Schaduwrapportage VN-Vrouwenverdrag 2.0

De VVR was één van de 90 organisaties namens wie het Netwerk VN-Vrouwenverdrag begin juli 2024 schaduwrapportage 2.0. opstuurden naar het CEDAW-Comité in Genève.
Het consultatieproces was in de laatste fase toen het Netwerk geïnformeerd werd over uitstel van de behandeling van Nederland door het Comité: niet oktober 2024, maar februari 2025. Naderhand bleek nog verder uitstel: tot CEDAW-sessie 92 in oktober 2025. De schaduwrapportage heeft als titel Mind the Gap: addressing policy gaps in Women’s Rights.

Malva Driessen en Leontine Bijleveld; noot in USZ 2025-05 over strijdigheid van niet uitbetaling van de ZEZ-uitkering met art. 11 lid 2 onder b VN-Vrouwenverdrag

Malva Driessen en Leontine Bijleveld schreven in USZ 2025-05 een noot over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 januari 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:218). Dat bij een startend onderneemster wel een ZEZ-uitkering wordt toegekend, maar niet tot uitbetaling komt is strijdig met de doelstelling van art. 11 lid 2 onder b van het VN-Vrouwenverdrag.

USZ 2024-05-114 Driessen-Bijleveld

Rechtbank Gelderland stelt sekswerkers in het gelijk: registratieplicht en uitsterfbeleid tippelzone Nijmegen onwettig en onverbindend

Op 28 juni 2024 deed Rechtbank Gelderland uitspraak in een zaak die twee sekswerkers met steun van Bureau Clara Wichmann had aangespannen tegen de gemeente Nijmegen. De sekswerkers zijn volledig in het gelijk gesteld. De gemeente heeft hen onterecht de toegang tot de tippelzone geweigerd en de de registratieplicht voor sekswerkers die de gemeente had ingesteld is in strijd met de privacyregelgeving (AVG).
Advocatenkantoor Stibbe trad pro bono op. VVR-lid Marjan Wijers was als deskundige nauw bij de procedure betrokken.
ECLI:NL:RBGEL:2024:3967

Bureau Clara Wichmann heeft een persbericht uit doen gaan.

EHRM LUCA v. THE REPUBLIC OF MOLDOVA

Status

Als overheidsorganisaties nalaten om adequaat te reageren op huiselijk geweld kan dit volgens de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) leiden tot een schending van de artikelen 2, 3, 8 en 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De recente zaak Luca tegen de Republiek Moldavië, d.d. 17 oktober 2023, richt zich in het bijzonder op omgang met kinderen in de context van huiselijk geweld.

De verzoekster, Luka, voerde aan dat de Moldavische autoriteiten hadden nagelaten om haar te beschermen tegen huiselijk geweld en ook hadden nagelaten om haar te ondersteunen in het onderhouden van contact met haar kinderen. Het Hof oordeelde dat de autoriteiten niet hadden voldaan aan hun verplichting om een onmiddellijke en proactieve beoordeling uit te voeren van het risico van terugkerend geweld tegen verzoeker en operationele en preventieve maatregelen te nemen om dat risico te verminderen, verzoeker te beschermen en het gedrag van de dader te veroordelen (zie paragraaf 74). Het Hof stelde een schending van artikel 3 (verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling) vast. Ook was het Hof van mening dat het optreden van de autoriteiten niet slechts een op zichzelf staande mislukking of vertraging was in de aanpak van het geweld tegen verzoekster, maar in feite het geweld vergoelijkte, waaruit een discriminerende houding ten opzichte van verzoekster als vrouw bleek (zie para. 106). Er was derhalve ook sprake van schending van artikel 14 (het discriminatieverbod).

Link naar het arrest: LUCA v. THE REPUBLIC OF MOLDOVA (coe.int)

Nieuwsbrief april 2024

Uitvraag opdracht onderzoek naar ervaringen van familierechtadvocaten
Het bestuur van de VVR heeft besloten € 3.000 uit het CLWI-VVR fonds ter beschikking te stellen voor een onderzoek naar de mate waarin huiselijk geweld als relevante factor wordt erkend in familierechtelijke procedures. Worden risicotaxatie-instrumenten ingezet? Welke rol spelen internationaalrechtelijke toetsingskaders (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, Verdrag van Istanbul, VN-Vrouwenverdrag en het Internationaal Kinderrechten Verdrag)? Meer informatie op de website van de VVR.
Ben of ken je een onderzoeker die belangstelling heeft voor het uitvoeren van dit wetenschappelijk onderzoek op freelance basis? Meld dit dan gemotiveerd via het contactformulier van de werkgroep personen- en familierecht.

Europese Richtlijn tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld
Het Europees Parlement heeft op woensdag 24 april 2024 een Richtlijn goedgekeurd die tot doel heeft om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te bestrijden. De Richtlijn verplicht onder andere tot strengere wetten tegen cybergeweld, betere hulp aan slachtoffers en maatregelen om verkrachting te voorkomen. Na publicatie hebben lidstaten 3 jaar om de Richtlijn in wetgeving om te zetten. Lees meer in het persbericht van het Europarlement.

Nieuwe schaduwrapportage Verdrag van Istanbul
Het secretariaat van GREVIO, het expertcomité dat toeziet op de naleving van het Verdrag van Istanbul, heeft het Netwerk VN-Vrouwenverdrag uitgenodigd om namens de NGO’s een schaduwrapportage aan te leveren. Dit ter gelegenheid van de eerste thematische evaluatie van het Nederlandse beleid aan de hand van GREVIO’s questionnaire dienaangaande. De schaduwrapportage moet half augustus ingeleverd worden. GREVIO zal in het najaar weer een werkbezoek brengen aan Nederland.
Voor het schaduwproces is mondeling subsidie toegezegd door het Ministerie van VWS. Het Netwerk is gestart met het werven van penvoerders. Naar verwachting zal in juni een ophaalsessie georganiseerd worden. De VVR zal hier zoals gebruikelijk aan meedoen. Meer informatie op de website van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag.

Centrale Raad van Beroep betrekt opnieuw View van CEDAW in uitspraak
In januari 2024 heeft de CRvB weer geoordeeld dat het niet-uitbetalen van een ZEZ-uitkering aan een zwangere zelfstandige in strijd is met art. 11 lid 2 onder b van het VN-Vrouwenverdrag ECLI:NL:CRVB:2024:218. Dit keer heeft de Raad uitdrukkelijk de doelstelling van dit artikel aangehaald: voorkomen van discriminatie. Hierbij verwees de Raad naar een oudere Communicatie van CEDAW. VVR-leden Leontine Bijleveld en Malva Driessen schreven een noot erover in USZ 2024-05 (114). De uitspraak is geplaatst bij de jurisprudentie op de website.

Indirecte discriminatie van vrouwen door korting weduwenpensioen bij groot leeftijdsverschil partners (vervolg)
Er zijn enige nieuwe ontwikkelingen te melden over het onderwerp korting van het nabestaandenpensioen bij (groot) leeftijdsverschil tussen partners, sinds de op 8 januari op oud-vvr.computersaysno.eu gepubliceerde opinie over dit onderwerp. Zo is er bijvoorbeeld een annotatie in Jurisprudentie Arbeidsrecht (JAR 2024/78) van de hand van Leontine Bijleveld verschenen. Daarom een nieuwe opinie.

Brief aan informateurs ten behoeve van verbetering veiligheid sekswerkers
Toen bekend werd dat veiligheid een van de prioriteiten is in de onderhandelingen over een nieuw kabinet stuurden acht organisaties samen een brief over de noodzaak de veiligheid van sekswerkers te verbeteren. De VVR was een van de ondertekenaars.

8 maart oproep: stel psychisch geweld strafbaar
Amnesty International publiceerde ter gelegenheid van 8 maart, internationale vrouwendag, een uitvoerig gedocumenteerd statement over de noodzaak psychisch geweld in Nederland strafbaar te stellen. Ook een brief van de VVR werd in een voetnoot aangehaald. De VVR steunt de oproep en zette relevante eigen publicaties over het onderwerp op een rij op eigen website.

Safe the date: VVR Lustrum congres 17 oktober 2024
Het bestuur heeft nog niet besloten welk onderwerp dit jaar op het congres besproken zal worden, maar heeft al wel vast een datum gereserveerd voor ALV en congres bij Kaffeetaria in Utrecht.

Oproep inzenden voordracht voor Feministische Impact Prijs
Ben of ken jij de maker (v/m/x) van een feministisch cultuurproduct dat een originele, vernieuwende bijdrage aan de maatschappelijke discussie over macht en gender leverde? Meld die dan aan voor de Feministische Impact Prijs (FIP) 2024 en maak kans op de prijs van € 7.500.
In aanmerking komen makers van cultuurproducten waarin op buitengewone wijze een feministisch standpunt of perspectief tot uiting komt. Cultuuruitingen in alle media en genres maken kans, van podcasts en websites tot documentaires, films, tentoonstellingen, theater of performances, fictie- en non-fictieboeken, etc.
Kijk bij het Feministisch Cultuurfonds Gender&wetenschap voor de complete oproep en het reglement. Stuur uiterlijk 1 juni 2024 je inzending met een motivatiebrief van max. 1000 woorden: fip@atria.nl of FIP / Atria, Vijzelstraat 20, 1017 KH Amsterdam.

Leontine Bijleveld: Korting nabestaandenpensioen vanwege leeftijdsverschil partners (vervolg)

Er zijn enige nieuwe ontwikkelingen in het dossier korting van het nabestaandenpensioen bij (groot) leeftijdsverschil tussen partners, sinds de op 8 januari jl. op oud-vvr.computersaysno.eu gepubliceerde opinie over dit onderwerp.

Zo meldde de Ombudsman van Omroep Max dat weduwes met een gekort pensioen, die zich als lid van de omroep bij hem melden, een informatiepakket krijgen dat ze kunnen opsturen naar het pensioenfonds. Dat leidt in zeker de helft van de gevallen tot goed resultaat: schrappen van de korting en zelfs ook met terugwerkende kracht tot de uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2015:3628). Op de website noemt de Ombudsman een aantal fondsen waar hij succes heeft behaald (Unilever, Philips, DSM).

In Jurisprudentie Arbeidsrecht (2024-78) verscheen een noot van Leontine Bijleveld over de op 8 januari 2024 gepubliceerde uitspraak van Rechtbank Gelderland eind december 2023 ECLI:NL:RBGEL:2023:7045. Een en ander borduurt deels voort op de bovengenoemde opinie. De noot is hier, conform SDU-beleid, drie maanden na publicatiedatum 5 april 2024, volledig gepubliceerd in PDF: JAR-05-2024-78
De advocaat in deze zaak heeft hoger beroep aangetekend en heeft in de loop van mei de memorie van grieven genomen.

Het pensioenfonds dat aanleiding was voor de opinie van 8 januari houdt echter vast aan de kortingsregeling voor de weduwe in kwestie. Het bestuur van het fonds vond dat de leeftijdskorting gehandhaafd kan blijven voor bijna de gehele periode van opgebouwd pensioen. Alleen voor de laatste werkzame maanden c.q. pensioenopbouw van de in 2003 overleden echtgenoot was het bestuur van het fonds bereid om de korting ongedaan te maken – vanaf 17 mei 1990 (datum arrest Barber) tot 1 augustus van dat jaar (pensioendatum). Uit een onnavolgbare berekening kwam het bedrag van de spreekwoordelijke paar dubbeltjes over de gehele periode van 2003-2023 en dat bedrag is overgemaakt.
De Commissie van Bezwaar van het pensioenfonds heeft het bezwaar van de weduwe niet gehonoreerd en heeft het bestuursbesluit gebillijkt. De Commissie vond dat de zogenaamde temporele werking van het Barber-arrest ook van toepassing is op (indirecte) onderscheid M/V in pensioenregelingen dat niet werd uitgezonderd in de 4de gelijke behandelingsrichtlijn EG. Ook als over de omvang van het opgebouwde pensioen geen verschil van mening is en als de feitelijke (indirecte) discriminatie na datum Barber-arrest plaatsvindt.

Uit de bezwaarprocedure werd overigens duidelijk dat het pensioenfonds de uitweg die de Hoge Raad in december 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3628) bood om de kortingsregeling niet te hoeven afschaffen niet zou hebben kunnen benutten. Dan zou het moeten aantonen dat het kostenbeslag enorm is en de omvang van het fonds, het deelnemerstal e.d. het afschaffen van de kortingsregeling in de weg staat. Het kortingsbedrag was, geïndexeerd en al, over de periode 2003 t/m 2023 minder dan 15.000 euro zo had het fonds berekend op verzoek van de commissie. Een bedrag van zo’n 780 euro (de omvang van de korting in 2023) op jaarbasis kan voor de individuele weduwe net dat verschil maken, terwijl het fonds er vrijwel niets van merkt. Waarom niet eenvoudig afdoen en schikken vraag je je af.

Betrokkenen beraden zich nu over eventuele vervolgstappen. De kwestie kan nu worden voorgelegd aan de Ombudsman Pensioenen. Of er kan gewacht worden tot het Gerechtshof uitspraak heeft gedaan in het hoger beroep tegen de uitspraak van Rechtbank Gelderland (zie hierboven). Een andere mogelijkheid is om de kwestie voor te leggen aan het College voor de Rechten van de Mens.
Dat laatste verdient enige toelichting.

De Commissie van Bezwaar voelde zich in zijn opvatting namelijk gesterkt door twee in een noot genoemde oordelen van de rechtsvoorganger van het College: de Commissie Gelijke Behandeling. (CGB). In beide gevallen oordeelde de CGB dat de kortingsregeling leidde tot verboden onderscheid, zonder te specificeren dat het onderscheid alleen verboden was voor zover dat betrekking had op pensioenopbouw vanaf 17 mei 1990. De Commissie van Bezwaar neemt dat echter wel aan.
Weliswaar komt de datum 17 mei 1990 wel in de volledige oordelen ergens voor, maar dat is in de context van de vraag of de CGB bevoegd is om te oordelen in deze zaak. En dat heeft weer te maken met het feit dat de CGB conform de wetgeving in de jaren 80 niet bevoegd was te oordelen over gelijke behandeling in pensioenkwesties. Dat lag toen nog in het verschiet, in afwachting van de wetgeving die de 4de richtlijn zou implementeren. Terwijl de 4de richtlijn met de drie uitzonderingen (pensioenleeftijd M/V, weduwnaarspensioen en enige actuariële kwesties) net als de Nederlandse wetgeving ter uitvoering van de 4de Richtlijn doorkruist werden door de Barber-uitspraak van het Hof van Justitie EG.

25 april 2024

 

 

Uitvraag opdracht onderzoek ervaringen familierecht-advocaten met huiselijk geweld en internationale toetsingskaders

In 2021 heeft een groep Italiaanse juristen onderzoek gedaan naar de mate waarin huiselijk geweld als relevante factor wordt erkend in familie- en jeugdrechtelijke procedures in Italië. Het onderzoek is uitgevoerd door middel van een uitgebreide enquête onder advocaten die slachtoffers van huiselijk geweld in dergelijke procedures bijstaan. Uitkomst van het onderzoek was dat in het overgrote deel van de zaken huiselijk geweld wél wordt aangevoerd als relevante factor, maar niet door de rechter als zodanig wordt erkend. Het Verdrag van Istanbul is in geen enkele procedure door de rechter aangehaald als toetsingskader. Risicotaxatie-instrumenten worden vrijwel nooit ingezet in het kader van de vaststelling van een omgangsregeling.

Nederlandse professionals uit de hulpverlening en de advocatuur voeren al jaren aan dat ook in Nederland huiselijk geweld in familierechtelijke procedures uit beeld verdwijnt, er te weinig oog is voor de veiligheid van de slachtoffers van huiselijk geweld. Bovendien speelt  het internationale toetsingskader (Istanbul, EVRM, VN-Vrouwenverdrag en IVRK) in de rechtspraktijk een marginale rol. Om deze stellingen (beter) te onderbouwen wil de VVR, in samenwerking met o.a. Valente, het Italiaanse onderzoek in Nederland herhalen. Daartoe moet de oorspronkelijke enquête worden aangepast aan de Nederlandse situatie en Nederlandse advocaten worden bevraagd over hun ervaringen. Na het uitvoeren van de enquête dienen de resultaten te worden verwerkt in een rapport dat voldoet aan de gebruikelijke wetenschappelijke eisen. Het Verwey-Jonker Instituut is geïnteresseerd om een rol te spelen in de begeleiding van het onderzoek.

Het bestuur van de VVR heeft besloten gelden uit het CLWI-VVR-fonds ter beschikking te stellen ten behoeve van het uitvoeren van het onderzoek (maximaal € 3.000). Conform de Regeling opdrachten uit CLWI-VVR-fonds worden leden van de VVR die belangstelling hebben voor het uitvoeren van dit onderzoek van harte uitgenodigd om dat kenbaar te maken via het contactformulier op de website. Mocht je iemand kennen die (nog) geen lid is van de VVR, maar uitermate geschikt, deskundig en enthousiast is voor het uitvoeren van dit onderzoek, wil je die dan attenderen op deze uitvraag?
Ariane Hendriks is vanuit het bestuur betrokken. De reactietermijn verloopt op 12 mei 2024..

CRvB: niet uitbetalen ZEZ-uitkering in strijd met VN-Vrouwenverdrag, 25 januari 2024

Opnieuw heeft de CRvB geoordeeld dat het niet uitbetalen van een ZEZ-uitkering in strijd is met het VN-Vrouwenverdrag, art. 11 lid 2 onder b. Al eerder, in 2017, had de Raad geoordeeld dat dit artikel geschikt is voor rechterlijke toetsing. Nu heeft de CRvB uitdrukkelijk de doelstelling van art. 11 lid 2 onder b aangehaald: voorkomen van discriminatie van vrouwen, onder verwijzing naar r.o. 10.3 van een oudere Communicatie van CEDAW: 03/2004.

Betrokkene was vanuit een WW-uitkering met toestemming van het UWV een eigen bedrijf begonnen. Na afloop van de startperiode, inmiddels zwanger, vroeg ze een ZEZ-uitkering aan. Die werd afgewezen omdat haar bedrijf geen winst had gemaakt. Verleggen van de referteperiode naar het voorgaande jaar bood geen soelaas omdat ze toen nog geen zelfstandige was. Ze viel dus tussen wal en schip. De CRvB deed de zaak zelf af en oordeelde dat UWV tenminste 16 weken een ZEZ-uitkering ter hoogte van het minimumloon moest uitkeren.  ECLI:NL:CRVB:2024:218.

VVR-leden Leontine Bijleveld en Malva Driessen schreven een noot in USZ 2024-05 (114).

Zwartboek huiselijk geweld 2023 – jurisprudentie overzicht (bijna) dodelijk geweld

In 2023 publiceerde VVR lid Ine Avontuur voor het een een zwartboek huiselijk geweld.
Na een inleiding, waarin tevens enige toelichting op de wijze van verzamelen en indeling naar wie M/V geweld pleegde tegen wie (M/V) passeren samenvattingen van 51 zaken + ECLI de revue.

Zwartboek huiseljk geweld 2023-Ine Avontuur