biedt naar de mening van de Vereniging voor Vrouw en Recht (VVR) voldoende aanknopingspunten om u te verzoeken de bewindslieden nader te bevragen over het bevorderen van de uitbetaling van achterstallig ziekengeld, het handhaven van vigerende wetgeving en het aanpakken van pseudo-bemiddelingsbureaus. Dat licht de VVR hieronder toe.

Bevorderen uitbetaling achterstallig ziekengeld
De gedaagde thuiszorginstelling was zeker niet de enige die wel het loon namens cliënten uitbetaalde, maar het niet uitkeerde bij ziekte. Alfahulpen hebben zoals andere persoonlijke dienstverleners onder de regeling Dienstverlening aan huis bij ziekte recht op loondoorbetaling van zes weken. Veel alfahulpen, in aantal FTE verdubbeld sinds de invoering van de Wmo per 2007, hebben dit ziekengeld desondanks niet ontvangen. Ook andere bemiddelingsorganisaties die wel als kassier optreden – ofwel het loon uitbetalen namens cliënten – verzaken hierin. De VVR verzoekt u bij de bewindslieden aan te dringen op het bevorderen van de uitbetaling van achterstallig ziekengeld. Daartoe staan verschillende wegen open: het spreken met brancheorganisaties, het geven van publiciteit, het ondersteunen van een meldpunt etc.

Speciale verantwoordelijkheid (semi-) overheid
Naar de mening van de VVR hebben ministeries, belastingdienst en UWV een speciale verantwoordelijkheid. Belastingdienst en UWV hebben in 2005 bewilligd in het scheppen van duidelijkheid voor thuiszorginstellingen wanneer geen sprake zou zijn van een dienstbetrekking in de zin van de werknemersverzekeringen en de Wet LB: de feitelijk arbeidsrelatie moest voldoen aan de uit drie documenten bestaande modelovereenkomst.2)  Onderdeel hiervan was de zes weken loondoorbetaling bij ziekte. Het ministerie van VWS heeft deze modelovereenkomst bij de invoering van de Wmo ter beschikking gesteld aan de gemeenten. Gedaagde thuiszorginstelling hield zich niet aan deze modelovereenkomst. De kantonrechter zag dit echter niet als aanwijzing dat de thuiszorginstelling aangemerkt diende te worden als werkgever en merkt op: “Dat de door gedaagde gehanteerde overeenkomsten niet voldoen aan de eisen van het UWV en de Belastingdienst, heeft kennelijk niet geleid tot bezwaren van die kant, een daarop gerichte vordering is in ieder geval niet ingesteld.”
Inderdaad zijn belastingdienst en UWV uitermate terughoudend geweest in hun handhavende taak.3) De VVR vindt daarom dat de (semi-) overheid een speciale verantwoordelijkheid heeft voor al die zieke alfahulpen die ondanks de voorgeschreven modelovereenkomst tijdens hun ziekte zonder inkomen zaten.
Zeker in het licht van het feit dat brancheorganisaties, belastingdienst, UWV en VWS thans in afrondende fase zijn van een convenant rond de fiscale sociaal verzekeringsrechtelijke en arbeidsrechtelijke aspecten van alfahulpbemiddeling. Dit in verband met de voorgenomen herinvoering van alfahulpverlening op grote schaal. Het zal toch niet weer gebeuren dat instellingen vrijelijk kunnen afwijken van een model arbeidsovereenkomst zonder beducht te hoeven zijn voor handhaving door belastingdienst en UWV?

Bemiddelingsorganisatie of werkgever?
De kantonrechter heeft de primaire vordering dat de thuiszorginstelling de werkgever van de alfahulp was (en daarom het loon over de hele ziekteperiode zou moeten betalen) afgewezen. Hoger beroep wordt daarom overwogen. Meer in het algemeen is de uitzonderingspositie van deeltijd huishoudelijk personeel naar de mening van de VVR juridisch onhoudbaar wegens strijd met allerlei internationale verplichtingen. Zolang er echter geen politieke meerderheid is om de uitzonderingspositie af te schaffen of te beperken noch een dwingende rechterlijke uitspraak in deze, zullen die ‘stiefkinderen van de arbeidsmarkt’4) blijven bestaan. Dat geeft u dan wel de verantwoordelijkheid om de beperkte sociale rechten die ze hebben te waarborgen en hen deze te laten genieten. Het moet bemiddelingsbureaus in de persoonlijke dienstverlening onmogelijk worden gemaakt nog langer de hand te lichten met vigerende wetgeving, inclusief de regeling Dienstverlening aan huis.
Zo misbruikt bijvoorbeeld Home Works de regeling door personen die via Home Works huishoudelijk personeel inhuren voor te spiegelen dat de hulp niet bij hen in dienst komt.5) De huishoudelijke hulpen zelf wordt voorgespiegeld dat ze in dienst komen bij Home Works en via de werkgever bij het UWV kunnen verzekeren voor ziekte en werkloosheid of daar van af zien in ruil voor een iets hoger loon.6) Bij ziekte krijgen ze alleen een inkomen als ze zich verzekerd hebben, maar niet de eerste zes weken (het UWV keert de eerste zes weken niet uit i.v.m. de loondoorbetalingsverplichting, maar die wordt niet nagekomen).  Home Works was een van de organisaties waarover minister Kamp u op 24 november 2010 schreef: “Uit de casestudies bij commerciële organisaties blijkt dat het mogelijk is om in deze markt een goedlopende organisatie op te zetten onafhankelijk van subsidies.”
Ikzoekeenhuishoudelijke hulp.nl (alias ikzoekeenzorgzamebijbaan.nl) is een andere bemiddelingsorganisatie die de cliënten/particuliere huishoudens en PGB-houders wel factureert op naam en op kosten van de huishoudelijke hulpen, maar de huishoudelijke hulpen krijgen bij ziekte niets uitbetaald.
Het zijn slechts voorbeelden uit een wildgroei van meer of minder dubieuze bemiddelingsbureaus in de particuliere en PGB gesubsidieerde dienstverlening.
De VVR verzoekt u vragen te stellen aan de verantwoordelijke bewindspersonen naar de handhaving van de vigerende wetgeving en aanpak van pseudo-bemiddelingsbureaus. Het vonnis in de zaak van de zieke alfahulp vormt een mooie aanleiding daarvoor.  Omdat naast minister Kamp als portefeuillehouder persoonlijke dienstverlening ook staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten betrokken is sturen wij een soortgelijk schrijven naar de vaste commissie VWS. De VVR gaat er van uit dat beiden ook de bewindspersonen financiën in hun beantwoording zullen betrekken.

Mocht u nadere mondelinge of schriftelijke toelichting wensen dan zijn we hier graag toe bereid.

Met vriendelijke groet

M.M. van der Burg
Voorzitter

 

Noten

1) Inmiddels is het vonnis van 18 januari 2012 gepubliceerd op Rechtspraak.nl: LJN BV2123

2) Bijleveld, Leontine & Eva Cremers, Een baan als alle andere?! De rechtspositie van deeltijd huishoudelijk personeel, Leiden VVR 2010 p. 63 e.v.

3) Bijleveld & Cremers p. 65 en 97 e.v. Onderzoek na de geruchtmakende uitspraak van Rb Almelo in 2007 wees uit dat vele nieuwe zorgaanbieders op dezelfde wijze als de gewraakte thuiszorginstelling opereerden. Dit leidde tot veel overleg, maar nog niet tot verbetering van de ituatie voor betrokken werkneemsters.

4) Naar Jet Bruinsma in haar Volkskrant-artikelen.

5) http://homeworks.nl/faq: “Nee, de hulp komt niet bij u in dienst. Home Works heft een unieke werkwijze die er voor zorgt dat u in praktische zin geen werkgever wordt van de huishoudelijke hulp. (…) en http://homeworks.nl/over_ons …. sindsdien (2007) werkt Home Works met de regeling ‘Diensten aan Huis’.

6) Richting potentiële huishoudelijke hulpen stelt Home Works: http://homeworks.nl/solliciteren “Werken bij Home Works als huishoudelijke hulp of tuinhulp, betekent dat u bij klanten gaat werken die passen bij uw mogelijkheden en wensen. U krijgt een vaste groep klanten en kunt onbezorgd aan het werk, omdat Home Works verder alles voor u regelt. In principe is uw bruto salaris uw netto salaris en bepaalt u zelf of en welke verzekeringen en voorzieningen u wilt nemen. Wij verzorgen de financiële administratie en u ontvangt aan het eind van de maand een duidelijke loonstrook.” Over de verplichte inkomensafhankelijke premie ZVW zwijgt Home Works.

 

 

25 januari 2012 – Thuiszorginstelling moet zieke alfahulp 6 weken loon betalen!

Thuiszorginstelling moet zieke alfahulp 6 weken loon betalen!

25 januari 2012

De kantonrechter in Harderwijk heeft op 18 januari vonnis gewezen in de zaak van de zieke alfahulp die geen loon had gekregen van de instelling die gewoonlijk namens cliënten haar loon betaalde. De thuiszorginstelling is door de rechter verplicht tot betaling van zes weken loon vermeerderd met 50% wettelijke verhoging wegens het niet tijdig betalen van het salaris. Het Proefprocessenfonds Clara Wichmann en de Vereniging voor Vrouw en Recht roepen alle alfahulpen op die de afgelopen vijf jaar geen ziekengeld hebben gekregen dit alsnog op de eisen. Lees hier het volledige persbericht.

Rechtbank Zutphen, Sector Kanton – Locatie Harderwijk, 18 januari 2012: thuiszorginstelling moet zieke alfahulp zes weken loon doorbetalen

Samenvatting
Thuiszorginstelling moet zieke alfahulp zes weken loon betalen. Eiseres daagde thuiszorginstelling via welke zij bij cliënten werkte voor de rechter omdat ze geen loon doorbetaald kreeg toen ze haar pols gebroken had. De thuiszorginstelling trad op als kassier en betaalde namens cliënten het loon. Kantonrechter Harderwijk oordeelde dat de thuiszorginstelling verplicht is tot betaling van zes wekenziekengeld vermeerderd met 50% wettelijke verhoging wegens het niet tijdig betalen van het salaris. In de procedure had de alfahulp, bijgestaan door het Proefprocessenfonds Clara Wichmann,de Vereniging voor Vrouw en Recht en de Stichting Alphatrots primair het standpunt ingewonnen dat de thuiszorginstelling haar werkgever was en niet de cliënten bij wie zij werkte. Om die reden zou ze recht hebben op een langere periode loondoorbetaling. De kantonrechter heeft dit standpunt niet willen volgen.
Volledige tekst

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Kanton – Locatie Harderwijk Zaaknummer: 371117 CV-EXPL 09-1088 Grosse aan : mr. M.A.C. Vijn Afschrift aan: mr. H.C.W. Geffroy

vonnis van de kantonrechter te Harderwijk d.d. 18 januari 2012

inzake

[eiseres] wonende te [plaats] eisende partij, gemachtigde: mr. M.A.C. Vijn,

tegen

de besloten vennootschap Beeuwkes Thuiszorg B.V., gevestigd te Epe, gedaagde partij, gemachtigde: mr. H.C.W. Geffroy.

1) Procesverloop

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • het tussenvonnis d.d. 22 juni 2011;
  • de aantekeningen van de comparitie van partijen d.d. 26 september 2011.

2) Beoordeling

Eiseres is in Harderwijk sinds februari/maart 2007 werkzaam als alphahulp. Omstreeks december 2008 placht zij 9 hulpbehoevenden/cliënten te verzorgen. Van 18 december 2008 tot en met 30 januari 2009 was zij arbeidsongeschikt; zij had haar pols gebroken. Nadien was zij alleen ‘s middags werkzaam, wekelijks 14,5 uur.

Primair stelt eiseres dat zij in dienst was van gedaagde. Dit wordt door gedaagde betwist. Volgens gedaagde bestonden tussen haar en haar cliënten arbeidsovereenkomsten en trad gedaagde slechts op als kassier.

Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, schaart de kantonrechter zich achter het standpunt van gedaagde. Inderdaad bestonden tussen eiseres en haar cliënten arbeidsovereenkomsten met betrekking tot het verrichten van werkzaamheden van huishoudelijke aard. Gedaagde heeft het initiatief genomen tot het totstandkomen van die arbeidsovereenkomsten, nadat eiseres zich jegens gedaagde daartoe bereid had verklaard. Gedaagde speelde haar rol in het kader van een door haar in het kader van een aanbesteding door de gemeente Harderwijk gegund contract, genaamd ‘raamovereenkomst voor het leveren van hulp bij de huishouding in het kader van de wet maatschappelijke ondersteuning’. Eiseres was werkzaam in categorie 1 als bedoeld in die overeenkomst. Gedaagde droeg zorg voor de rechtstreekse betaling aan eiseres van hetgeen de cliënten aan haar verschuldigd waren, zulks op basis van urenbriefjes.

Eiseres wil het standpunt ingang doen vinden dat gedaagde wel degelijk de werkgeversrol heeft vervuld. Daartoe wijst zij op een aantal volgens haar belangrijke omstandigheden die evenwel door gedaagde worden bestreden althans genuanceerd.

Het is zaak allereerst na te gaan wat de bedoelingen van partijen waren bij het aangaan van hun rechtsrelatie. Naar dezerzijds oordeel heeft gedaagde de context van het totstandkomen van de gemaakte afspraken voldoende en adequaat uitgelegd. Kortgezegd komt het erop neer dat in het kader van de aanbesteding gedaagde gehouden was ook de tewerkstelling van alphahulpen (categorie 1) te faciliteren in die zin dat zij bij haar bekende alphahulpen aanbood aan cliënten met een indicatie, waarna de alphahulpen en de cliënten arbeidsovereenkomsten sloten en vrij waren afspraken te maken over de inzet van de alphahulpen; gedaagde had met dit laatste niets te maken. Gedaagde vervulde slechts de kassiersfunctie, zulks ten behoeve van niet alleen de alphahulpen maar ook van de cliënten. Leidend is de driepartijenovereenkomst, getiteld ‘bemiddelingsservice-overeenkomst’; niet is gebleken of aannemelijk gemaakt dat partijen anders hebben gehandeld dan volgens de daarin neergelegde afspraken.

Uit niets blijkt dat gedaagde ooit het ontstaan van een arbeidsovereenkomst tussen haar en eiseres heeft gewild of beoogd. Het rechtsvermoeden van art. 7:610a BW speelt hier geen rol nu vaststaat dat eiseres haar werkzaamheden verrichtte op basis van arbeidsovereenkomsten met haar cliënten.

Dat er vergaderingen van alphamedewerkers zijn geweest, leidt niet tot het ontstaan van arbeidsovereenkomsten, nu het alleszins voor de hand ligt praktische zaken te coördineren. Dat van eiseres werd verwacht ziekteverzuim niet alleen aan de cliënt maar ook aan gedaagde te melden, kan dan ook alleen worden gezien als een faciliterende taak die gedaagde op zich nam juist om het de alphahulpen makkelijk te maken voor vervanging zorg te dragen.

Dat de door gedaagde gehanteerde overeenkomsten niet voldoen aan de eisen van het UWV en de Belastingdienst, heeft kennelijk niet geleid tot bezwaren van die kant; een daarop gerichte vordering is in ieder geval niet ingesteld. Voor de civielrechtelijke rechtsverhouding tussen partijen mist dit aspect zelfstandige betekenis.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat de primaire vordering moet worden afgewezen. Hetgeen partijen ter zake verder nog naar voren hebben gebracht, kan niet tot een ander oordeel leiden en behoeft derhalve geen afzonderlijke bespreking.

De subsidiaire vordering is gebaseerd op de stelling dat het op de weg van gedaagde had gelegen het loon over de eerste zes weken van ziekte op grond van art. 7:629, lid 2 BW door de cliënten aan eiseres verschuldigd, aan haar te betalen. Vaststaat dat zij dit bij de gemeente had kunnen claimen. Dat zij dit niet heeft gedaan, moet voor haar rekening en risico blijven. Daarom bestaat ook geen aanleiding tot matiging van de wettelijke verhoging. Voor toewijzing van incassokosten is geen plaats, nu aanstonds duidelijk was dat gedaagde de vordering betwistte; de pre processuele activiteiten van de gemachtigde van eiseres strekten tot instructie van het geding. De overigens cijfermatig niet weersproken vordering is derhalve toewijsbaar in voege als hierna te melden.

Nu partijen over en weer deels in het ongelijk worden gesteld, bestaat aanleiding voor compensatie van proceskosten.

3) Beslissing

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling aan eiseres van een bedrag van € 1.633,60 bruto, te vermeerderen met 50% wettelijke verhoging met de wettelijke rente daarvan vanaf 1 februari 2008 tot de dag der voldoening.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Iedere partij blijft belast met de eigen proceskosten.

Aldus gewezen door mr. D.J. Buijs, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 18 januari 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

Rechters
Mr. D.J. Buijs

9 januari 2012 – Alweer uitstel voor zieke alfahulp

Alweer uitstel voor zieke alfahulp

9 januari 2012

Betrokken leden – advocaat Mac Vijn en de projectgroep deeltijders aan huis – hadden na op een mooie kerstboodschap voor de zieke alfahulp gehoopt. Dat zou ook wel tijd worden na twee en een half jaar procederen dachten we. Kantonrechter Harderwijk heeft echter opnieuw bedenktijd geclaimd. De uitspraak staat nu op de rol voor eind januari.

23 december 2011 – Voorzitter VVR over de SGP in tijdschrift Lover

Voorzitter VVR over de SGP in tijdschrift Lover

23 december 2011

Vrouwendiscriminatie als Hollandse folklore: de Hoge Raad uitspraak over de SGP opzij geschoven

De Nederlandse regering gedoogt een partij die vrouwen het passief kiesrecht onthoudt én wil een wettelijk verbod op het dragen van boerka’s op straat. Hoe vallen deze zaken met elkaar te rijmen? Dat is een vraag die Mieke van der Burg, voorzitter van de Vereniging Vrouw en Recht (VVR), bezighoudt. Klik hier voor het volledige artikel in het digitale tijdschrift Lover.
Het artikel staat ook op de verenigingswebsite.

Anja Eleveld & Maroesjka Versantvoort; Gelijkheid of economische groei? Interpretatieve frames in het emancipatiebeleid tussen 1992 en 2007, in Beleid en Maatschappij 2011 (38) 3 p. 283-300

Link naar PDF