10 december 2010 – Wordt vervolgd: zaak zieke alfahulp

Wordt vervolgd: zaak zieke alfahulp

10 december 2010

Advocaat Mac Vijn heeft, met adviezen van de klankbordgroep, op 1 december 2010 een nadere reactie geleverd op de Conclusie van Dupliek na Compiratie. Het gaat vooral om de stellingen van de Thuiszorginstelling niet voor de gemeente de organisatie van de huishoudelijke zorg op zich te nemen. In de klankbordgroep participeert de VVR (met Eva Cremers en Leontine Bijleveld), het Proefproecessenfonds Clara Wichmann en de Stichting Alphatrots.
Inmiddels heeft Kantonrechter Zutphen, lokatie Harderwijk, de tegenpartij tot 12 januari 2011 de tijd gegeven te reageren, de mogelijkheid voor het vragen van uitstel alvast in het vooruitzichtstellend. Het proefproces over de loondoorbetaling van de zieke alfahulp loopt inmiddels al meer dan anderhalf jaar.

2 december 2010 – Petitie Deeltijders aan huis aan Tweede Kamer aangeboden

Petitie Deeltijders aan huis aan Tweede Kamer aangeboden

2 december 2010

De Vereniging voor Vrouw en Recht (VVR) en FNV Bondgenoten hebben op 30 november 2010 een petitie én het boek Een baan als alle andere?! aangeboden aan de voorzitter van de vaste Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Ineke van Gent. Zij vragen de Tweede Kamerleden bij de behandeling van de begroting SZW op 7 en 8 december aanstaande te bepleiten dat deeltijd huishoudelijk werkers volwaardige werknemers worden en dat op korte termijn werklozen die WW hebben en deeltijd huishoudelijk werk aanvaarden, hun rechten behouden ook als zij dit werk na zes maanden weer verliezen of arbeidsongeschikt worden. Meer informatie vindt u in het persbericht.

Persbericht – VVR en FNV Bondgenoten Utrecht, 30 november 2010

  • Wat? Aanbieden boek en petitie over deeltijd huishoudelijk werkers
  • Wie? Aan voorzitter commissie SZW, door Vereniging Vrouw en Recht en FNV Bondgenoten
  • Waar? Tweede Kamergebouw, Statenpassage, Den Haag
  • Wanneer? Dinsdag 30 november, 13.15 uur vindt overhandiging plaats

De Vereniging voor Vrouw en Recht en FNV Bondgenoten vragen om wetsverandering

Deeltijd huishoudelijk werkers moeten volwaardige werknemersrechten krijgen

De Vereniging voor Vrouw en Recht (VVR) en FNV Bondgenoten vragen vandaag aan Ineke van Gent, de voorzitter van de vaste Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, om bij minister Kamp (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) te bepleiten dat deeltijd huishoudelijk werkers volwaardige werknemers worden. De uitzonderingsmaatregelen voor deze groep moeten worden geschrapt. Daartoe bieden beide organisaties een petitie én het boek ‘Een baan als alle andere’ aan Ineke van Gent aan. Deeltijd huishoudelijk werkers, zo’n half miljoen mensen, hebben een veel slechtere rechtspositie dan andere werknemers. Ze hebben geen recht op werkloosheids- en arbeidsongeschiktheids-uitkeringen. Werkeloze werknemers die recht hebben op een dergelijke uitkering verliezen dit recht als ze deeltijd huishoudelijk werk aanvaarden, maar dit werk na zes maanden weer verliezen of arbeidsongeschikt worden. FNV Bondgenotenbestuurder Willem Noordman: Er moet een einde komen aan deze ongelijke rechtspositie. Het druist in tegen alle internationale verdragen. Deeltijders aan huis moeten als volwaardige werknemers behandeld worden, met recht op sociale zekerheid. Mieke van der Burg, voorzitter van de Vereniging Vrouw en Recht (VVR) voegt hieraan toe: Zolang dit nog niet is geregeld moeten op korte termijn maatregelen worden getroffen om reeds opgebouwde WW-rechten te laten herleven, als deeltijdwerk in deze sfeer na zes maanden vervalt.
De omvang van de groep deeltijd huishoudelijk werkers neemt met de dag toe. Op dit moment gaat het naar schatting om zo’n half miljoen mensen. Voor circa 95 procent bestaat deze groep uit vrouwen, die werken als huishoudelijke hulp, nanny’s, gezelschapsdames, kinderoppas of alfahulp. Ook mensen die geïndiceerde zorg bieden krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vallen er onder. De overheid biedt deze – relatief goedkope – zorg onder meer via een persoonsgebonden budget (PGB) waarmee de zorgvrager zelf iemand inschakelt. Ook thuiszorginstellingen laten verzorgend personeel steeds meer als alfahulp werken. De uitzonderingspositie van deeltijd huishoudelijk werkers is vastgelegd in de Regeling Dienstverlening aan huis. Mieke van der Burg, voorzitter van de Vereniging Vrouw en Recht (VVR): Vanwege lage kosten houdt de overheid deze geringe rechtsbescherming in stand. Deze regeling moet worden afgeschaft, dat moet ter sprake komen bij de behandeling van de begroting van SZW . Evenals het op korte termijn invoeren van herleving van WW-rechten voor werklozen, die na zes maanden hun huishoudelijke baan weer verliezen . Wij roepen de leden van de vaste Kamercommissie SZW op, ook dit aan de orde te stellen bij minister Kamp.


Meer informatie:

  • Vereniging voor Vrouw en Recht (VVR): Mieke van der Burg, voorzitter, tel: 06-22987711.
  • FNV Bondgenoten: adviseur Margriet Kraamwinkel, tel:06-108 86 561 of voorlichter José Kager, tel: 06-53898515

Het boek ‘Een baan als alle andere’ is bij de VVR verkrijgbaar voor 15 Euro (inclusief verzendkosten), via email. Het is ook online te lezen en in PDF beschikbaar.

24 november 2010 – Verslag Expertbijeenkomst VN-Vrouwenverdrag

Verslag Expertbijeenkomst VN-Vrouwenverdrag

24 november 2010

Het Verslag van de Expert bijeenkomst over het Facultatief Protocol VN-Vrouwenverdrag op 15 september 2010 is naar de deelnemers en degenen die verhinderd waren gestuurd. De VVR was bij de organisatie betrokken. Daarom kunnen belangstellenden kunnen het verslag downloaden van de verenigingswebsite.

Bijdrage Pieter Jan Biesheuvel

RWI-adviezen

  • In 2006 heeft de RWI op verzoek van de Tweede Kamer het advies ‘Huis houden op de markt’ uitgebracht, gevolgd door een 2e advies. Deze adviezen zijn gericht op het ontwikkelen van een formele markt voor persoonlijke dienstverlening.
  • De RWI stelt een duaal fiscaal regime voor. Dit regime kent een belastingvrije en een belaste variant.

1) In de belastingvrije variant is het mogelijk om tot een bedrag van 500 euro per maand belasting- en premievrij in en om het huis eenvoudige werkzaamheden te laten verrichten. De opdrachtgever maakt één op één afspraken met de opdrachtnemer over de voorwaarden waaronder het werk wordt gedaan.

2) In de belaste variant kan de opdrachtgever de dienstverlener via een bedrijf inhuren. De dienstverlener is een volwaardige werknemer die gewoon onder een CAO valt, belasting- en premieplichtig is en sociale zekerheidsrechten en eventueel ook pensioen opbouwt. De particuliere opdrachtgever kan de kosten die gepaard gaan met inhuur fiscaal verrekenen. Door de aftrekbaarheid van de kosten wordt de bestaande markt voor persoonlijke diensten bereikbaar voor het bedrijfsleven.

  • Doelstellingen van het advies:

1) Vergroten werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt

2) Tegengaan van zwart werk

3) Ontwikkelen van een nieuwe markt; zodat deze markt ook voor het bedrijfsleven bereikbaar wordt en op de groeiende vraag naar deze diensten een passend aanbod kan worden gedaan.

4) Tot nu toe zijn de RWI-voorstellen door opeenvolgende kabinetten afgewezen vanwege juridische, financiële en uitvoeringstechnische bezwaren. De Tweede Kamer heeft zich niet neergelegd bij deze afwijzende reactie van het kabinet. (evt. verwijzen naar uitkomsten algemeen overleg van 6 oktober….)

Beoordeling boek in relatie tot RWI-adviezen
– Het is goed, maar ook meer dan terecht dat in het boek de vinger wordt gelegd bij de discutabele rechtspositie die huishoudelijke hulpen al jaren kenmerken.
– De RWI-insteek was om de huishoudelijke hulp een reële mogelijkheid te bieden voortaan als gewone werknemers binnen de veilige kaders van de sociale zekerheid te werken. En in ieder geval ook de arbeidsrelatie tussen een particulier en huishoudelijke hulp in de defiscale (onverzekerde) variant transparant en voor de fiscus zichtbaar te maken.
-Tegelijkertijd is er het besef bij de RWI dat informeel (zwart) werk nooit volledig uitgebannen zal kunnen worden.

Ter verduidelijking:

  • Dit voorstel heeft een pragmatisch karakter en is ingegeven door de overtuiging dat het informeel werk binnen de persoonlijke dienstverlening, zoals de schrijvers ook zelf bevestigen, nooit volledig zal verdwijnen. We hebben immers geconstateerd dat vraag en aanbod binnen de persoonlijke dienstverlening zich vooral in het zwarte circuit voordoet. Daarmee zijn huidige huishoudelijke hulpen vrijwel rechteloos. En omdat er op dit moment geen reëel alternatief bestaat is dit bij grote delen van de bevolking ook geaccepteerd. Maar de RWI-voorstellen beogen, rekening houdend met de bestaande praktijk, hierin juist verandering te brengen.

  • Het ontwikkelen van een legale en sociaal verzekerde markt gaat echter niet van de één op de andere dag. Dat kost gewoon tijd en zal een groeimodel zijn. Daarom heeft de RWI gekozen voor een model waarlangs een ‘sociaal verzekerde witte markt’ in een concurrentiepositie wordt gebracht ten opzichte van de bestaande zwarte markt. Voor particulieren die een (andere) hulp zoeken is het afwegingskader veranderd en voor hen zal een keuze voor een huishoudelijke hulp die binnen de sociale zekerheidsregelingen valt aantrekkelijker worden. Door dit andere afwegingskader bij particulieren ontstaat er naar verwachting ook ruimte bij bedrijven om huishoudelijke hulpen aan te nemen die nu in het informele circuit werkzaam zijn. Daarmee ontstaat er ook een keuzemogelijkheid voor de huishoudelijke hulpen om voortaan niet langer onverzekerd, maar verzekerd aan het werk te gaan.

  • Opdrachtgevers die in eerste instantie kiezen of vooralsnog gedwongen zijn om te kiezen voor de informele setting hebben we een handreiking willen doen, door hen de mogelijkheid te bieden legaal te handelen op voorwaarde dat ze hun overeenkomst met de huishoudelijke hulp melden bij de fiscus. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid om legaal te handelen verschoven van de huishoudelijke hulp naar de opdrachtgever.

Verbeteren van de rechtspositie door een andere vraagrichting

  • In het boek wordt vooral ingezoomed op de aanbodkant van de persoonlijke dienstverlening. En dat is ook prima. Maar wil je de situatie voor huishoudelijke hulpen daadwerkelijk verbeteren, dan zul je toch ook nadrukkelijk aandacht moeten schenken aan de beïnvloeding van de huidige vraagrichting.

  • Met onze voorstellen willen we de vraag beïnvloeden. Het moet voor particulieren voortaan mogelijk zijn om een hulp in te schakelen die als gewone werknemer in dienst is van een bedrijf. Daarmee willen we de witte (bedrijven)markt in concurrentie brengen met de zwarte markt. Dat betekent niet dat van de een op de andere dag er een volledige omslag zal plaatsvinden. Dit kost In de huidige situatie is er feitelijk geen enkele keus voor iemand die binnen de persoonlijke dienstverlening actief wil zijn. Werken binnen de persoonlijke dienstverlening betekent vrijwel altijd onverzekerde arbeid. De RWI heeft in zijn voorstellen ervoor gekozen hiervoor een alternatief te bieden dat voor zowel de particulier als de huishoudelijke hulp aantrekkelijker is.

  • In reactie op het RWI-advies heeft het kabinet in 2008 de ´Regeling dienstverlening aan huis´ ingevoerd, waardoor een particulier niet langer 2, maar zelfs 3 dagen een huishoudelijk hulp vrijwel onverzekerd kon laten werken. Een volstrekt oncontroleerbare regeling, waardoor een huishoudelijke hulp feitelijk een pariastatus heeft binnen het arbeidsrecht en feitelijk ook geen mogelijkheid krijgt geboden de eigen positie te verbeteren. Ik vind dit heel hypocriet van de opeenvolgende kabinet: Het kabinet kiest ervoor om een markt te stimuleren door een verdere verslechtering van de rechtspositie van huishoudelijke hulpen. Vrijwel alle risico´s blijven eenzijdig bij de huishoudelijke hulp liggen. En een keuzemogelijkheid om te kiezen voor sociaal verzekerde arbeid wordt niet geboden.

Bedrijvenmarkt is nodig voor perspectief huishoudelijke hulp

  • Het ontbreken van een ‘bedrijvenmarkt’ voor persoonlijke dienstverlening houdt niet alleen de zwarte markt in stand, het belemmert ook huishoudelijke hulpen om door te stromen naar de reguliere arbeidsmarkt. Ook vanuit dat gezichtspunt is het van belang dat het voor commerciële bedrijven aantrekkelijk wordt gevonden zich op de particuliere markt te begeven.

WMO-ontwikkelingen maakt de marktprijs zichtbaar
Door de invoering van de WMO is er ook voor gemeenten een markt ontstaan voor de huishoudelijke verzorging. Uit de aanbestedingen die gemeente doen blijkt dat een reële prijs voor een huishoudelijke hulp circa €24,- bedraagt. Voor particulieren die geen beroep kunnen doen op de WMO betekent dit dat ze met hun nettoloon deze brutoprijs moeten neerleggen. Dit is niet reëel en zou betekenen dat veel mensen er voor zullen kiezen om de arbeidsmarkt te verlaten en de huishoudelijke werkzaamheden weer volledig zelf zullen doen.

De RWI vindt het daarom noodzakelijk dat de kostprijs voor de particulier fors lager komt te liggen. Zonder maatregelen op dat gebied blijft een MPD met goede arbeidsvoorwaarden voor de huishoudelijke hulpen een utopie.

Toelichting op congres

‘Uitsluiten of beschermen?’

Rechtspositie deeltijd huishoudelijk personeel en persoonlijke dienstverleners

De Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann (VVR) organiseert ieder jaar een congres waarop belangrijke maatschappelijke en juridische ontwikkelingen rond de positie van vrouwen aan de orde komen.
Dit jaar is als congresthema gekozen: de marginale sociale bescherming van huishoudelijk personeel. Aanleiding is het onderzoek van Leontine Bijleveld en Eva Cremers over dit onderwerp dat heeft geresulteerd in een boek met de titel Een baan als alle andere?! De rechtspositie van deeltijd huishoudelijk personeel. Het boek is deze zomer verschenen en is via de website verkrijgbaar.
Tijdens het congres staat de vraag centraal of het anno 2010 nog gerechtvaardigd is dat voor deze specifieke vorm van arbeid, die voor ten minste 95% door vrouwen worden verricht, slechts marginale sociale bescherming bestaat. Zo niet, hoe krijgen we het voor elkaar om hierin verbetering te brengen de komende jaren?

Deeltijd huishoudelijk dienstverlenend personeel

Deeltijd huishoudelijk personeel heeft een uitzonderingspositie in het sociaal recht. De werkgever heeft geen werkgeverslasten en daardoor is het goedkoop personeel. Er is sprake van deeltijd huishoudelijk of dienstverlenend personeel als iemand minder dan vier dagen in dienst is bij een particuliere werkgever. Het betreft huishoudelijke hulpen, werksters, kinderoppassen, tuinhulpen, maar ook alfahulpen, pgb-zorgverleners, verpleegkundigen aan huis etc..
Het gaat dus zowel om particuliere dienstverlening als om werknemers die geïndiceerde zorg verlenen. Dit wil zeggen: zorg die de overheid burgers moet bieden vanwege hun handicap, ziekte of ouderdom, op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Deze zorg kan onder meer worden geboden door een budget ter beschikking te stellen waarmee de zorgvrager zelf iemand inschakelt (zogenaamd persoonsgebonden budget, pgb). Omdat de werkgever dan de particulier is kan deze zorg goedkoop worden geboden.

Discussiepunten

Wat is de rechtvaardiging van de wetgever voor de uitzonderingspositie van huishoudelijke personeel? Is er voor het onthouden van rechtsbescherming aan alfahulpen en pgb-zorgverleners nog specifieke argumentatie? Kunnen deze argumenten de objectieve rechtvaardigingstoets doorstaan of is sprake van verboden (in)direct onderscheid op grond van geslacht en arbeidsduur? Met andere woorden: is de uitzonderingspositie van deeltijd huishoudelijk personeel juridisch houdbaar? Kan huishoudelijk werk een echte baan worden? Kan de groeiende vraag naar persoonlijke dienstverlening als hefboom fungeren? Wat is daarvoor nodig en wat zijn voor– en nadelen? Wat zullen effecten voor de arbeidsparticipatie zijn? Jarenlang was er enige politieke belangstelling voor de markt van persoonlijke dienstverlening, maar de laatste jaren helemaal niet meer.
In februari dit jaar heeft het CEDAW-comité de Nederlandse regering op dit punt terecht gewezen en zeer dringend aanbevolen aan de slechte rechtspositie van deze groep een einde te maken. Moeten we de politieke weg bewandelen of de juridische om verbetering te bewerkstelligen.

Eva Cremers en Leontine Bijleveld leiden het onderwerp in. Daarna zullen zij met Margriet Kraamwinkel (FNV Bondgenoten) en Pieter Jan Biesheuvel (voorzitter van de Raad voor Werk en Inkomen) discussiëren over de noodzaak tot en mogelijkheden voor verbetering van de rechtspositie. Ook andere aanwezigen worden uitgenodigd hun licht te laten schijnen over de toekomst van de markt voor de persoonlijke dienstverlening.

Sarah van Walsum treedt op als congresvoorzitter.
Na het congres is er een buffet voor hen die zich hiervoor hebben aangemeld.

Tijd, plaats en kosten
Het congres vindt plaats op 7 oktober 2010 van 15.30 – 18.00 uur in De Kargadoor, Oudegracht 36, te Utrecht (zaal open 15 uur).
Voor leden zijn het congres en het buffet gratis. Wie lid wordt met ingang van 2011, mag ook al gratis deelnemen.
Niet-leden betalen € 30,- voor het congres en € 20,- voor het buffet.
Studenten betalen € 10,- voor het congres en € 10,- voor het buffet

6 oktober 2010 – Werkster: stiefkind van de arbeidsmarkt

Werkster: stiefkind van de arbeidsmarkt

6 oktober 2010

De Volkskrant publiceerde op 4 oktober een artikel over de alfahulpen, nannies, tuinlui en werksters. Aanleiding was het verschijnen van het door de Vereniging uitgegeven boek Een baan als alle andere?! De rechtspositie van deeltijd huishoudelijk personeel van Leontine Bijleveld en Eva Cremers. Journaliste Jet Bruinsma las het boek en interviewde Leontine Bijleveld.

1 oktober 2010 – Commentaar Integratiewet Awgb

Commentaar Integratiewet Awgb

1 oktober 2010

Op 1 oktober 2010 heeft de VVR in een brief aan minister Hirsch Ballin haar commentaar kenbaar gemaakt op het wetsvoorstel Integratiewet Awgb. In de brief wordt de minister gewezen op een aantal bepalingen die mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben voor de rechtspositie van vrouwen. Het commentaar staat op de website onder ‘opinie’.