Van de bijeenkomst komt geen verslag. U kunt wel de presentatie van Eva Cremers hier vinden en de stellingen die door het panel (en de zaal) besproken zijn.
Leontine Bijleveld; Een baan als alle andere?! Addendum Vooruitgang in de rechtspositie van huishoudelijk personeel? Een overzicht van de ontwikkelingen 2010-2015
In 2010 publiceerde de Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann een studie naar de rechtspositie van deeltijd huishoudelijk personeel: Een baan als alle andere?!
Deeltijd huishoudelijk personeel, tenminste 95% vrouwen, heeft nooit een deugdelijke rechtsbescherming gehad. Hoofdvraag van de studie was of het in 2010 nog gerechtvaardigd was dat er voor deze specifieke vorm van vrouwenarbeid slechts marginale sociale bescherming bestaat. Het antwoord in het uitgebreide naslagwerk van zelfstandig onderzoekers Leontine Bijleveld en Eva Cremers luidde volmondig nee. De uitzonderingspositie van deeltijd huishoudelijk in het arbeidsrecht, het fiscaal recht en het sociale verzekeringsrecht is strijdig met internationale verdragen waaraan Nederland zich heeft gebonden.
Hoewel de rechtspositie van huishoudelijke hulpen, werksters, nanny’s gezelschapsdames, alfahulpen, PGB-zorgverleners en wat dies meer zij als zodanig niet gewijzigd is zijn er tal van ontwikkelingen die een actualisering rechtvaardigen.
Leontine Bijleveld was de penvoerder van dit addendum dat het naslagwerk Een baan als alle andere?! weer completeert.
Bezitters van een tablet of e-reader kunnen de E-pub versie addendum downloaden. Voor € 7,50 + verzendkosten kunt u een gedrukt exemplaar van het addendum bestellen via het contactformulier. Voor € 15 + verzendkosten krijgt u het addendum en het oorspronkelijke boek erbij.
Verslag Seminar over herziening partneralimentatie, 18 september 2015
Het verslag van het seminar over partneralimentatie is te downloaden als PDF: Verslag VVR-bijeenkomst 18 sept. 2015 (def).
Voorts is de powerpoint presentatie van Ans Merens tijdens het seminar als PDF in te zien.Presentatie seminar partneralimentatie Ans Merens (SCP)
Brief aan Tweede Kamer over wetsvoorstel regulering prostitutie (32 211), 5 oktober 2015
De VVR stuurde een brief naar de Tweede Kamer over het wetsvoorstel regulering prostitutie (32 211) dat na het herfstreces door de Tweede Kamer wordt behandeld. De brief is ook ondertekend door SWExpertise 2.1 (platform verbetering positie sekswerkers), Rutgers Kenniscentrum seksualiteit, Europees Netwerk Tampep, Shop (hulp en opvang prostitutie en mensenhandel) en SOAAIDS.
De organisaties onderschrijven de doelstelling van het wetsvoorstel: verbetering van de positie van sekswerkers en bestrijding van misstanden. Ze vrezen echter dat dit doel niet bereikt zal worden met dit wetsvoorstel dat de positie van sekswerkers eerder zal verslechteren. Dit komt vooral omdat het vrijwel onmogelijk wordt om als sekswerker onafhankelijk van een exploitant te werken. De brief bevat uitvoerige argumentatie en tal van voorbeelden uit de praktijk.
De hele brief is in PDF down te loaden: Brief over Wetsvoorstel regulering prostitutie (32 211), 5 oktober 2015.
Programma seminar Is partneralimentatie aan vernieuwing toe?
vrijdag 18 september 2015
Programma
15.00 – Inloop
15.30 – drs. Ans Merens, wetenschappelijk medewerker SCP en auteur Emancipatiemonitor 2014)
15.50 – mr. Jeroen Recourt, lid Tweede Kamer en een van indieners van het wetsvoorstel.
16.10 – mr. Ariane Hendriks en mr. Ingrid Vledder, beiden advocaat
16.30 – Pauze
16.45 – 18.15 – Discussie o.l.v. Mr. Margreet de Boer (advocaat en VVR lid)
Plaats:
Café De Pont (achter het centraal station, met de pont).
Buiksloterweg 3-5, Amsterdam
Persbericht – VVR pleit voor afschaffing sekseregistratie door de overheid
Leiden, 17 juni 2015
Hoe zou in het Nederlandse rechtssysteem sekseregistratie kunnen worden afgeschaft? De Vereniging van Vrouw en Recht, Clara Wichmann (VVR) wil dat de staatscommissie Familierecht de vraag onderzoekt hoe sekseregistratie door de overheid kan worden afgeschaft. “Op ons Jubileumcongres “Recht zonder M/V” (november 2014) is hierover uitvoering gediscussieerd. Sekse als juridische categorie heeft zich grotendeels overleefd. Met afschaffing wordt bevestigd dat slechts een beperkt aantal materieel verschillende rechten aan de status van man resp. vrouw zijn verbonden.” aldus Mieke van der Burg, voorzitter van de VVR. “Bovendien is bekend dat er vele vormen van sekse zijn tussen man en vrouw.” Op 18 juni a.s. staat een Algemeen Overleg op de agenda van de Tweede Kamer over sekseregistratie door de overheid. De vaste commissies OC&W en V&J overleggen met de ministers Bussemaker (emancipatie) en Van der Steur (veiligheid en justitie). Aanleiding is het recente onderzoek van de Universiteit van Utrecht “M/V en verder – sekseregistratie door de overheid en de positie van transgenders (Marjolein van den Brink en Jet Tigchelaar).
De VVR pleit er in haar brief aan de Tweede Kamerleden voor de Staatscommissie Familierecht te belasten met het beantwoorden van de vraag hoe in het Nederlandse rechtssysteem het registreren van sekse zou kunnen worden afgeschaft. In ieder geval hoe sekseregistratie minder dwingend zou kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld door die registratie niet langer verplicht te stellen. De VVR is verheugd dat D66, GroenLinks en de VVD in de Kamer ook deze mening zijn toegedaan. Nog slechts een beperkt aantal materieel verschillende rechten zijn aan de status van man resp. vrouw verbonden. Het grote voordeel van afschaffing is dat ten principale wordt bevestigd dat sekse juridisch irrelevant is en seksdiscriminatie niet geoorloofd is. Verder is het, aldus Mieke van der Burg, “een fictie dat de mensheid zou bestaan uit slechts twee soorten mensen. Bekend is dat er tientallen vormen van interseksen zijn tussen vrouw en man in. Invoeren van een derde categorie ‘X’ naast M en V, is te beperkt. Niet alleen blijft in deze variant de seksediscriminatie onverminderd in stand, ook doet de categorie ‘ X ‘ geen recht aan de vele varianten van sekse tussen man en vrouw in.” Nadere informatie • Mieke van der Burg, voorzitter VVR, tel. 06-22987711 • Joke Swiebel, bestuurslid VVR, tel. 020-6270779
Brief aan Tweede Kamer over sekseregistratie door overheid, 3 juni 2015
Op 18 juni 2015 staat een algemeen overleg op de agenda van de Tweede Kamer over sekseregistratie door de overheid. De vaste commissies OC&W en V&J overleggen met minister Bussemaker en minister van der Steur.
De VVR zond een gelijkluidende brief naar de leden van beide vast commissie. Die is hier in PDF te vinden.VVR brief d.d. 3 juni 2015 aan TK OCW.sekseregistratie.AO 18 juni 2015
Eva Cremers en Petra Oden; Voorkeursbeleid voor topvrouwen, NJB 2015 Afl. 3
De ondervertegenwoordiging van vrouwen in topfuncties in Nederland en veel andere EU-lidstaten is groot. Mede door negatieve seksestereotypering stromen vrouwen moeilijk door naar de (sub-)top van bedrijven. Arbeidsorganisaties staan voor de vraag welke maatregelen ze kunnen treffen om de streefcijfers te halen die ze zelf hebben gesteld of die in wetgeving zijn opgelegd. Is het reserveren van functies voor vrouwen een juridisch toelaatbare vorm van voorkeursbeleid? Of stuit dit zonder meer af op de Kalanke-norm van het Hof van Justitie van de EU? In deze bijdrage bespreken de auteurs de mogelijkheden voor werkgevers om
zwaardere vormen van voorkeursbeleid toe te passen. Bij de vraag naar de juridische toelaatbaarheid betrekken zij inzichten die zijn verkregen uit sociaalwetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van seksestereotypering en andere uitsluitingsmechanismen.
NJB 23-1-2015, afl. 3 p. 170-178. NJB-artikel in PDF
Leontine Bijleveld; Tien jaar individueel klachtrecht VN-Vrouwenverdrag, in TvG 2013-1
Leontine Bijleveld; Tien jaar individueel klachtrecht VN-Vrouwenverdrag, in Tijdschrift voor Genderstudies jg 16, 2013 nummer 1 p. 24-37
TvG 2013 – Bijleveld
Brief VVR, PPF en Netwerk VN-Vrouwenverdrag aan Tweede Kamer over het negeren van de CEDAW-uitspraak over zwangere zelfstandigen, 26 februari 2015
Brief aan Tweede Kamer AO Emancipatie 5 maart 2015 in PDF
Aan de Vaste Commissie OC&W
Tweede Kamer
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
Leiden, 26 februari 2015
Betreft: AO emancipatie 5 maart 2015
Geachte dames en heren,
Op 5 maart a.s. zult u in een Algemeen Overleg over emancipatie van gedachten wisselen met de ministers Bussemaker en Asscher. Op de agenda staat onder meer de 6de regeringsrapportage VN-Vrouwenverdrag aan CEDAW, voortvloeiend uit minister Bussemakers verantwoordelijkheid “compliance with the convention”, zoals in paragraaf 9 van de rapportage te lezen is.
Het Netwerk VN-Vrouwenverdrag, het Proefprocessenfonds Clara Wichmann en de Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann vragen u de non-compliance van de Nederlandse overheid aan de orde te stellen met betrekking tot de zelfstandig ondernemende vrouwen die in de periode 2004-2008 geen zwangerschapsuitkering kregen.
- Gezien de veelheid aan onderwerpen in het overleg (en de beperkte spreektijd per fractie) stellen we voor te focussen op de financiële aspecten. De kosten voor de staat zullen enorm meevallen, zoals we hieronder zullen aantonen, terwijl de morele en financiële schade voor de betrokken vrouwen veelal nog hun stempel drukt. We vermoeden dat financiële beweegredenen de belangrijkste drijfveer zijn voor minister Asscher om zich niet gebonden te achten aan het oordeel van het CEDAW-Comité en de internationale verplichting tot verdragstrouw te negeren.
Ondertekenende organisaties hebben kennisgenomen van de reactie van minister Asscher op een eerdere brief van onze kant.[1] Daaruit blijkt te meer dat er geen steekhoudende juridische argumenten zijn geen gevolg te geven aan de aanbevelingen van het CEDAW-Comité. Naar onze mening zal zijn argumentatie een rechter noch CEDAW kunnen overtuigen, te meer daar onze experts nog aanvullende juridisch feiten zullen aandragen. Wij hopen echter dat het zover niet hoeft te komen en dat u de bewindspersonen weet te bewegen de afwijzende opstelling te heroverwegen. - Zes zelfstandig ondernemende vrouwen zijn na acht jaar procederen in februari 2014 volledig in het gelijk gesteld door het CEDAW-Comité in hun individuele klachtprocedure bij het VN-Vrouwenverdrag aangaande hun recht op betaald zwangerschapsverlof. Ten aanzien van deze zes vrouwen luidt de aanbeveling aan de Nederlandse regering: To provide reparation, including appropriate monetary compensation for the loss of maternity benefits.
Pas nadat minister Asscher schriftelijk om uitvoering van deze aanbeveling is verzocht, is namens hem bij brief van 5 november 2014 een afwijzende reactie gegeven. Belanghebbenden hebben, conform de Algemene Wet Bestuursrecht, bezwaar aangetekend. Dit bezwaarschrift is bij brief van 17 februari 2015 door de minister niet-ontvankelijk verklaard.
Betrokkenen zullen zeker beroep bij de rechtbank en indien noodzakelijk hoger beroep overwegen. Moeten ze nog eens jaren procederen om gelijk te krijgen?
Zou u de bewindspersonen willen vragen hoeveel het kost om deze vrouwen te geven wat hen volgens het CEDAW-Comité toekomt? Ook in relatie tot de juridische kosten? - Ten aanzien van de andere zelfstandig werkende vrouwen die tussen 1 augustus 2004 en 4 juni 2008 in dezelfde situatie zaten beveelt het Comité aan: to address and redress the situation. In antwoord op vragen ter voorbereiding van de begrotingsbehandeling SZW heeft minister Asscher laten weten dat volledige compensatie van alle 20.000 potentiële rechthebbenden 95 of 125 miljoen zou kosten.[2] In het laatste geval zou er wettelijke rente betaald worden, maar die is o.i. niet verschuldigd, behoudens aan de zes boven genoemde vrouwen. Het is bovendien de vraag of adequaat uitvoering geven aan de aanbeveling van CEDAW wel 95 miljoen hoeft te kosten. Als alle potentiële rechthebbenden een schadevergoeding van zeg € 1.000 zouden ontvangen dan zijn de kosten beperkt, namelijk 17 miljoen.
Een gebruikelijke manier van repareren als de overheid na lange procedures wordt gedwongen alsnog uitkeringsrechten toe te kennen is via het zogenaamde piepsysteem. Dan wordt alleen een uitkering toegekend aan de vrouwen die zich melden. Wilt u de bewindspersonen vragen hoe groot het kostenbeslag in deze situatie zou zijn? - Ondertekenende organisaties hebben als vingeroefening even gerekend uitgaande van de bovengenoemde ramingen van minister Asscher. Voor de 572 vrouwen die zich tot nu toe gemeld hebben bij het meldpunt van FNV Vrouw zou het kostenbeslag 2,7 miljoen zijn. Bij 1.000 ‘piepers’ komt dit uit op 4,75 miljoen.
Voor de zes betrokken vrouwen komt de raming van minister Asscher uit op totaal € 37.500 (inclusief wettelijke rente). De advocaat van de vrouwen was echter in een brief in oktober 2014 (ruim voor de begrotingsbehandeling) tot een veel lager bedrag gekomen: hoofdsom samen € 10.600 netto. De wettelijke rente bedraagt vanaf 1 januari 2006 € 4.669,86 maakt totaal € 15.269,86 netto. Indien uitgegaan wordt van een bruto vergoeding worden de bedragen respectievelijk € 16.966,- bruto en € 7.489,39 wettelijke rente. Totaal € 24.489,39. Dit is 65% van het bedrag uitgaand van de raming van minister Asscher. Bij 1000 ‘piepers’ zou dit zo’n 3 miljoen betekenen.
We vragen ons in gemoede af waarom de bewindslieden niet bereid zouden zijn voor zo’n 3 miljoen verschoond te blijven van een langdurige en in internationale context beschamende follow-up procedure met het CEDAW-Comité.[3]
Tot slot: desgewenst zijn de experts van de VVR en van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag graag bereid u nader te informeren, ook over de juridische aspecten.
Namens het Netwerk VN-Vrouwenverdrag, het Proefprocessenfonds Clara Wichmann en de Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann,
Met vriendelijke groet
Mr. M.M. van der Burg Dr. mr. A. de Ruijter Drs. L.W. Bijleveld
Voorzitter VVR Voorzitter PPF Voorzitter Netwerk VN-Vrouwendrag
Cc. de minister van onderwijs dr. M. Bussemaker
de minister van SZW mr. L.F. Asscher
[1] Niet dossierstuk 2014D43516
[2] Kamerstukken II 2014/15, 34000 XV nr. 7 vraag en antwoord 286. Volgens eerdere ramingen van toenmalig minister Donner ging het om 17.000 vrouwen.
[3] Zelfs Hongarije besloot uiteindelijk compensatie te betalen zoals het CEDAW-Comité had aanbevolen in de gegrond verklaarde klacht Communication No. 4/2004, Ms. A.S. v. Hongarije. Zie ook L.W. Bijleveld; Tien jaar individueel klachtrecht VN-Vrouwenverdrag, in Tijdschrift voor Genderstudies 2013 nr. 1 p. 24-37