Verslag bijeenkomst Huiselijk geweld in het familierecht

Op 7 oktober 2021 organiseerde de VVR een bijeenkomst over huiselijk geweld in het familierecht. Een van de doelen was om aanbevelingen te formuleren voor maatregelen die recht doen aan artikel 31 van het Verdrag van Istanbul. Hieronder vindt u het verslag van de bijeenkomst in PDF en de powerpoint presentaties van:
Katrien de Vaan, onderzoeker bij Regioplan
Tako Engelfriet, voorzitter van Het Verdwenen Zelf
Bianca Poldervaart, strategisch adviseur beleid bij de Raad voor de Kinderbescherming

Verslag congres huiselijk geweld en familierecht 7 oktober 2021

Presentatie Katrien de Vaan Huiselijk Geweld in het Familierecht – VVR7okt21

Presentatie Tako Engelfriet voort VVR congres 7 okt 2021

Presentatie Bianca Poldervaart Huiselijk geweld in het familierecht 7-10-2021

 

Opnieuw verwijzing naar het Istanbul Verdrag

Opnieuw verwijst het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden naar de verplichtingen uit het Verdrag van Istanbul (zie ook: de beschikking van 4 november 2021).

In deze zaak procedeerden ouders over het gezag over hun kinderen. Moeder wilde alleen het gezag uitoefenen. Vader wilde gezamenlijk met haar het gezag over de vier kinderen uitoefenen.

Het hof wijst het verzoek van vader af. Hij is in twee feitelijke instanties veroordeeld voor zeer ernstig geweld tegen moeder: hij heeft haar jarenlang meermalen verkracht.

Het hof wijst erop dat in de Nederlandse wetgeving op het gebied van gezag en omgang niet expliciet wordt genoemd dat geweld tegen vrouwen/mannen of huiselijk geweld een factor is waarmee de rechter rekening houdt bij het nemen van zijn beslissing. Het is vanzelfsprekend dat de Nederlandse rechter dat wel (expliciet) moet (gaan) doen; de veiligheid van de ouder en het kind zal daarom ook centraal moeten staan bij de te nemen beslissing over het ouderlijk gezag. Dit betekent dus dat bij het nemen van een beslissing er rekening mee moet worden gehouden dat de rechten en de veiligheid van de moeder en van de kinderen gewaarborgd zijn.

Het hof beslist dat moeder alleen wordt belast met het gezag over de kinderen. De kinderen zijn namelijk blootgesteld aan huiselijk geweld en de moeder en de kinderen zijn kwetsbaar. Het hof oordeelt dat de uitoefening van gezamenlijk gezag door deze ouders in strijd is met de uitgangspunten van het Verdrag van Istanbul en dat er een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zullen raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen.

Twee keer eerder werd er in de Nederlandse rechtspraak verwezen naar de verplichtingen uit het Verdrag van Istanbul: (I) de beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden van 21 januari 2021 en (II) de beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden van 10 juni 2021. Het is te hopen dat andere rechtbank / hoven zullen volgen!

Brief aan Raad van State over ter advisering aanhangige wetsvoorstel met betrekking tot de keuze van de geslachtsnaam

Eerder heeft de VVR een bijdrage geleverd aan de internetconsultatie over het concept wetsvoorstel dubbele achternaam.
Volgens de VVR is het belangrijkste probleem dat de naam van de vader gehandhaafd blijft als de ouders geen gezamenlijke keuze doen. Deze vangnetbepaling is een duidelijke schending van het gelijkheidsbeginsel.

De ministerraad heeft het wetsvoorstel met betrekking tot de keuze van de geslachtsnaam op 12 oktober 2021 ter advisering voorgelegd aan de Raad van State. De voorgelegde teksten zijn niet openbaar, maar uit de besluitenlijst van de ministerraad valt af te leiden dat geen wijziging is aangebracht in de vangnetbepaling. Daarmee zou deze vorm van achterstelling van vrouwen in stand blijven, terwijl er met de introductie van de dubbele achternaam kansen zijn hier een einde aan te maken.

Daarom heeft de VVR het eerder opgesteld commentaar met een begeleidende brief naar de Raad van State gestuurd.
In de brief wijst de VVR erop dat de de Belgische variant voor de hand ligt:
bij onenigheid tussen de ouders of bij gebreke van een gezamenlijke naamskeuze zal het kind de naam van beide ouders dragen, in alfabetische volgorde.

Brief VVR aan RvS met commentaar introductie gecombineerde geslachtsnaam

 


Kinderopvangtoeslag is sociale voorziening zoals bedoeld in art. 11.2 onder b VN-Vrouwenverdrag – rechtstreekse werking

In december 2018 was rechtbank Overijssel van mening dat de kinderopvangtoeslag aan te merken is als een sociale voorziening, zoals bedoeld in art. 11 tweede lid aanhef en onder b VN-Vrouwenverdrag. In navolging van de CRvB was de rechtbank van oordeel dat dit artikel rechtstreekse werking toekomt.Nu volgens de relevante regelgeving er een bepaalde uitlooptermijn wat betreft recht op kinderopvangtoeslag geldt voor iemand met een WW-uitkering, mag deze termijn niet bekort worden als de WW-uitkering onderbroken wordt door zwangerschaps- en bevallingsverlof.
ECLI:NL:RBOV:2018:4696

Third part intervention in de zaak van Franse sekswerkers voor Europees mensenrechtenhof

Het bestuur van de VVR heeft de zogenaamde ‘third party intervention’ bij het Europese Mensenrechten Hof in de zaak van 261 Franse sekswerkers tegen de Franse Staat ondertekend. De sekswerkers worden gesteund door 19 Franse NGO’s, waaronder Medecins du Monde. Sinds 2016 zijn klanten van sekswerkers gecriminaliseerd in Frankrijk. De Franse sekswerkers hebben een procedure tegen de Franse Staat vanwege de negatieve effecten hiervan op hun veiligheid, gezondheid en rechten verloren, tot bij de hoogste Franse rechter. Daarna hebben zij zich tot het Europese Mensenrechten Hof gewend. In april kwam het bericht dat het Hof hun zaak ontvankelijk heeft verklaard. Via de Europese sekswerkersorganisatie ICRSE kwam het verzoek om als Nederlandse organisaties gezamenlijk een verzoek in te dienen voor een ‘third party intervention’ met informatie over de situatie in Nederland als land waar sekswerk gedecriminaliseerd is. Een ‘third party intervention’ is een soort ‘deskundigenbericht’ met informatie die relevant is voor de zaak maar waar het Hof niet zelf gemakkelijk aan kan komen. Naast de VVR hebben 24 andere Nederlandse organisaties ondertekend, waaronder het Netwerk VN-Vrouwenverdrag en SekswerkExpertise, als indiener. De VVR leverde, mede namens het Netwerk VN-Vrouwenverdrag, een paragraaf over de opvattingen van CEDAW aangaande de Nederlandse situatie en de mensenrechten van sekswerkers.

@21 09 NL_Third party intervention ECrtHR_M.A. and others v France_Final_28 sept 2021

Op 14 oktober 2021 gaf SekswerkExpertise een persbericht uit over deze zaak, met iets meer achtergrond informatie:Persbericht SekswerkExpertise_Franse sekswerkers klagen criminalisering klanten aan bij het Europese Mensenrechten Hof_14 okt 2021

Afwijzing aftrek specifieke zorgkosten in strijd met discriminatieverbod?

Rechtbank Gelderland deed in juli 2021 een uitspraak over de aftrekbaarheid van IVF-kosten voor de homo-wensouders. De belasting-inspecteur had aftrek van IVF-kosten als specifieke zorgkosten afgewezen omdat belanghebbende niet onvruchtbaar was en er dus geen sprake was van een medische indicatie. Rechtbank Gelderland vond dit niet te rechtvaardigen ongelijke behandeling ten opzichte van andere vrouwen en stellen die door onvruchtbaarheid niet op natuurlijke wijze een kind konden krijgen. De rechtbank vond het echter niet op zijn weg liggen om deze aftrek wel toe te wijzen: daarmee zou de rechter op de stoel van de wetgever gaan zitten.
De rechtbank heeft zich niet uitgelaten over een ander aspect van de zaak: belanghebbenden waren naar de VS gereisd voor hoog technologisch draagmoederschap dat in Nederland niet was toegestaan.
Het is niet bekend of hoger beroep is ingesteld.
Zie hier de link naar de samenvatting van rechtspraak.nl waarin ook de link naar de uitspraak.

Psychische mishandeling is ook strafbaar

In de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 augustus 2021 werd een man veroordeeld wegens het mishandelen van zijn echtgenote en kinderen. De uitspraak is interessant omdat de rechtbank daarnaast de man ook specifiek veroordeelt voor het feit dat de mishandeling van de vrouw heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van de kinderen, waardoor hij opzettelijk de gezondheid van de kinderen heeft benadeeld.

De rechtbank neemt expliciet in aanmerking dat alle kinderen de mishandelingen door hun vader van hen en van hun moeder hebben gezien. Hierbij wordt verwezen naar de definitie voor psychische mishandeling of emotionele verwaarlozing van kinderen die door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) wordt gehanteerd. Het moet dan gaan om aanhoudende of extreme frustratie van elementaire emotionele behoeften van het kind, waaronder ongevoeligheid van de ouders met betrekking tot het ontwikkelingsniveau van het kind alsmede het uiten van bedreigingen (zonder verwondingen). Onder psychische mishandeling of emotionele verwaarlozing valt ook het getuige zijn van het kind van geweld tussen de ouders of een van de ouders en zijn/haar (ex)partner. De Jeugdwet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 definiëren kindermishandeling als: elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. Vormen hiervan zijn lichamelijke mishandeling, lichamelijke verwaarlozing, psychische mishandeling, psychische verwaarlozing, seksueel misbruik en getuige zijn van geweld in het gezin.

De rechtbank oordeelt dat psychische mishandeling kan worden aangemerkt als mishandeling in de zin van art. 300 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht. In dit geval is er sprake van. De zeven opgroeiende kinderen zijn twee jaar lang getuige geweest van ernstig, stelselmatig huiselijk geweld. De kinderen groeiden op in een voor hen zeer onveilige en angstige situatie, met een aanmerkelijke kans op de benadeling van de (psychische) gezondheid van de kinderen. Het getuige zijn van huiselijk geweld wordt dus door de rechtbank gekwalificeerd als psychische mishandeling.

Een belangrijke uitspraak voor de strafrechtpraktijk!

Nieuwsbrief september 2021

7 oktober VVR-congres – Huiselijk geweld en familierecht
De VVR organiseert op donderdag 7 oktober a.s. in Utrecht een congres met als thema Huiselijk geweld in het familierecht. Onder leiding van dagvoorzitter mr. Margreet de Boer gaan sprekers met een diverse professionele achtergrond (wetenschap, rechterlijke macht, Raad voor de Kinderbescherming, slachtofferorganisatie) met elkaar in gesprek over de manier waarop in familierechtelijke procedures met meldingen van huiselijk geweld wordt omgegaan en hoe dat beter zou kunnen. Het actuele programma staat op de website van de VVR. Het congres wordt gehouden in de theaterzaal van het Kaffeetaria in Utrecht met inachtneming van de geldende coronaregels. In de zaal is ruimte genoeg om 1,5 m afstand te houden. Het congres begint om 14.00 en duurt tot 17.00, met na afloop een borrel.
Deelname is gratis voor VVR-leden en kost € 25 voor niet-leden (studenten € 10). Wie lid wordt kan ook gratis deelnemen. Advocaten kunnen desgewenst PO punten verwerven, als ze dat te voren laten weten. Aanmelden is noodzakelijk; dat kan via het contactformulier.

7 oktober Algemene Ledenvergadering VVR
Voorafgaand aan het congres vindt de Algemene Ledenvergadering plaats op dezelfde locatie. Aanvang 12.30 uur. Het bestuur hoopt digitale deelname van leden die niet naar Utrecht willen of kunnen komen mogelijk te kunnen maken. Wie daarvan gebruik wil maken moet dat even noemen bij de aanmelding.
De stukken voor de ledenvergadering zullen uiterlijk twee weken van te voren naar alle leden gestuurd worden. Het (concept) verslag van de vorige ALV staat al geruime tijd online (wel even inloggen).
Voor wie fysiek aan de ALV deelneemt is een broodje beschikbaar. Er zijn geen kosten aan verbonden, maar aanmelding vóór 1 oktober a.s. is verplicht, anders zijn er te weinig broodjes.

Themapagina Huiselijk geweld in het familierecht
Ter voorbereiding van het congres is een speciale themapagina gemaakt. Naast de inleiding van bestuurslid Ariane Hendriks staan daar inmiddels drie artikelen op. Onderdeel van de pagina is ook een jurisprudentie overzicht, met speciale aandacht voor jurisprudentie waarin het Verdrag van Istanbul genoemd wordt.
De VVR nodigt mensen die vanuit hun werk en/of deskundigheid te maken met dit onderwerp van harte uit om deel te nemen aan deze discussie. Wilt u reageren? Neem dan s.v.p. contact op met Ariane Hendriks via het contactformulier.

VN-Vrouwenverdrag Schaduwrapportage 1.0 (2021)
De VVR heeft eind mei de schaduwrapportage VN-Vrouwenverdrag (CEDAW) ondertekend. Op de website van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag zijn de overige ondertekenaars te vinden, net als de schaduwrapportage zelf. Op 5 juli heeft het schrijfteam het CEDAW-comité gebrieft over de meest prangende kwesties wat betreft vrouwenrechten in Nederland. In hun oral statement is het schrijfteam onder andere ingegaan op de grote zorgen die er zijn over het feit dat Nederlands beleid nog altijd (voornamelijk) genderneutraal is. Op 9 juli presenteerde het comité vervolgens de List of Issues Prior to Reporting voor het Koninkrijk der Nederlanden. De regeringsrapportage moet uiterlijk een half jaar later bij het comité binnen zijn. Daarna wordt de constructive dialogue tussen CEDAW en de regeringsdelegatie geagendeerd – er zijn inmiddels al meer dan 45 lidstaten hiervoor in de wachtkamer (vanwege de COVID 19 situatie).

Brandbrief veilige werkomgeving Tweede Kamer
Naar aanleiding van publiciteit over me too achtige incidenten in de Tweede Kamer nam Bureau Clara Wichmann het initiatief om met een aantal vrouwenrechtenorganisaties een brandbrief te sturen naar de nieuwe voorzitter van de Tweede Kamer. De brief is meeondertekend door de VVR. Aan het begin van het zomerreces volgde een digitale conferentie met een kleine afvaardiging van de ondertekenaars. Hiervan zal nog een verslag gemaakt worden. Belangstellenden kunnen dat verslag (naar de webredactie aanneemt) aanvragen.

Opinies leden
Eva Cremers heeft onlangs de tekst van het door haar geactualiseerde hoofdstuk 14 ‘De (deeltijd) huishoudelijk werker en de particuliere zorgverlener’ ter beschikking gesteld voor de rubriek Opinies Leden op de website van de VVR. De webredactie publiceert ook graag bijdragen van andere leden. Wie volgt?

Oproep aan informateur en politieke partijen
Met vijftien andere maatschappelijke organisaties ondertekende de VVR in mei een oproep aan informateur en politieke partijen: Bescherm en versterk onze persoonlijke rechten en vrijheden. Het initiatief was genomen door het Aidsfonds.

Zaak van Franse sekswerkers voor Europees mensenrechtenhof
Het bestuur van de VVR heeft zich bereid verklaard mee te doen met het verzoek om een zogenaamde ‘third party intervention’ in te mogen dienen bij het Europese Mensenrechten Hof in de zaak van 261 Franse sekswerkers tegen de Franse Staat. De sekswerkers worden gesteund door 19 Franse NGO’s, waaronder Medecins du Monde. Sinds 2016 zijn klanten van sekswerkers gecriminaliseerd in Frankrijk. De Franse sekswerkers zijn een procedure tegen de Franse Staat gestart vanwege de negatieve effecten hiervan op hun veiligheid, gezondheid en rechten. Nadat zij die verloren tot bij de hoogste Franse rechter, hebben zij zich tot het Europese Mensenrechten Hof gewend. In april kwam het bericht dat het Hof hun zaak ontvankelijk heeft verklaard. Via de Europese sekswerkersorganisatie ICRSE kwam het verzoek om als Nederlandse organisaties gezamenlijk een verzoek in te dienen voor een ‘third party intervention’ met informatie over de situatie in Nederland als land waar sekswerk gedecriminaliseerd is. Een ‘third party intervention’ is een soort ‘deskundigenbericht’ met informatie die relevant is voor de zaak maar waar het Hof niet zelf gemakkelijk aan kan komen. De VVR heeft hier positief op gereageerd, samen met 24 andere Nederlandse organisaties, waaronder het Netwerk VN-Vrouwenverdrag en SekswerkExpertise. Internationaal hebben ook bijv. Amnesty International en de International Commission of Jurists een verzoek voor een interventie bij het Hof ingediend.

Statement psychisch geweld
Eind 2020 vroegen een aantal Tweede Kamer fracties de VVR te reageren op een consultatienota over het strafbaar stellen van psychisch geweld. De VVR heeft de leden van haar werkgroep geweld tegen vrouwen en andere betrokken leden gevraagd om mee te denken. Daar is een door het bestuur vastgesteld statement uitgerold. De VVR erkent dat psychisch geweld een onderbelicht maar ernstig probleem is. Er is daarom veel te zeggen voor het strafbaar stellen van psychisch geweld. Maar tegelijkertijd kleven er grote risico’s aan een specifieke strafbaarstelling van deze vorm van relationeel geweld. Meer lezen? Het statement vind je hier.

Reactie 2de internetconsultatie wetsvoorstel Seksuele Misdrijven
Na de reacties op het voorontwerp van het wetsvoorstel Seksuele Misdrijven in 2020 heeft Minister Grapperhaus in 2021een gewijzigd wetsvoorstel gepubliceerd. De VVR heeft met een korte reactie aan de internetconsultatie bijgedragen. De VVR is verheugd dat met dit nieuwe voorstel af wordt gestapt van het in het voorontwerp gepresenteerde tweeledige model waarin verkrachting en ‘seks tegen wil’ van elkaar worden onderscheiden. Hiermee lijkt gehoor te zijn gegeven aan de zorgen die hieromtrent zijn geuit door maatschappelijke organisaties (waaronder de VVR) en burgers. Desalniettemin heeft de VVR nog enige zorgen, bijvoorbeeld over de introductie van drie verschillende delictsvormen (schuldverkrachting, opzetverkrachting en gekwalificeerde opzetverkrachting) met grote verschillen in strafmaat. Hiermee lijkt alsnog een rangorde te worden gecreëerd. De reactie kunt u hier lezen.

Nieuwsbrief september 2021

7 oktober VVR-congres – Huiselijk geweld en familierecht
De VVR organiseert op donderdag 7 oktober a.s. in Utrecht een congres met als thema Huiselijk geweld in het familierecht. Onder leiding van dagvoorzitter mr. Margreet de Boer gaan sprekers met een diverse professionele achtergrond (wetenschap, rechterlijke macht, Raad voor de Kinderbescherming, slachtofferorganisatie) met elkaar in gesprek over de manier waarop in familierechtelijke procedures met meldingen van huiselijk geweld wordt omgegaan en hoe dat beter zou kunnen. Het actuele programma staat op de website van de VVR. Het congres wordt gehouden in de theaterzaal van het Kaffeetaria in Utrecht met inachtneming van de geldende coronaregels. In de zaal is ruimte genoeg om 1,5 m afstand te houden. Het congres begint om 14.00 en duurt tot 17.00, met na afloop een borrel.
Deelname is gratis voor VVR-leden en kost € 25 voor niet-leden (studenten € 10). Wie lid wordt kan ook gratis deelnemen. Advocaten kunnen desgewenst PO punten verwerven, als ze dat te voren laten weten. Aanmelden is noodzakelijk; dat kan via het contactformulier.

7 oktober Algemene Ledenvergadering VVR
Voorafgaand aan het congres vindt de Algemene Ledenvergadering plaats op dezelfde locatie. Aanvang 12.30 uur. Het bestuur hoopt digitale deelname van leden die niet naar Utrecht willen of kunnen komen mogelijk te kunnen maken. Wie daarvan gebruik wil maken moet dat even noemen bij de aanmelding.
De stukken voor de ledenvergadering zullen uiterlijk twee weken van te voren naar alle leden gestuurd worden. Het (concept) verslag van de vorige ALV staat al geruime tijd online (wel even inloggen).
Voor wie fysiek aan de ALV deelneemt is een broodje beschikbaar. Er zijn geen kosten aan verbonden, maar aanmelding vóór 1 oktober a.s. is verplicht, anders zijn er te weinig broodjes.

Themapagina Huiselijk geweld in het familierecht
Ter voorbereiding van het congres is een speciale themapagina gemaakt. Naast de inleiding van bestuurslid Ariane Hendriks staan daar inmiddels drie artikelen op. Onderdeel van de pagina is ook een jurisprudentie overzicht, met speciale aandacht voor jurisprudentie waarin het Verdrag van Istanbul genoemd wordt.
De VVR nodigt mensen die vanuit hun werk en/of deskundigheid te maken met dit onderwerp van harte uit om deel te nemen aan deze discussie. Wilt u reageren? Neem dan s.v.p. contact op met Ariane Hendriks via het contactformulier.

VN-Vrouwenverdrag Schaduwrapportage 1.0 (2021)
De VVR heeft eind mei de schaduwrapportage VN-Vrouwenverdrag (CEDAW) ondertekend. Op de website van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag zijn de overige ondertekenaars te vinden, net als de schaduwrapportage zelf. Op 5 juli heeft het schrijfteam het CEDAW-comité gebrieft over de meest prangende kwesties wat betreft vrouwenrechten in Nederland. In hun oral statement is het schrijfteam onder andere ingegaan op de grote zorgen die er zijn over het feit dat Nederlands beleid nog altijd (voornamelijk) genderneutraal is. Op 9 juli presenteerde het comité vervolgens de List of Issues Prior to Reporting voor het Koninkrijk der Nederlanden. De regeringsrapportage moet uiterlijk een half jaar later bij het comité binnen zijn.

Brandbrief veilige werkomgeving Tweede Kamer
Naar aanleiding van publiciteit over me too achtige incidenten in de Tweede Kamer nam Bureau Clara Wichmann het initiatief om met een aantal vrouwenrechtenorganisaties een brandbrief te sturen naar de nieuwe voorzitter van de Tweede Kamer. De brief is meeondertekend door de VVR. Aan het begin van het zomerreces volgde een digitale conferentie met een kleine afvaardiging van de ondertekenaars. Hiervan zal nog een verslag gemaakt worden. Belangstellenden kunnen dat verslag naar de webredactie aanneemt aanvragen.

Opinies leden
Eva Cremers heeft onlangs de tekst van het door haar geactualiseerde hoofdstuk 14 ‘De (deeltijd) huishoudelijk werker en de particuliere zorgverlener’ ter beschikking gesteld voor de rubriek Opinies Leden op de website van de VVR. De webredactie publiceert ook graag bijdragen van andere leden. Wie volgt?

Oproep aan informateur en politieke partijen
Met vijftien andere maatschappelijke organisaties ondertekende de VVR in mei een oproep aan informateur en politieke partijen: Bescherm en versterk onze persoonlijke rechten en vrijheden. Het initiatief was genomen door het Aidsfonds.

Zaak van Franse sekswerkers voor Europees mensenrechtenhof
Het bestuur van de VVR heeft zich bereid verklaard mee te doen met het verzoek om een zogenaamde ‘third party intervention’ in te mogen dienen bij het Europese Mensenrechten Hof in de zaak van 261 Franse sekswerkers tegen de Franse Staat. De sekswerkers worden gesteund door 19 Franse NGO’s, waaronder Medecins du Monde. Sinds 2016 zijn klanten van sekswerkers gecriminaliseerd in Frankrijk. De Franse sekswerkers zijn een procedure tegen de Franse Staat gestart vanwege de negatieve effecten hiervan op hun veiligheid, gezondheid en rechten. Nadat zij die verloren tot bij de hoogste Franse rechter, hebben zij zich tot het Europese Mensenrechten Hof gewend. In april kwam het bericht dat het Hof hun zaak ontvankelijk heeft verklaard. Via de Europese sekswerkersorganisatie ICRSE kwam het verzoek om als Nederlandse organisaties gezamenlijk een verzoek in te dienen voor een ‘third party intervention’ met informatie over de situatie in Nederland als land waar sekswerk gedecriminaliseerd is. Een ‘third party intervention’ is een soort ‘deskundigenbericht’ met informatie die relevant is voor de zaak maar waar het Hof niet zelf gemakkelijk aan kan komen. De VVR heeft hier positief op gereageerd, samen met 24 andere Nederlandse organisaties, waaronder het Netwerk VN-Vrouwenverdrag en SekswerkExpertise. Internationaal hebben ook bijv. Amnesty International en de International Commission of Jurists een verzoek voor een interventie bij het Hof ingediend.

Statement psychisch geweld
Eind 2020 vroegen een aantal Tweede Kamer fracties de VVR te reageren op een consultatienota over het strafbaar stellen van psychisch geweld. De VVR heeft de leden van haar werkgroep geweld tegen vrouwen en andere betrokken leden gevraagd om mee te denken. Daar is een door het bestuur vastgesteld statement uitgerold. De VVR erkent dat psychisch geweld een onderbelicht maar ernstig probleem is. Er is daarom veel te zeggen voor het strafbaar stellen van psychisch geweld. Maar tegelijkertijd kleven er grote risico’s aan een specifieke strafbaarstelling van deze vorm van relationeel geweld. Meer lezen? Het statement vind je hier.

Reactie 2de internetonsultatie wetsvoorstel Seksuele Misdrijven
Na de reacties op het voorontwerp van het wetsvoorstel Seksuele Misdrijven in 2020 heeft Minister Grapperhaus in 2021een gewijzigd wetsvoorstel gepubliceerd. De VVR heeft met een korte reactie aan de internetconsultatie bijgedragen. De VVR is verheugd dat met dit nieuwe voorstel af wordt gestapt van het in het voorontwerp gepresenteerde tweeledige model waarin verkrachting en ‘seks tegen wil’ van elkaar worden onderscheiden. Hiermee lijkt gehoor te zijn gegeven aan de zorgen die hieromtrent zijn geuit door maatschappelijke organisaties (waaronder de VVR) en burgers. Desalniettemin heeft de VVR nog enige zorgen, bijvoorbeeld over de introductie van drie verschillende delictsvormen (schuldverkrachting, opzetverkrachting en gekwalificeerde opzetverkrachting) met grote verschillen in strafmaat. Hiermee lijkt alsnog een rangorde te worden gecreëerd. De reactie kunt u hier lezen.